BOEKBESPREKING.


Bijenwas voorheen en thans, door Th. W. Cowan, uit 't Engelsch vertaald door Mevr. E. W. C. van Os - Plancius.
Mevr. van Os- Plancius, de echtgenoote van onzen Secretaris en Dir. v. d. Handel, voelt zich zoo nu en dan gedrongen om ter bevordering van de Bijenteelt in ons land, een en ander in druk te brengen. Ze deed dit door meermalen voor 't Maandschrift een vertaling te leveren uit Gleanings, ongelukkiger wijze kan dit geen zeer ambitieus werk wezen, omdat 't M. steeds plaats te kort heeft en dan 't noodzakelijkste voor 't minder noodige de plaats moet ruimen, we willen hopen, dat dit spoedig anders zal worden en geregeld uit 't buitenland 't belangrijkste kan worden gemeld. Verder verschenen van Mevr. v. Os vertalingen van Dennier over bijenwas, en "Gunstige resultaten verkregen door de bevruchting van ooftbloesems door bijen" van T. W. Cowan. Thans verscheen de vertaling van een grooter werk over Bijenwas. Dit werk, kan men wel zeggen, verschijnt juist op tijd, want de vraag naar bijenwas is zeer groot en de prijs, die er voor wordt besteed, buitengewoon. Het komt er dus wel op aan, dat men goed weet, hoe het was moet worden bewerkt, om 't zuiver aan de markt te brengen en daarom is 't voor de bijenhouders van belang dit werkje te bestudeeren. Men wil toch ook wel iets meer weten van een stof, waarmede men dagelijks omgaat en beslist kan men daarmede zijn voordeel doen.

Eenigszins kan men nagaan, wat de inhoud bevat uit de inhoudsopgave: Bijenwas voorheen, Het voortbrengen van bijenwas, Was voor den handel bereiden, Bijenwas in den handel, Het zuiveren en bleeken van was, Wasvervalsching, Het vervaardigen van kunstraat, Het kleuren van was, Waskaarsen, Het vervaardigen van wassen bloemen, vruchten en beelden, Technisch gebruik van was. Het boek bevat 78 pag., is voorzien van 37 fig., kost f 1.50, ziet er typografisch netjes uit en is voor den tegenwoordigen tijd op goed papier gedrukt, de platen munten uit. Het werk is door den heer van Giersbergen van een voorwoord voorzien.

Wij kunnen de lezing van 't boek ten zeerste aanbevelen, niet alleen aan ijmkers, maar ook vooral om de twee laatste hoofdstukken aan niet-ijmkers, die technisch gebruik van was maken.
Het doet ons genoegen te kunnen betuigen, dat Mevrouw van Os - Plancius zoo goed geslaagd is in de vertaling van dit werk en hopen, dat ze het succes er van zal hebben, dien de arbeid er aan besteed, verdient.
Laten de bijenhouders zich nu ook niet onbetuigd om dit werkje aan te schaffen, daardoor zal er meerdere lust ontstaan om de nog zoo schraal voorziene literatuur in ons land wat te vergrooten en zooals gezegd, de lezing heeft er mij van overtuigd, zullen ze zich beter kunnen bekwamen in de bereiding van zuiver bijenwas uit de ruwe raat.
S.