INGEZONDEN.


Mijnheer de Redacteur!
Werkte de zeemerij "De Wouden" al de jaren van haar bestaan financiëel gunstig voor de leden, heden was dit uitermate het geval. Aan bovengenoemde zeemerij moest worden geleverd de honig van de imkers uit de gemeenten: Oost- en West-Dongeradeel, Ameland, Achtkarspelen, Kollumerland, Marum en Opsterland. Tot controleurs waren aangesteld twee bestuursleden, de heeren G. de Roos en E. Nieman. Den niet-leden werd bij ontvangst (tusschen 15 Sept. en 1 Oct.) hunne productie contant betaald, waarvoor het geld werd geleend. De leden zouden hunne gelden ontvangen, als alles afgedaan was, zoo was besloten in de laatstgehouden ledenvergadering. Heden den 15 Dec. kon het Bestuur de leden verrassen door aan hen uit te betalen, na aftrek van alle onkosten 57½ cent per ½ K.G. ruw uitgebroken honig, dus ruim 1/3 meer dan aan de niet-leden, die volgens bepaling 42½ cent hadden ontvangen. Om een paar voorbeelden te noemen, het voordeel van het lid zijn van "De Wouden": het gaf den heer B. Veenstra te Wijnjeterp een voordeel van f 40.65; R. Hofstee te Bakkeveen f 56.85 en M. Steringa te Harkema-Opeinde f 103.95.

De honigoogst was slecht dit jaar. Geleverd werd de productie van 451 volken, wegende ruw uitgebroken 2693½ K.G. Hieruit kwam 1925 K.G. pershonig en 776 K.G. ruwe was. Verder bereid 333 K.G. zuivere was en 228 K.G. pers-afval. (Er was ook nog 33 K.G. "los werk" geleverd.)
Lijkt het niet vreemd, dat nog altijd imkers op hun eentje voortwerken en zich maar telkens nog met hunne producten aan den een of anderen handelaar overgeven? Waar het hun ter oore komt bovenstaande gunstige resultaten van coöperatie zullen ze toch eindelijk ook wel eens besluiten.
Mocht U het bovenstaande voor plaatsing geschikt achten dan daarvoor mijn beleefden dank.
Duurswoude, 15 Dec. '17.
J. STOKER Secretaris van "De Wouden".

P.S. De winst, gemaakt van de productie van de niet-leden, kwam ten bate der kas en is besteed om den schuldenlast, die nog op ons lokaal drukte, af te lossen. Het lokaal is thans vrij eigendom van "De Wouden". J. S.

De heer Stoker zeggen wij hierbij gaarne dank voor zijn ingezonden schrijven, waaruit blijken kan dat 1000 deelen ruwe honig 715 pers en 159 zuivere was leverden. Het zuivere wasgehalte was bijzonder hoog. De heer Stoker zal de zaak der coöperatie door zijn schrijven bevorderen. Andere zeemerijen zullen goed doen hun uitkomsten ook te publiceeren.
Red.

_____


Mijnheer!
U zult misschien al gedacht hebben, dat ik 't antwoord schuldig zou blijven? Integendeel. Zeer gaarne voldoe ik alsnog aan Uw geëerd verzoek en ik hoop, dat mijn schrijven U nu zal bevredigen.
Onze vereeniging opgericht in 1910, begon al dadelijk met hare eigen productie te verwerken, eerst in een schuur bij een bakker met een geleende pers. Hoewel het "behelpen" was, waren de resultaten voor de leden toch gunstig. In 1913 werd een onbewoonbaar verklaarde woning gehuurd voor een jaarlijksche huur van f 1750. In 1911 ondernam ons bestuur per rijtuig een reis naar Westerzand, gem. Grootegast. Hier zochten we den heer Joh. Schaafsma, bekend imker, op, met het doel diens pers etc. eens op te nemen en dan, als die ons aanstond, naar dit model een nieuwe te laten maken.

De heer Foppe de Haan, wagenmaker alhier, vergezelde ons als vakman. Zeer vriendelijk en gastvrij was de ontvangst bij den heer Schaafsma en zijn gezin. De pers werd bezichtigd, de stelmaker nam de maat en direct werd besloten er een te laten maken naar dit model, doch in verschillende onderdeelen zwaarder. Met den heer Schaafsma, toen nog smid, spraken we af het benoodigde ijzerwerk te leveren. Een schroef, draaiende op kogels, zou de heer Sch. voor ons uit "stad" ontbieden. Met bekwamen spoed liep alles vlot af en zoo konden we in 1911 nog met zoogenaamd eigen pers (betaald met geleend geld) werken.

Hoewel de pers uitstekend uitviel, was en bleef het persen in de oude woning nog altijd "behelpen". In 1915, bij een publieke verkooping, deed ons bestuur een poging, om kooper te worden van een vrij ruime houten keet, die dienst had gedaan op de ontginning in 't Voorwerkerveld als bergplaats voor kunstmest. De prijs liep echter naar den zin van het bestuur te hoog. Een betere gelegenheid deed zich spoedig daarna voor. Het was zoover, dat de verharding van den Molenlaan tusschen Ureterp en Duurswoude op z'n eind liep. Hier was een groote houten keet getimmerd van grootendeels geploegd hout, waarin 6 paarden gestald konden worden en waarin eenige manschappen dag en nacht hun verblijf hadden. Deze keet werd na afloop der werkzaamheden gekocht en overgebracht op het erf van den heer J. Terpstra te Siegerswoude, waar ze thans op steen is gebouwd en onze vereeniging als perslokaal dient, grootte 12 bij 6 M. Een heele verbetering, hoewel we soms nog wel eens meer ruimte wenschten voor bergplaats van leege korven etc.

In dit lokaal worden jaarlijks ongeveer 20 Sept. de korven met ruwen honig ontvangen door 2 à 3 leden, die met persen zijn belast en het bestuur, dat aanteekening houdt van het gewicht, dat ieder levert. Dadelijk bij ontvangst wordt gewogen. Dan wordt zoo spoedig mogelijk met persen begonnen, de spijlen worden getrokken, het korfmes genomen en deze ruw uitgebroken honig wordt van ieder leverancier nog eens weer gewogen, want hiernaar zal straks bij de eindrekening worden uitbetaald. Het "droge werk en indien er nog al eens iets broed" in zit, ook dit wordt er afgesneden, de doode bijen er secuur uit verwijderd en dan gaat het geschoonde in het stampvat. Een stookpot met wit staat steeds met warm water gereed, bijaldien het te koud is en de honig daardoor niet goed wil vloeien, de gestampte ruwe honig wordt in een wasketel gedaan, om ze er in te kunnen verwarmen. Dan komt de gestampte waar, in een persdoek gewikkeld, in de pers, waarin twee honigzeven. Het deksel wordt neergelaten, de schroef aangedraaid en de kostelijke nectar vloeit door eene trechter in een emmer of vat. Het droge werk, broed en de uitgeperste "koeken" wordt verder bereid tot zuivere bijenwas in brooden De werkloonen waren in 't najaar 1917 f 2.— per man en per dag. En nu, onze resultaten zijn U bekend. Lokaal en verdere inventaris is nu ons eigendom.
Hoogachtend, J. STOKER, Secr. van de Vereen. "De Wouden".
_____


M. d. R.!
Naar aanleiding van een ingezonden stukje van den heer Huizing, voorkomende in het Januarinummer van ons orgaan, acht ik het van belang even de juiste toedracht der zaak mede te deelen. De heer Huizing vraagt ons 26 October of wij voor hem 7 K.G. raathonig uit boogkorven en kasten kunnen plaatsen, alsmede 1.9 K.G. bijenwas.
29 October berichten wij den heer Huizing dat geen partij te groot of te klein is en wijzen den heer H. er op dat raathonig goed dient te worden verpakt en wij geen risico op ons nemen aangaande het transport. De heer H. zendt ons 8 Nov. den honig. Wij berichten hem direct dat de honig in slechten toestand is aangekomen. De zending woog 20 pond bruto zonder de was. Tarra pl.m. 9 pond, alzoo 11 pond honig waarvan 5½ pond aan stukken en 5 pond en 3 ons mooie raathonig. De bijenwas woog niet 1.9 K.G. doch slechts 1.45 K.G.

Wij hebben den heer Huizing uitbetaald:
Voor de stukken raathonig 5½ pond f 3.30.
Voor de mooie raathonig 5.3 pond . .f 5.60.
Voor de 1.2 K.G. bijenwas . . . . . . . f 6.—
Totaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14.90.
Waarvan is afgegaan aan provisie . . - 0.44½.
Zoodat de heer H. heeft ontvangen f 14.45½.

Het was, dat de heer H. zond, was niet mooi, daarbij was 2½ ons wasaarde. Nu doet de heer H. het voorkomen of afd. Handel de schuldige is wat betreft het vervoer van den honig en de schade daardoor ontstaan. Was de zending goed overgekomen dan had de heer H. f 1.— per pond gemaakt voor de raathonig en was ongetwijfeld zeer tevreden geweest. Ja misschien had de heer H. dan afd. Handel krachtig aanbevolen.
Nu echter door het vervoer (waar toch afd. Handel geen schuld aan kan hebben) schade is ontstaan en wij die schade door spoedig den honig uit te pakken zoo gering mogelijk hebben gemaakt, nu deugt afd. Handel niet en heeft afd. Handel bij den heer H. afgedaan.
De heer H. had echter willen hebben, dat wij, toen de honig aankwam en de kist hadden losgemaakt hem eerst hadden geschreven wat met den honig moest gebeuren. Het was volgens den heer H. geen manier van doen maar zoo zonder zijn voorkennis aan het snijden en krabben te gaan aan honig en was. Hadden wij hem geschreven: "Uwe honig is in slechten toestand aangekomen en wij kunnen er pl.m. f ... voor geven, dan had hij ze dadelijk terug laten komen. Zou de schade voor den heer H. dan minder zijn geweest?
Ik betwijfel het ten zeerste. Wij dachten in het belang te handelen van den heer H. om direct te redden wat te redden was. Is raathonig eenmaal aan het lekken en gaat men niet dadelijk sorteeren, dan wordt de goede raathonig door de lekkende spoedig bedorven.
Ik ben overtuigd gehandeld te hebben in het belang van den heer H. en het oordeel over deze zaak is verder aan de h.h. lezers.
Zouden wij alle tevredenheidsbetuigingen moeten opnemen in het maandblad, ongetwijfeld zou er geen ruimte meer overschieten voor artikeltjes van beroepsimkers, welke artikelen de heer H. zoo gaarne in ons maandblad zou zien. Aan den Redacteur mijnen dank voor de verleende plaatsruimte.
W.A. VAN OS.
_____


Mijnheer de Redacteur!
Aangaande het naschrift van de Redactie, onder mijn artikeltje in 't vorige nummer van het Maandschrift, een paar vragen:
1.- Wanneer critiek wordt uitgeoefend, wie moet dan antwoorden, de betrokkene of een ander?
2.- Bij de honingdistributie waren betrokken imkers, zeemers en koekbakkers; twee of drie partijen?
3.- Wie gaf de ontheffing, de Minister of het Honing-Distributiebureau?
4.- Waarvoor moesten wij dankbaar zijn, dat de zeemers 25 pCt. winst gemaakt hebben of iets anders?
5.- Wat u, mijnheer, tusschen de regels door leest, kan ik niet helpen, maar als u soms gebrek aan oude spreekwoorden hebt, dan kunt u bij mij ook terecht. Wie de schoen past trekke hem aan. Dat is ook een spreekwoord.
Met dank voor plaatsing. Dedemsvaart S.S, 22 Februari 1918.
K. ZONDERVAN.

1.- Als u die in 't publiek geeft, door wie daar lust in heeft.
2.- Drie partijen.
3.- Het Distributiebureau, handelende in naam van den Minister.
4.- Omdat ge in plaats van 35 cent, er 42½ cent ontvingt. Vele zemerijen kwamen er door bovenop.
5.- Niet noodig, zulke spreekwoorden kent iedereen, minder dan bijv.: Wie kwaad denkt, vaart erg in het hart.