VERSLAG van de Commissie, belast met het afnemen van het examen Bijenteelt,

gehouden op 29 en 30 September, 1, 2, 3, 4 en 19 October 1918, te Wageningen.

De examen-commissie voor bijenteelt werd door het Hoofdbestuur van de Vereeniging tot bevordering der bijenteelt in Nederland in hare vergadering van 17 Juli 1918 benoemd de heeren B. Wigman te Lunteren, Dr. H. Bos te Wageningen, H.J. Claessens te Gronsveld en L. van Giersbergen te Wageningen.
Genoemde Commissie heeft de eer U, Mijne Heeren, haar verslag van het gehouden examen uit te brengen.

Aanvankelijk zou het examen weder in Santpoort afgenomen worden, omdat dan de heer F. August Kelting nu en dan voor een korte poos het assessorschap zou kunnen waarnemen, wijl het onmogelijk is gebleken door vier examinatoren 3 candidaten per dag te examineeren
Doordat het examen, tengevolge van het zoo laat eindigen van den opleidingscursus, pas einde September, begin Oct. zou plaats hebben, kon een der examinatoren, met het oog op zijne andere werkzaamheden, niet als zoodanig fungeeren, wanneer het examen in Santpoort werd afgenomen. Daarom werd besloten het in Wageningen te houden. De leermiddelen van de Vereeniging voor bijenteelt en van den opleidings-cursus waren in en bij het Vereenigingsgebouw, en aldaar zou het praktisch gedeelte plaats hebben. Het mondeling gedeelte zou in twee localen van het gebouw van het "Nut tot het Algemeen" plaats hebben.

Er hadden zich 16 candidaten aangemeld, onder wie de 15 cursisten van de opleiding voor bijenteelt-leerkrachten, die verplicht waren aan het examen deel te nemen.
Alle candidaten storten het bedrag à f5.—, hetwelk niet werd terugbetaald.
Nu het examen niet in Santpoort werd afgenomen, moest nog een examinator worden gevonden. Benoemd werd de heer T.C. Hootsen te Ederveen. De Commissie was nu in de gelegenheid drie candidaten per dag te examineeren.

De Commissie hield geen vóórvergadering, met het oog op den grooten afstand van een der examinatoren, de hooge reiskosten, alsmede de moeilijke reisgelegenheid.
Derhalve hield de Commissie hare eerste vergadering op Maandag 30 September in de nog vrije kamer van het Vereenigingsgebouv.
Het schriftelijk gedeelte voor de eerste ploeg was door de heeren Dr. H. Bos en L. van Giersbergen vastgesteld en ter goedkeuring gezonden aan den Voorzitter van de Vereeniging, die tevens het Voorzitterschap van de examencommissie had aanvaard.
Het examen-rooster was door den heer Dr. H. Bos opgemaakt. Den 30 September werd door de Commissie besloten, dat de heer L. van Giersbergen als Secretaris zou fungeeren.

De eerste groep van candidaten werd bereid gevonden, om op Zondag 29 September, des namiddags 2 1/2 uur, het schriftelijk gedeelte van hun examen te doen. Dit was mogelijk en had geen bezwaren voor die candidaten, omdat deze in de onmiddellijke nabijheid van Wageningen woonden.
Aan den stand van den heer F. Aug. Kelting te Santpoort werd de Commissie steeds geholpen door het personeel van dien stand, met het gereed zetten en opbergen van de benoodigdheden. Nu werd hiervoor gevraagd en bereid gevonden de ammanuensis J. W. Hakstege te Wageningen.
Het aantal candidaten, dat per dag geëxamineerd werd, bedroeg drie. Hierdoor kon het examen in eene week eindigen.

Op het rooster waren de vakken van het examenprogram aangeduid met de volgende letters:

A. Hulpwetenschappen.
B. Leven en behandeling der bijen.
C. Bijenwoningen, gereedschappen, reizen en geschiedenis.
D. Producten der bijenteelt.
Pr. Praktijk.
Schr. Schriftelijke opgave en werk.

De vakken waren als volgt onder de examinatoren en assessoren verdeeld:
Vak A. Hulpwetenschappen: Dr. H. Bos, examinator & B. Wigman, assessor.
Vak B. Leven der bijen: B.Wigman, examinator & Dr. H. Bos, assessor.
Vak C. Technisch gedeelte: L. v. Giersbergen, examinator & B. Wigman, assessor.
Vak D. Handelsgedeelte: H.J. Claessen, examinator & L. v. Giersbergen, assessor.
Vak Pr. Praktijk: H.J. Claessen, examinator & T.C. Hootsen, assessor, om de beurt.

Schriftelijk. Dit gedeelte werd door de Commissie in haar geheel vastgesteld en denzelfden avond, dat het gemaakt was, nagezien. Zooals gemeld is, werden de schriftelijke vragen voor de eerste groep door een gedeelte der Commissie vastgesteld. De keus werd gelaten, om een der drie opgaven in 1 ½ uur te beantwoorden.

Voor de eerste groep van candidaten werden opgegeven :
1.- Ontstaan en verloop van de raat in korf en kast, van haar begin tot aan het uitbreken.
2.- Geef eene beschrijving van verschillende wijzen, waarop kunstzwermen kunnen gemaakt worden.
3.- Geef van eenige honinggevende gewassen, zoowel met diepliggenden als met oppervlakkigen honing (onder vermelding der familie) de plaats der honing-afscheiding en, zoo mogelijk, de houding, waarin het insekt (welk?) ze bereikt.

De tweede groep:
1.- Geef van eenige honinggevende gewassen, zoowel met diepliggenden als met oppervlakkigen honing (onder vermelding der familie) de plaats der honing-afscheiding en, zoo mogelijk, de houding, waarin het insekt (welk?) ze bereikt.
2.- Het ontstaan, verloop en gebruik van de raat in korf en kast van haar begin tot aan het uitbreken.
3.- Een opstel over de inwintering der stokken, zoowel van de ouderwetsche korven, als van korven en kasten met lossen bouw.

De schriftelijke opgaven van de derde groep:
1.- Bereiding van kunstraat
2.- Koninginneteelt.
3.- Hoe wordt de bijenteelt door de Vereeniging voor bijenteelt in Nederland en door de Regeering bevorderd?

De schriftelijke opgaven van de vierde groep:
1.- De bereiding van de kunstraat.
2.- Hoe wordt de bijenteelt door de Vereeniging voor bijenteelt in Nederland en door de Regeering bevorderd?
3.- Vergelijk de voor- en nadeelen van twee mobiel-woningen (beide kouden of beide warmen bouw).

De schriftelijke opgaven van de vijfde groep:
1.- Waardoor onderscheiden zich vóór- en nazwermen ?
a. In hun doen en laten bij het zwermen.
b. In het vereenigen met andere volken en zwermen.
c. In het bouwen.
d. In hun waarde voor den imker.
2.- Wat zijn de werkzaamheden der bijen bij het betrekken eener woning tot aan het einde van den oogst
3.- Een opstel over de inwintering der stokken, zoowel in ouderwetschen als in modernen bouw.

Een der candidaten was verhinderd, om op Zaterdag 5 Oct. aan het examen deel te nemen, wegens ziekte. Op zijn verzoek beschikte de Commissie goedgunstig, dat hij 18 en 1-9 October examen zou mogen doen.
Het schriftelijk gedeelte voor dezen candidaat luidde :
1.- Koninginneteelt.
2.- Inwintering.
3.- Geef van eenige honinggevende gewassen, zoowel met diepliggenden als met oppervlakkigen honing (onder vermelding der familie) de plaats der honingkliertjes en, zoo mogelijk, de houding, waarin het insekt (welk?) ze bereikt.



Het gemiddeld cijfer voor de respectieve vakken bedroeg voor A, 6; voor B, 6,5: voor C, 6; voor D, 6,5; voor praktijk 5,75 ; en voor het schriftelijk 6,8.
Het was de commissie aangenaam, dat het aantal behaalde punten zeer gunstig afstak tegen de vorige jaren. De uitslag van het examen is dan ook goed geweest.
Van de 16 candidaten, die zich aangemeld hebben, kon aan 12 het diploma uitgereikt worden, alle geslaagden behoorden tot den opleidingscursus.

De navolgende heeren en dames zijn geslaagd: H.J. Bons te Bennekom; J.G. Hak te Wageningen; H.G. de Leeuw te Nederwoud b. Lunteren; W.J.L. Huijsingh te Zwolle; S.W. van Es te Bavel; H. Nijdam te Assen; H. Postma te Amsterdam; mej. P.C van Soest te De Bilt; S. Stolp te Halfweg; H. Thiel te Zwinderen; H. Walkotten te Gelselaar; J.A. Nillissen te Malden.

Naar aanleiding van het afgenomen examen 1918 meent de Commissie aan Uw college het volgende te moeten mededeelen. Zooals reeds gemeld is, moest ditmaal het examen zoo laat afgenomen worden, omdat de opleidingscursus pas 28 September eindigde. Het examen moest direct hieraan sluiten. Voor het theoretisch gedeelte levert dit geen bezwaar, maar voor het praktisch gedeelte is het zeer moeilijk verschillende werkzaamheden te laten uitvoeren. De volken verkleumen en de examinator kan moeilijk de vaardigheid van den candidaat beoordeelen. Het weder was de eerste dagen van het examen zeer ongunstig, de volgende dagen iets beter, maar het weder kan in dien tijd van het jaar zoodanig zijn, dat praktisch werken, uitgesloten is. Daarom zal 't in het vervolg zeer gewenscht zijn dat het examen in de maanden Juni, Juli of Augustus afgenomen wordt.

Wat de overige opmerkingen van de commissie betreft, zijn deze saam te vatten in het volgende. De vakken onderling geven weinig verschillen in de totalen, zoodat hierover niets gezegd kan worden. Het schriftelijk werk steekt wat boven de andere uit, en het praktisch gedeelte blijft er wat beneden. Geen dezer twee zal opheldering erlangen, als medegedeeld wordt dat 15 van de 16 candidaten in het bezit waren van de acten l. o. voor land- of en tuinbouw, of van de hoofdacte. Schriftelijk konden de candidaten dan ook zeer goed hunne gedachten uitdrukken. De praktijk was het minst van alle vakken. En ofschoon de Commissie tevreden is, meent zij toch, dat de praktijk niet genoeg het eigendom der candidaten was. En toch is dit zoo hoog noodig, omdat de geslaagde candidaten zoo spoedig met de praktische imkers in aanraking komen. De overige vakken loopen onbeduidend uit elkaar.

Alleen meent de Commissie, dat zij de aandacht er nog eens op moet vestigen, dat de geschiedenis der bijenteelt in Nederland en in het algemeen, en die der Vereeniging in het bijzonder, totaal aan de aandacht der candidaten is ontgaan, of dat zij het de moeite niet waard geacht hebben daarvoor te werken. Sommige candidaten konden niet eens de leden van het Hoofdbestuur of het Hoofdbestuurslid hunner streek. De meest eenvoudige zaken, als maximum prijzen van honing en was, waren aan sommigen bekend. Ook bleek, dat Sommige candidaten, ondanks dat het uitdrukkelijk in het examen-program is vermeld, niet de kennis door eigen aanschouwing hadden verkregen. Nog te veel wordt in de kamer gestudeerd en te weinig aan den bijenstand en op het veld.

De Voorzitter dankte de heeren examinatoren en assessoren voor de aangename samenwerking gedurende deze dagen, inzonderheid de heeren, welke de praktijk afnamen, wijl het weder zoo ongunstig was. De Commissie, belast met het afnemen van het examen-bijenteelt 1918, dankt het Hoofdbestuur van de Vereeniging voor bijenteelt in Nederland voor het opnieuw in haar gestelde vertrouwen.

Wageningen, Oct. 1918.

B. WIGMAN, Voorzitter;
L. v. GIERSBERGEN, Secretaris.