Januari 1918.


Zoo is dan 't jaar 1917, dat zooveel, ons ijmkers, scheen te beloven, maar zoo weinig gaf, ook weer voorbij, slechts enkelen wierp het een overvloedigen oogst in den schoot. Daarmede werd voor de zooveelste maal onze afhankelijkheid aangetoond. Toch gaan wij niet ons neerzetten bij de pakken, maar willen onze volle energie aanwenden, geloovende, dat de hand des vlijtigen wordt gezegend. En nu van alle kanten 't gevaar nog meer dreigt, dat ons land in de voedselvoorziening op zich zelf wordt aangewezen, moet de ijmker toonen, dat bij hem het besef levendig is om in de voedselvoorziening naar vermogen bij te dragen. Daarvoor is een uitgebreider reizen met de bijen zeer gewenscht. Het belang der zeemerijen is in 1917 duidelijk naar voren gekomen, elders wordt zulks in dit nummer aangetoond. Er zijn dan ook meerdere zeemerijen in wording.

De groote zeemerijen, waarop wij reeds zoo lang aanstuurder zijn er echter nog niet. Neem de provincie Drenthe: die moest bijv. in Assen een goed ingerichte zeemerij hebben, waar al de honig, die de Drentsche ijmkers winnen, wordt verwerkt. Het „eendracht maakt macht" wordt maar al te veel vergeten, als er sprake is van 't behalen van persoonlijk voordeel, terwijl 't samenwerken op den duur toch steeds betere toestanden schept. Omdat in samenwerken een kracht zit, die wel haar grond vindt in 't individu, maar die eerst sterk wordt door 't samenvoegen. Denk maar aan 't bekende voorbeeld van de pijlen die afzonderlijk wel, maar in bundel niet doorgebroken kunnen worden. Daarom is de oprichting van de afdeeling Handel zoo zeer gewenscht. Daar vloeien de gemeenschappelijke belangen samen, en zoo kan daar een kracht ontstaan, die voor de vereeniging als een centrale werkt.

Lang is over verschillende dingen, voor onze vereeniging nuttig en noodzakelijk, nagedacht, gesproken en geschreven, de vruchten van dit alles zullen in 1918 wel gezien worden. Reeds werd een vrucht gezien n.l. 't oprichten van door 't rijk gesubsidieerde cursussen en onder de officieële berichten zal men kunnen lezen, wat al nog in 't verschiet ligt.
Het H.B. blijkt krachtig werkzaam te wezen voor de belangen onzer vereeniging, de leden zullen dit zeker op prijs stellen, door hun uiting van vertrouwen. Zeker heeft in dit alles, onze leeraar, de heer L. van Giersbergen, een werkzaam aandeel gehad. Niemand als hij kent de belangen onzer ijmkerij, overal waar hij komt is hij de gaarne geziene gast. Zijn denken en doen is er enkel opgericht om de ijmkers en de ijmkerij vooruit te helpen. Nu is dit wel niets anders dan zijn plicht, maar dat hij daarbij tot een populaire, gaarne gewilde persoon, is geworden is zijn verdienste.

Ik meld dit, omdat door onzen leeraar een mijlpaal is bereikt. Deze maand is het 12 ½ jaar, dat hij als leeraar werkzaam is voor onze vereeniging. Voor hem zelf en voor onze vereeniging hopen we, dat het hem gegeven zal zijn met evenveel energie, trouw en succes werkzaam te wezen, als zulks tot heden het geval was. Wij wenschen onzen leeraar van harte geluk.
En dit doen we ook onzen lezeressen en lezers, leden der vereeniging, die wij voor 1918 een goed en succesvol ijmkerjaar toewenschen.
S.