Een kijkje op mijn bijenstand.
Ik werk met de Simplex en kasten met dezelfde maten, de reformkasten. Gedeeltelijk pas ik de Alexander-methode toe, welke vooral bij dracht op de linde is aan te bevelen. Ik kweek zoo vroeg mogelijk jonge koninginnen op een gemakkelijke wijze, waarover ik een volgende keer iets wil mededeelen. In hoofdzaak werk ik volgens de seperatie-methode. Deze paste ik vroeger toe, zooals velen hem nog gebruiken. Wanneer in een volk koninginnecellen zijn aangezet en ingelegd, dan wordt de koningin opgezocht en men plaatst haar op de raat, waarop ze is gevonden, weer in de broedruimte met raampjes voorzien van kunstraat. De bak met de overige 9 broedraten en bijen plaatst men op den separator.
Wat zal er nu gebeuren met de bijen die naar boven zijn gebracht? De oude bijen vliegen daaruit en voegen zich weer bij de oude koningin die beneden is gebleven. De jonge bijen blijven boven en verzorgen het broed. Zij worden voor en na vliegbijen. In de eerste dagen is 't zeer stil aan de vliegopening van het bovenste volk. Langzamerhand wordt het daar levendiger. Daarbinnen worden de koninginnecellen opgebouwd en jonge moeders gekweekt. Heeft men gezorgd, dat het volk een jonge koningin heeft, (waarna de overige cellen worden uitgebroken) dan kan men na gunstig verloop verwachten dat deze koningin spoedig bevrucht is en een broednest wordt gevormd.
Thans is het tijdstip gekomen, om de beide volken, die eerst kunstmatig zijn gescheiden, om het zwermen te voorkomen, weer te vereenigen. Men neemt uit 't onderste volk de oude koningin weg en brengt dit moederlooze volk met raten en bak boven, terwijl men het bovenste beneden brengt, om na enkele voorzorgen den separator weg te nemen en den rooster te leggen. Men krijgt zoodoende een sterk volk.
Maar welke zijn de schaduwzijden van deze methode, welke reeds zooveel aanhangers telt? En is ze te vereenvoudigen?
In de eerste plaats is het voor vele imkers zeer moeiliik om bij de eerste „operatie" de oude koningin te vinden. De kast is dan zóó vol bijen, dat men vooral bij weinig oefening of bij minder goede oogen, lang moet tobben, eer men de moeder heeft. 't Is me wel gebeurd, dat ik binnen 10 minuten slaagde, doch ook, dat ik de kast weer moest sluiten, zonder de koningin gevonden te hebben.
En zoo gaat het met tal van imkers.
Een tweede bezwaar is de bevruchting der jonge koningin. Deze komt van de bruidsvlucht dikwijls op 't onderste volk, waar ze gedood wordt. Waarschijnlijk komt dit „vervliegen" der koningin door 't onderste volk, dat sterker is dan 't bovenste volk. Is de koningin vervlogen, dan komt de imker in moeilijkheden en heeft men geen reserve-koninginnen, dan heeft de separatie-methode meer kwaad dan goed gedaan. Hoe is nu deze methode (hierboven in hoofdtrekken aangegeven) gewijzigd?
Ik wacht tot een volk moerdoppen heeft aangezet, welke van eitjes of larven zijn voorzien, wat in onze streken soms half Mei het geval is bij krachtige volken. Dan veeg ik alle bijen op een bak met uitgebouwde raten, of kunstraten of ledige raampjes, al naar de omstandigheden zijn. De bak met afgeveegde raten, (die dus het broed bevatten) zet ik weer op zijn plaats, terwijl de afgeveegde bijen op een separator wordt geplaatst, boven op den eerstgenoemden bak. Wat zal er nu met de bijen gebeuren? De oude verlaten den bovenbak en vliegen voor en na weer naar haar oude plaats beneden. Boven blijft de oude koningin met de jonge bijen.
We hebben dus een „veger" gemaakt, een kunstzwerm. Deze zal zich uitstekend ontwikkelen, wanneer de imker slechts enkele voorzorgen in acht wil nemen. Er moet de eerste dagen gevoederd worden, zelfs al is er goed gewin, want we moeten niet vergeten, dat onze kunstzwerm vooreerst nog geen vliegbijen heeft. Er zal broed aangezet worden en voor de verzorging daarvan is voedersap noodig. Doch tot bereiding van dit voedsel is water onmisbaar en daarom verzuimen we niet, wat lauw water („broedwarm") te gieten over een ledige raat, waarbij de cellen gedeeltelijk gevuld worden, waarna deze raat wordt ingehangen. Als we nu maar zorgen, dat het volkje goed gedekt is, zoodat zoo min mogelijk warmte verloren gaat, dan garandeeren we één voorspoedige ontwikkeling.
Bij dezen gang van zaken heeft de separatie plaats gehad, zonder dat men zich feitelijk om de koningin bezorgd heeft gemaakt, wat vooral voor minder geoefende bijenhouders van belang is.
Het lastige uitzoeken is hier niet noodig. Ik behandel in een paar uren verscheidene kasten in mijn bijenstand, wat ook voor het verdere verloop een vereenvoudigde wijze van werken geeft. Daar ik dikwijls niet over veel tijd kan beschikken, neem ik bij het maken van kunstzwermen ook wel een volk dat wel normaal ontwikkeld, doch iets achter is gekomen en waar de koningin nog aarzelt om eitjes in moedercellen af te zetten.
Heeft de scheiding van den kunstzwerm plaats gehad, dan worden door de bijen beneden direct hulpcellen aangezet. Men forceert hier een weinig, wat in nood-breekt-wet gevallen best kan geschieden. Zoo'n kunstzwerm ontwikkelt zich ook goed.
Men moet nooit „vegen" tegen den avond, want dan gaan de oude bijen niet meer naar haar huis en blijft het broed beneden 's nachts onvolledig verwarmd. Eerst den volgenden dag vliegen ze terug. De geschiktste tijd is in de morgenuren.
Nu doet zich de vraag voor: „zal men de bijen vegen op een bak met hooge broedramen of met lage ramen? Het hangt er van af, waarvoor men zijn bijen bestemt. Wie zijn kracht concentreert op het heidegewin, brengt de bijen op hooge ramen. Zij hebben dan den tijd om van Mei tot Augustus boven een flink broednest te vormen en zich te ontplooien tot een krachtig volk. Vóórdat men naar de heide reist heeft de vereeniging plaats en men beschikt over zeer groote krachten, die in korten tijd op de heide veel honig kunnen halen.
Men kan ook vereenigen in begin Juli om slingerhonig op de boekweit te halen. Wie mooie eerste-klas raathonig wil winnen op klaver of boekweit, die veegt de bijen op lage ramen (gewone honigramen). De kunstzwerm komt dus in een honigbak. Dit heeft voordat men een lage ruimte krijgt, die later na de vereeniging zeer goed door de bijen op die temperatuur kan gehouden worden, welke noodzakelijk is voor het verkrijgen van raathonig. In een ruimte welke te groot is (zooals een broedbak als honigkamer gebruikt) kunnen de bijen niet of zeer moeilijk nieuwe raten bouwen of honig verzegelen. Vooral in ons land, waar 't gewin zoo wisselvallig is en meestal zoo kort duurt, is het lage raam alleen geschikt voor het winnen van raathonig.
Maar zal men vragen, wanneer vereenigt men de gesepareerde volken? Men kan wachten, tot het onderste volk een zwerm geeft, dus met jonge koningin. Deze zwerm wordt geschept en weer op 't volk teruggebracht, wanneer men daar eerst de moerdoppen zorgvuldig heeft uitgebroken. Wie niet op zwermen kan passen zooals ook met mij het geval is, breekt reeds voor de komst van dien zwerm de jongere doppen weg en laat de oudste en beste staan. Dit zijn flink uitgebouwde cellen op den rand van een raat ongeveer in 't midden van 't broednest. Een geoefend imker kan zulke doppen kennen aan vorm, kleur en insnoering beneden het deksel. Hoort men 's avonds in de kast fluiten, zoo wordt de reserve-cel, welke men heeft laten staan, tijdig uitgebroken en 't zwermen is voorkomen. (Het gebeurt soms dat ik van zoo'n volk vóór het uitbreken der doppen nog wel eens een veger met jonge moer maak).
We hebben nu de jonge koningin in de benedenste ruimte en de kans voor haar om bevrucht te worden is daar grooter. Is er een klein broednest gevormd, dan kan de vereeniging van het onderste en het bovenste volk geschieden zonder dat men bij deze methode de volken behoeft om te wisselen, wat besparing van tijd geeft voor den imker en minder storing voor de bijen.
Men moet echter niet vergeten, dat het bovenste volk, hetwelk zich uit den kunstzwerm (veger) heeft ontwikkeld, zich dadelijk moederloos zal gevoelen, wanneer daar de oude koningin is weggenomen, ook al is er door het leggen van een rooster gemeenschap gekomen met 't onderste volk. Er worden daarboven moederdoppen aangezet en de imker moet die na 6 dagen uitbreken. Doet men het te vroeg, dan bouwen de bijen om enkele jonge larven weer doppen op. Dit nazien is dus een vereischte en dan vereenigen de volken zich goed. Ik heb wel eens een volk die doppen laten uitbroeden. De koninginnen die er uitkwamen werden bij de een gedood terwijl bij een ander volk, schijnbaar onder gelijke omstandigheden, er een zwerm op kwam. Men kan in 't bijenleven nog zoo weinig zeggen, zóó of zóó zal 't absoluut zeker gaan. We weten er nog te weinig van en ook bij deze methode zijn nog heel wat waarnemingen en studies te maken.
Bij de vereenigingen der volken beleggen de bijen in de bovenste ruimte ongeveer 5 of 6 lage ramen grootendeels met broed gevuld. Die broedramen verdeelt men over de geheele ruimte om den ander een leeg raam tusschen de volle. Spoedig komen bijen van beneden door den rooster naar boven. We hebben met deze methode mooie bakken met raathonig gewonnen. Wellicht maakt iemand de opmerking, dat in de broedramen toch geen raathonig kan gewonnen worden. Dat is ook zoo, en daarom kan men ze er uit nemen en door leege raampjes vervangen.
Men kan de raampjes broed in zijn bijenstand op verschillende wijzen gebruiken. Deze methode is te verbeteren en niet ieder zal er dezelfde resultaten mee halen. 't Hangt af van de persoonlijkheid van den imker, van 't gewin enz.
We wezen de hoofdlijnen aan en gaven de methode voor hen, die 1e. geen tijd hebben om op een voorzwerm te passen, of die 2e. moeite hebben een koningin uit een groot volk te zoeken, of 3e. er mee sukkelen om de jonge koninginnen boven bevrucht te krijgen.
Ederveen,
T.C. HOOTSEN.