UIT 'T BUITENLAND.
Wasbesparing
Bienenvater schrijft over wasbesparing het volgende:
Wasbesparing kan plaats vinden: 1. Door de kunstraat zoo dun mogelijk te gieten; 2. door de bijen tot meerderen wasbouw te prikkelen.
Om zeer dunne kunstraat te bekomen, neemt men vijf even groote glasplaten, iets grooter dan de kunstraat, welke men noodig heeft. Verder heeft men een bak noodig, diep en breed genoeg om deze glasplaten er gemakkelijk in te brengen, nog een kleineren bak om de als reserve-voorraad was in te smelten en een pot met het losmiddel. (Het losmiddel kan men krijgen door eenige aardappels te raspen en in water door een doekje te kneeden. Het zetmeel slaat dan neer en de vloeistof, die men overhoudt is een goedkoop en goed losmiddel).
Den grooten bak vult men met water en klompen was tot aan den rand. Vervolgens verwarmt men, tot het was gesmolten is en laat vervolgens zoover afkoelen, dat men zonder pijn den vinger in het gesmolten was kan houden. Men neemt nu een der glasplaten, die eerst met een spons, die 't losmiddel heeft opgezogen, aan beide kanten wordt bestreken. Vervolgens dompelt men de glasplaat in het was en haalt de plaat weer snel rechtstandig naar boven; men zet de met was bedekte plaat op zijn kant. Evenzoo handelt men met de andere platen.
Met een mes neemt men het was van de kanten weg en trekt twee zeer dunne bladen van de voor- en achterzjjde van de glasplaat af. De platen gebruikt men nu weer voor 't zelfde doel en kan zoo in 1 uur wel 150 bladen was krijgen. Wanneer het laagste deel der plaat niet meer met was bekleefd is bij 't uithalen, voegt men was uit den reserve-bak toe.
Vervolgens moet er gedrukt worden. Daarvoor neemt men een raampje, dat over de lengte en breedte op 5 c.M. afstand met dun bindgaren is bespannen. Op dit net wordt een wasblad gelegd en houdt het boven een matig warme haardplaat. Bij de juiste temperatuur zal de wasplaat spoedig week worden. Op dat oogenblik legt men de wasplaat in de Rietsche pers, die vooraf met het losmiddel is bestreken, sluit den gietvorm snel en drukt flink. Na 't openen kan men de raat gemakkelijk uit de pers nemen. Deze kunstraat is nu zeer dun, kan echter toch met draad in de raampjes worden gebracht.
Mocht soms aan den onderkant de draad door de raat heen schemeren, dan zal men met een penceel, die in vloeibaar was gedompeld werd die plaats daarmede bestijken. Op deze wijze kan men, volgens den schrijver, tweemaal zooveel raten bekomen uit dezelfde hoeveelheid was, als volgens de gewone methode van raat gieten door de Rietsche pers.
Deze kunstraat wordt door de bijen gaarne aangenomen en uitgebouwd. Men hangt ze eerst tusschen ’t laatste en op een na ’t laatste raampje. Zoodra de bijen echter met uitbouwen zijn begonnen, tegen het broednest.
De tweede manier om veel was te bekomen, komt op 't volgende neer. Tijdens de hoofddracht plaats men als laatste raampje een leeg raampje met een reep voorwas, ter breedte van een c.M. De bijen zullen dit met darrenraat uitbouwen. Na zes dagen snijdt men al de gebouwde raat weg, en hangt 't raampje weer op zijn plaats. Opnieuw bouwen de bijen darrenraat, die men weer wegneemt. Dit bouwraampje levert op deze wijze heel wat mooie, zuivere raat. (Dit houdt meteen het zwermen tegen). Veel was krijgt men ook door zwermen tijdens de hoofddracht op reepen kunstraat te plaatsen. Vereenigt men in den herfst een drietal zwermen tot één volk, dan is de bouw der twee andere het wasgewin.
H. Stienstra.
Prijzen in Frankrijk.
In 't laatste nummer van L'Apiculteur 1918 wordt gemeld, dat bevolkte woningen werden verkocht tegen 100 fr. en meer.
De imkers spreken van groote sterfte in 't voorjaar, wegens voedselgebrek; weinig zwermen en sedert werden veel volken verkocht om te worden uitgebroken tegen 40 à 50 fr. per stuk.
Op de markt te Saint-André te Charrier, waren weinig bijenkooplui. Ze waren alleen gekomen om naar de prijzen te vernemen. Geen verkoop. Te Beauce, zijn nog slechts 1/5 van 't aantal volken van voor den oorlog en er zijn er geen te koopen.
Laten wij nu toch eens probeeren, deze tekorten voor goed geld aan te zuiveren.
H. Stienstra.