Distributie en rantsoeneering.


Ruwe honig.

De minister van landbouw maakt bekend, dat hem is gebleken, dat sommige imkers in verband met de omstandigheid, dat voor ruwen honing geen maximumprijzen zijn vastgesteld, deze tegen prijzen verkoopen, die in geen verhouding staan tot den maximumprijs voor pershoning. Daardoor maken zij zich aan prijsopdrijving schuldig. Zooals bekend is, is de maximum-groothandelprijs voor pershoning gesteld op 57½ cent per ½ K.G. Een prijs voor ruwen honig, die tot dezen maximumprijs in een juiste verhouding staat, zal in het algemeen beneden dit bedrag moeten blijven. Mochten den minister voornoemd gevallen ter kennis komen, waarbij van een prijsopdrijving als bovenbedoeld blijkt, dan zal onmiddellijk tot inbezitneming der desbetreffende partijen worden overgegaan. (St.[aats]-C[ouran]t)

Zooals uit bovenstaande blijkt, meent de minister den ijmkers een officieel standje te moeten maken, daar zij de prijzen zouden opdrijven.
Wat is daar nu van aan? Niets.
De ijmkers spelen bij al de bepalingen, die over hun producten gemaakt zijn, al een bitter kleine rol. Wij hebben hier in Frederiksoord een zeemerij, die meer dan 15 jaren werkt, maar van ons is niet den minsten invloed op de bepalingen door de regeering, betreffende den honig genomen, uitgegaan en zoo zal dat ook wel elders 't geval zijn. Wie dan wel invloed uitoefenen? Dat is ons evenmin aangezegd, maar wel vernamen we, dat de regeering het H.B. onzer vereeniging heeft geraadpleegd en de handelaren. De eerste zullen ons dit standje wel niet hebben bezorgd. Het eenigste wat wij doen en ook kunnen doen is zelf zeemen en die niet zeemen, zullen kunnen zeggen: als de prijs niet naar behooren is, dan zeemen we zelf. Van prijsopdrijving door den ijmker is dus geen sprake, nog direct nog indirect kunnen ze dit doen. De maximumprijs van raathonig was per K.G. f 2.15, maar de ijmkers hebben zelden dezen prijs gemaakt.
In onze omgeving werd de raathonig vaak voor veel lager prijs van de hand gedaan, dit liet niet na invloed op den prijs uit te oefenen, die de zeemerij voor den honing kan maken.

Gelukkig, dat de Handelskamer voor ons kan werken, anders kregen we als steeds de helft van wat ons toekomt. De ijmker werkt, maar is voor zijn werk altijd bijzonder slecht betaald geworden. Telde hij zijn werkuren, aan de ijmkerij besteed, te zamen en deelde hij die op de inkomsten, dan zou blijken welk een laag uurloon hij geniet. Van de tien jaren zijn er nauwelijks twee, dat er een behoorlijke winst wordt behaald. Met den winst gingen anderen strijken. Nu is 't gelukkig wat anders geworden door de oprichting der zeemerijen, die direct maar ook indirect, en dat mogen de ijmkers, die zich nog niet bij een zeemerij aansloten, wel bedenken, invloed uitoefenen op de inkomsten van de ijmkers.

Wij kunnen slechts een antwoord geven op de beschuldiging van opdrijverij en dat is, dat we den tusschenhandel geheel trachten uit te schakelen door de oprichting van steeds meer zeemerijen, maar nog veel meer door de oprichting van een groote, centrale zeemerij, van waaruit het Nederlandsche publiek van zuiveren, onvervalschten honig wordt voorzien. Dit doen de kleine zeemerijen ook, maar wij in onze kleine zeemerij o. a., waar dit jaar een 6000 K.G. honig moet worden verwerkt, weten het dagelijks, dat we met te geringe kracht werken en onze vleugels niet zoo kunnen uitslaan, als we dat wel zouden wenschen. Dat kan alleen als alle krachten worden vereenigd en er een machtig gebouw verrijst, waarin de beschikking is over alles, wat noodig is om de bewerking naar eisch te doen geschieden, waardoor we ook een macht zouden bezitten, die zich niet meer laat overvleugelen.
S.