INGEZONDEN.


Een groote tegenvaller.
Met genoegen, maar niet met algeheele instemming, nam ik kennis van het stukje van den heer Joustra te Balkbrug, voorkomende in het Novembernummer onder opschrift „Een niet verwachte tegenvaller", want de honingdistributie is een tegenvaller: „Waarom"? — Omdat er een groot onrecht begaan is, dat wel eens nader onder de oogen mag worden gezien. Dat onrecht is, dat de losse bouw ontheffing kreeg, terwijl de arme korfimker zijn honing, ook de mooiste raathoning moest afgeven voor 42½ cent, terwijl voor de losse bouw, niet eens max. prijzen waren gesteld. Dat nu weten wij allen, maar wat wij niet weten is op wiens advies deze regeling is gesteld. Wij willen alsnog aannemen, dat ons Hoofdbestuur, noch onze geachte leeraar, hieraan part of deel hebben, maar de uitvoering van de honingdistributie geeft den schijn, alsof de korfimkers (lieden die grootendeels een bestaan moeten vinden) het veld moeten ruimen, voor den lossen-bouwijmker."Ga op zij, met je raat en lekkernij, je bent me te goedkoop".

Geeft den schijn zeg ik, want in werkelijkheid zal ons H.B. toch getracht hebben volkomen gelijkstelling te krijgen, voor alle Nederlandsche ijmkers, want dat is toch de taak waar het voor werd aangesteld. De korfijmker betaalt zoo goed zijn contributie als de lossen bouwijmker. Dat het H.B. nu eens met volledige bewijzen komt dat het met alle kracht heeft trachten te verkrijgen, dat gelijkstelling zou worden verkregen, doch dat die poging jammerlijk mislukt is. Een zoodanig bewijs, zou het vertrouwen in het H.B. niet weinig versterken. Daar het een algemeen belang is en volstrekt niet persoonlijk, is het gewenscht, dat deze kwestie in 't maandschrift wordt behandeld. Het zal misschien een einde maken aan de groote ontevredenheid onder de vaste bouwijmkers, die nu ten onrechte het H B. beschuldigen deze onbillijkheid in de hand te hebben gewerkt. Wij kunnen dan alleen betreuren, dat dan geen algemeene adresbeweging aan zijn Exc. de Min. v. L. H. en N. is gericht, waarvoor duizenden handteekeningen hadden verkregen kunnen worden.
Dedemsvaart S.S. 28 November '17.
K. ZONDERVAN, Secr.

Aan den WelEd. Heer H. Stienstra, Redacteur van het Maandschrift voor Bijenteelt.
Mijnheer de Redacteur!
Ondergeteekende verzoekt beleefd, om onderstaande regelen in ons Maandschrift op te nemen.
De laatst verschenen nummers van het Maandschrift zijn volgens m. i. in hoofdzaak bestemd om propaganda te maken voor de Afd. Handel.
De practische bijkers zagen veel liever, dat het Maandschrift meer als een vakblad verscheen, waar ook de beroepsbijkers hun meeningen eens in verkondigden, om zoodoende, door wisseling der gedachten, de kennis der bijkers te vergrooten. Is het v/d. Afd. Handel zeer noodig, zooveel mogelijk reclame te maken, laten ze dan beginnen met opgaven te doen van cijfers, n.l. van leveranciers (bijkers) die aan hen, hun producten hebben geleverd en welken prijs of die voor hun honig en was gemaakt hebben; en zoo mogelijk tevredenheids-betuigingen van die leveranciers plaatsen. Den heer Luberti te den Haag, geeft i/h. maandschrift van Nov. j.l. zijn tevredenheid te kennen, betreffende het aankoopen van ijmkers-benoodigdheden enz., doch hieraan heeft de beroepsbijker zeer weinig behoefte.

Voor veel bijkers is het van veel meer belang, een goed vertrouwd adres om daar hun honig en was te leveren tegen den hoogsten prijs.
Dit nu, moet de Afd. Handel met cijfers kunnen aantoonen, n.l. dat diegene, die aan hen geleverd hebben, een hoogeren prijs verkregen, dan zij, die het zelf verhandelen. Het tegenovergestelde is mij met Afd. Handel gebleken. Om persoonlijk ondervinding te willen hebben omtrent de betrouwbaarheid van de Afd. Handel, heb ik dit najaar een kleine zending raathonig en bijenwas aan dat adres gezonden, doch dit onderzoek heeft mij geld gekost.
Genoemde zending had hier ter plaatse mij minstens ruim f 20.— opgebracht, nu, door bemiddeling van de Afd. Handel, ontving ik hiervoor nog geen f 15.—, alzoo voor mij een schadepost van ruim f 5.—.

Ik veronderstel, dat die vele leveranciers beter tevreden zijn over de Afd. Handel dan ik, daar anders de levensduur dezer instelling vermoedelijk nog korter zal zijn, dan die van haar voorganger, n.l. de Handelskamer. Bij voorbaat mijn hartelijken dank voor de verleende plaatsruimte, teeken ik,
Hoogachtend, J, HUIZING,
Veenhuizen (Norg), prov. Drenthe.
Veenhuizen, 3 Januari 1918.


Wie 't voorbeeld van de heeren Zondervan en Huizing wil volgen, en in 't algemeen wie een ingezonden stuk wenscht geplaatst te hebben verzoek ik beleefd zooveel mogelijk kort te zijn. Het schrijven dezer heeren, hoewel ze reeds beknoptheid hebben betracht, had nog wel korter kunnen zijn, maar om 't verwijt te ontgaan, dat critiek niet of verkort wordt geplaatst voldoe ik aan 't verlangen. Ik twijfel niet, of op de algem. verg. zullen genoemde heeren hun vragen volkomen opgelost krijgen. Mijn antwoord kan in 't kort 't volgende zijn: De heer Z. moet niet vergeten, dat er twee partijen waren: de koekbakkers, die honig noodig hadden en de ijmkers, die honig leveren.

Wat nu gebeuren moest was alleen te beslissen door den Minister, en die heeft de pershonig aan de bakkers afgestaan. Nu kan de heer Z. wel meenen, dat 't op een andere manier gekund had, maar mijn ondervinding, met de zeemerij opgedaan, zegt me, dat 't niet anders ging. Dat de ijmkers, door zeemerijen te hebben verder waren gekomen, kan blijken uit andere ingezonden stukken. Leest men tusschen de regels door, dan vind ik in 't schrijven van den heer Z. een beschuldiging tegen 't H.B. als of dit niet voldoende zou werken voor den kleinen ijmker maar meer voor den lossen bouw-ijmker.

Het is gemakkelijk critiek uit te oefenen, maar om iets te doen, daarvoor is meer noodig. „De beste stuurlui staan aan wal" is een goed Hollandsch spreekwoord, dat de heer Z. zich wel eens mag herinneren. Het H.-B. en de leeraar, men kan er zeker van zijn, hebben gedaan wat ze konden, om er voor den ijmker uit te halen, wat te verkrijgen was, in de gegeven omstandigheden. Laat ons daarvoor dankbaar wezen en door vertrouwen toonen dat we deze moeite waard zijn geweest.
De heer H. bedriegt zich als hij schrijft, dat de laatste nummers van '17 bestemd waren om voor „Handel" propaganda te maken. Maar hoe zou nu 't Maandschrift van deze voor de ijmkers zoo gewichtige kwestie geen gewag maken?

Nu brengt de heer H. er mij al weer toe om erover te schrijven. Ik zal echter zeer kort zijn en vermelden, dat in 5 md. door Handel voor pl.m. 75000 gulden voor de ijmkers is omgezet, en dit zegt genoeg om 't heele betoog van den heer H., in elkander te doen vallen.
S.



Afdeeling "Handel".
Mijnheer de Redacteur!
Met genoegen las ik in het Julinummer van ons Maandschrift, in het beknopt verslag van de H.B.-vergadering van 19 Juni j.l., het besluit, tot het oprichten van een afdeeling „Handel". Zoo zal er dan toch tot stand komen waarnaar we reeds zoo lang verlangd hadden, n.l. een betere afzet voor onze producten.
Dat het H.B. bij hare benoeming tot directeur van deze afd. haar keus had laten vallen op den heer v. Os, was voor mij reeds een waarborg, dat dit nieuwe lichaam aan onze verwachtingen zou voldoen, want de heer v. Os, met wien ik verscheidene jaren zaken heb gedaan, toen deze die voor eigen rekening dreef, heb ik niet alleen leeren kennen als iemand met wien het prettig zaken doen is, maar ook als handelsman die wel voor zijn taak is berekend en voor onze nieuwe afd. Handel moeten wij immers iemand hebben, die in staat is onze producten gemakkelijker en voor hooger prijzen van de hand te doen dan de bijenhouders zelf.

Ik besloot daarom ook dadelijk, deze afd. „Handel" zooveel mogelijk te steunen, waartoe ik in staat was, door mijn producten door die afd. te laten verkoopen. En werkelijk heeft de afd. „Handel" aan mijn verwachtingen voldaan. Achtereenvolgens heb ik aan haar afgeleverd: was 41 3/5 K.G., Slingerhonig 406, 310 en 432 K.G., Lekhonig 313 K.G. en Was 333 K.G. De prijzen die de handelaren, met wie ik gewoon was zaken te doen, mij boden, waren vrij wat lager dan die, welke ik door tusschenkomst van de afd. „Handel" ontving. De door mij afgeleverde honig behoorde gedeeltelijk aan eenige mijner collega's, die ook zeer tevreden waren met den prijs en de correctheid waarmee de zaken door de afd. „Handel" werden behandeld. Ik spreek dan ook mede namens hen, wanneer ik de afd. „Handel" bij de leden ten zeerste aanbeveel en in hun eigen belang aanspoor deze afd. zooveel mogelijk te steunen, ook wat betreft aankoop van imkersbenoodigdheden.

Wanneer men slechts de prijzen dezer benoodigdheden, die de afd. „Handel" publiceert vergelijkt met de prijscouranten van handelaren, komt men onmiddellijk tot de ontdekking, dat men in zijn eigen financieel belang handelt, wanneer men die benoodigdheden van de afd. „Handel" betrekt.
Met dank voor de verleende plaatsruimte teeken ik
Hoogachtend,
G. DE ROOS, IJmkerij, Ureterp (Fr.)