Bernagie.
In de opgaven van honiggevende gewassen, welke aanbeveling verdienen in de omgeving van den bijenstand te worden geteeld, dient mijns inziens meer aandacht te worden geschonken aan bovenstaande gewas, populair bekend onder den naam van „prikneuzen" een voor haar uiterlijk zeer typeerenden naam. Om meer dan een reden acht ik mijn meening gegrond en wel speciaal met betrekking tot de kleistreken.
't Is mij namelijk gebleken, dat in de verschillende bloemzaadmengsels, welke worden aanbevolen om de omgeving van den bijenstal, wat op te vroolijken, zeer veel soorten zijn, die op kleigrond geteeld niet of weinig door de bijen worden bevlogen.
Zoo wordt de bloem van de bijenplant Phacelia, slechts sporadisch bezocht door de honigbij, indien geteeld op zwaren Zeeuwsche kleigrond. Vermoedelijk zal een te forsche ontwikkeling der bloemkroondeelen, hiervan de oorzaak zijn, zoodat de honigbron voor de bij niet is te bereiken.
Het betreft hier niet de teelt van een gewas als de klaver, die ook buiten het gebied der bijenteelt van economisch belang is, doch de teelt van de plant, die zich bij uitstek leent voor 't vullen van verloren hoekjes, in elken particulieren tuin dikwijls maar al te veel vóórkomende.
Bernagie levert verscheidene generaties per seizoen en zoo kan men gedurende 't geheele bijenjaar bloeiende exemplaren waarnemen. Elk stervormig bloempje, met haar karakteristiek blauwe bijenkleur, levert 4 zaadjes die bij rijpheid op den grond vallen, waardoor de plant zich steeds verder verspreidt.
Een goed uitgegroeide plant heeft een doorsnede van ruim 50 c.M., zoodat men slechts enkele exemplaren noodig heeft, wat met 't oog op de lastige zaadwinnmg een groot voordeel is. Rondom de zaadvormende planten ziet men spoedig een rijke nakomelingschap optreden, die men met succes kan uitplanten, hoewel de niet-verplante 't krachtigst zijn. Wanneer men eenmaal enkele exemplaren heeft, moet men zelfs maatregelen treffen om haar standplaats tot die verloren hoekjes te beperken.
Al behoort de Bernagie niet tot onze mooiste tuinbloemen en leenen de ruwbehaarde bladeren en stengels zich niet voor dierlijk voedsel, hare eigenschap den gehelen dag door en zelfs bij regenachtig weder, een rijke honigbron te zijn zal vergoeden wat ze in andere opzichten te kort komt.
De Bernagie werd door mij in 't wild gevonden in de buurt van Maasland; 't is echter niet onwaarschijnlijk, dat ze oorspronkelijk afkomstig is uit den tuin van de dichtst bijgelegen boerderij.
In de wilde flora's wordt ze opgegeven als zeer zeldzaam, afkomstig uit 't Middellandsche Zee-gebied en ook onder de geneeskundige kruiden vindt men haar naam genoemd.
A.W. VAN DE PLASSCHE, Wageningen.
Phacelia honigt bij ons evenals de Borage, zeer goed.
De naam prikneus voor Borage is ons niet bekend. Lychuis Coronaria noemen we prikneus.
H. Stienstra.