Zwermen in vasten bouw in Juni.
Het zwermen, dat betrekkelijk zoo laat begint, moet niet te langen tijd in beslag nemen, want dan komt van 't moedervolk niet veel meer terecht en 't vele en lange zwermen is niet voordeelig. Daarom moet men bij dit zwermen de leiding nemen en trachten het zoo in te richten, dat men niet verder komt, dan dat 't aantal wintervolken zich verdubbelt. Men wacht daarom niet tot de zwerm van zich zelf afgaat, maar grijpt zelve in, zoodra het volk zwermrijp is. Ook als de zwerm van zich zelf afgevlogen is, kan men het hier volgende nog wel, maar gewijzigd, toepassen.
Een volk is zwermrijp en kan worden afgejaagd, als in den moerdop de larve der a.s. koningin in 't voedersap, de melk, zichtbaar is, dat is ongeveer vijf dagen nadat het eitje was gelegd.
De zwerm wordt nu afgejaagd en overgebracht in een gespijlden en van voorbouw voorzienen korf. Deze zwerm zet men op de plaats van het moedervolk. Het moedervolk zet men op de plaats van een ander volk, dat nog niet zwermde en dit volk zet men, zoo mogelijk, wat donker. De vliegbijen er van zullen terecht komen in 't volk, dat we moederstok noemden. Het verplaatste volk kunnen we gevoegelijk eerste afvlieger noemen, daar van dit volk al de drachtbijen afvliegen en daar dit volk in 't geheel geen zwerm zal geven, moet het een jonge, liefst een koningin van 't voorgaande jaar, dus thans eene van 1917 hebben.
Drie dagen na 't verplaatsen van den afvlieger, neemt men deze duchtig onder handen. Al 't darrenbroed wordt verwijderd en de raten scherp bijgesneden. Het afgesnedene laat men onder den korf liggen, maar verwijdert het, zoodra de bijen er uit hebben genomen, wat ze kunnen gebruiken. Het is ook noodig, dat dit volk met honig of suiker wordt gevoerd en althans van water wordt voorzien, ongeveer gedurende acht dagen. Dan zijn er weer drachtbijen genoeg, dat ze zelve 't noodige kunnen ophalen, het moet echter ook om redenen, die straks te voorschijn komen, sterk worden gemaakt.
Het moedervolk, dat zooveel drachtbijen van den afvlieger ontving, is thans een volk met sterke vlucht. Vijf dagen na 't afjagen van 't eerste moedervolk, wordt een tweede volk afgejaagd. Zwerm nommero 2 komt op de plaats te staan van het moedervolk no. 2.
Dit moedervolk no. 2 wordt gezet op de plaats van moedervolk no. l en dit laatste volk wordt op een nieuwe plaats gezet, dit geschiedt dus vijf dagen nadat er de zwerm was afgenomen. Het is nog zonder koningin. Het heeft meerdere gesloten moerdoppen en het is vol volk. Het verliest door deze verplaatsing zijn drachtbijen, die terecht komen in moedervolk no. 2. Het is nu de tweede afvlieger geworden en moet worden gevoerd, althans van water worden voorzien. De jonge koninginnen loopen nu uit, maar van zwermen is geen sprake. Het duurt niet lang, of de nog gesloten moerdoppen worden doorgebeten. Als het laatste broed is uitgeloopen, zijn er al weer eitjes in 't broednest.
De eierlage stond dus slechts korten tijd stil en dit geeft een groot voordeel voor de honigdracht. Laat men 't zwermen maar aan de bijen zelve over, dan duurt 't vaak meer dan een maand, voordat weer een bevruchte koningin aanwezig is. Moederstok no. 2 blijft staan tot de jonge koningin fluit, roept. Dat is gewoonlijk 10 dagen na 't afjagen. Dan wordt dit volk voor de tweede maal afgejaagd en wel 's avonds even voor zonsondergang. De afgejaagde zwerm met jonge koninginnen zet men op de plaats van moedervolk no. 2, 's nachts worden de overtollige koninginnen wel afgemaakt. Ook dit volk is nu gereed.
Het nu voor de tweede maal afgejaagde volk no. 2 moet nog gesloten moerdoppen hebben en wordt gezet waar het volk staat, dat we eerste afvlieger noemden.
Dit volk had een eierleggende koningin en vooral ook door 't voeren is 't sterk. Moedervolk no. 2, dat voor de tweede maal is afgejaagd, ontvangt van dezen afvlieger weer voldoende drachtbijen en zoo komt het dat dit volk na twee dagen een zwerm afgeeft met jonge koningin, die men dit volk weer teruggeeft.
Het duurt dus lang, voordat dit volk weer in orde is, maar daarvan kan partij worden getrokken door het om te jagen met den eerst genomen zwerm, die wellicht weer teekenen van zwermlust vertoont.
Door deze methode wordt 't aantal volken verdubbeld en verder zwermen voorkomen en heeft bovendien dit groote voordeel, dat de eierlage betrekkelijk kort stil staat. Ze is geen gesneden koek, maar vereischt nadenken om er zich een juiste voorstelling van te vormen. Vooral wanneer 't zwermen wat laat begint, dient men er op uit te wezen, dat 't aantal zwermen niet te groot wordt, want "veel zwermen geeft weinig honig" geldt vooral als 't zwermen laat intreedt.
Deze methode wordt toegepast door den ijmker W., een der weinige ijmkers in ons land, die de ijmkerij als hoofdbedrijf uitoefent.
S.