De Algemeene Vergadering op Vrijdag 25 April, des voormiddags 11 uur, in hotel l'Europe, Vredenburg te Utrecht.


De Algemeene Vergadering deed weer de verschillende afgevaardigden der meer dan 150 afdeelingen in Utrecht bijeenkomen, om de vermoeienissen en emoties mede te maken, die verbonden zijn aan de vergaderingen van het wetgevende lichaam onzer vereeniging.
Het kwam mij voor, dat er veel nieuwe gezichten waren, en dat meerdere oudgedienden ontbraken.

Dat bij sommigen weinig animo aanwezig is, de vergadering bij te wonen, zal men begrijpen, als men bedenkt, dat 't geen kleinigheid is vanaf 11 uur tot zes uur opgesloten te zitten, met een kleine pauze, maar dat zou nog niet zoo erg zijn, indien men dan alles tot zijn recht zag komen; dat ging echter niet, daarvoor was er te veel te verhandelen en te stemmen, zoodat een der afgevaardigden de opmerking maakte, dat de vergadering veel weg had van een stemmachine.

Het zou een goed ding zijn, als zoodanige maatregelen werden getroffen, dat bijv. de stemmingen voor H.B.-leden niet meer op de vergadering noodig waren. Wellicht, dat de vergadering dan althans om 5 uur afgeloopen kon zijn en er eenigen tijd overbleef voor gezellig samenzijn en ook tijd om te voorzien in de nu eenmaal noodzakelijke zorgen voor 't lichaam.

Wij bewonderen onzen Voorzitter, die met frischheid, zonder symptonen van vermoeidheid, de vergadering tot het einde leidde.
Ik denk, dat de eerste dagen na de vergadering, hij wel zal gevoeld hebben, welk een vermoeienden dag achter den rug was.
Een eeresaluut aan onzen voorzitter mag hier niet achterwege blijven. Hij volgt vaste lijnen, dwingt daardoor eerbied af en met vertrouwen kan de vereeniging het verdere te voorschijn komen daarvan tegemoet zien. Het is niet te hopen, dat de afdeelingen de middelen daarvoor aan 't H.B. zal blijven onthouden, maar straks bij referendum, dus bij stemming, zullen verklaren, dat 't quotum per lid op ƒ 1.50 wordt gebracht. Zonder geld zal geen Bestuur in staat zijn iets te doen. We moeten niet vergeten dat thans met 't zelfde geld niet meer 't zelfde kan worden gedaan als vroeger.

Aan 't H.B. ontbrak de heer Bezema, die wegens gezondheidsredenen zijn functie heeft moeten neerleggen. De Voorz. weidde eenige welwillende woorden aan den heer Bezema met wien hij in de betrekking van H.B.-lid aangenaam had kunnen samenwerken.
Ook de heer van Giersbergen werden eenige woorden van waardeering toegevoegd, nu deze niet meer in dienstbetrekking staat tot de Vereeniging Bijenteelt, maar als Rijksbijenteelt-consulent, dezelfde kracht zal kunnen ontwikkelen om de bijenteelt in Nederland vooruit te brengen, waarmede hij tot heden succesvol is werkzaam geweest

Ook op deze vergadering was de regeering noch door den Dir.Gen. van den Landbouw, noch door den Inspecteur van 't Landbouwonderwijs vertegenwoordigd. Kennis van verhindering wegens ambtsbezigheden was hierover ingekomen.
We vermelden nog, dat de heer van Os. Dir. van de afd. Handel, van de suikerlevering en secr.-penn. der Ver. ontbrak. Langdurige en ernstige ziekte is daarvan de reden.
De kolossale werkprestatie, die de Vereeniging 't verloopen jaar van hem vergde, zal hieraan wel niet geheel vreemd zijn. Gelukkig, dat de heer van Os thans in zooverre is hersteld, dat hij zijn functie's weer spoedig zal kunnen vervullen. Wij wenschen hem hiermede hartelijk geluk.

In zijn openingsrede herdacht de voorzitter de moeilijke oorlogsjaren, die voorbij zijn, maar ook thans is er nog geen vastheid. De moeilijkheden der tijdsomstandigheden en ziekte van H.B.-leden, alsmede die van den Secr., veroorzaakten veel stagnatie en beletten vaak een geregelden gang.
Een van de voornaamste feiten van 't afgeloopen jaar is de opleidingscursus voor 't diploma Bijenteelt, waardoor een twaalftal onderwijskrachten werden gewonnen, die reeds dit jaar met succes in verschillende plaatsen van 't land cursussen hebben gegeven. De verslagen dier cursussen zijn zeer bevredigend.

Gaan we thans in volgorde der agenda na wat er op de A.V. is afgehandeld.
Tot aan punt 11, partiëele wijziging der Statuten en 't Huish. reglement, ging 't met bekwamen spoed.
Bij punt 3, jaarverslag, werd opgemerkt, hoe slecht de opgave is van 't aantal bijenvolken. De totaal opgave is ruim 50000 volken, waarvan ongeveer 10.000 in lossen bouw. Deze opgave geeft niets. Daar 't toch van zeer groote waarde is een goede statistiek te hebben, waardoor fouten kunnen worden opgespoord en middelen worden gevonden om verbetering aan te brengen, zal deze statistiek op een andere wijze, dan de tegenwoordige moeten plaats hebben. De waarde eener goede statistiek schijnt in de bijenteelt nog weinig doorgedrongen. De verschillende rapporten over rek. en verantw. 1918 Suikerfonds en afd. Handel, werden aangehoord en zijn in de verschillende nos. van 't Maandschrift vermeld. Het Suikerfonds bedraagt thans ƒ18893.40. de afd. Handel leverde een winst van ƒ4603.995.

De Vergadering wenschte, op voorstel der afd. Oss en Twello, dat 't geldelijk beheer dezer verschillende afdeelingen onder voortdurende controle van een accountant zou worden gesteld, wat werd vastgesteld. Toch zal ook een commissie blijven bestaan om de rekening en verantwoording na te zien, daarvoor werden aangewezen de afd. Brummen en Tilburg terwijl bestaande commissies onder dankbetuiging werden ontbonden.

De verschillende stemmingen, die noodzakelijk waren voor de verkiezing van H.B.-leden, hadden tengevolge, dat de heer L. van Giersbergen werd gekozen in de vacature, ontstaan door het bedanken van den heer Bezema, terwijl de 2 aftredende bestuursleden, de heeren Prof. A.M. Sprenger van Wageningen en S.A. de Visser van Kruiningen werden herbenoemd.

Punt 11 was de partiëele herziening der Statuten en 't Huishoudelijk reglement. Er werden zeer veel woorden over gesproken, veel over gestemd en de inzichten liepen niet weinig uiteen. Het resultaat is geweest dat de voorstellen in hun geheel werden aangenomen met eenige wijzigingen, waaronder één van 't meeste belang, daardoor haast wel 't zwaartepunt, maar dit is nog niet geheel afgewerkt.
In art. 7 der statuten, waarin werd voorgesteld, de jaarlijksche bijdrage der leden op minstens 2 gld. te stellen, werd veranderd in:
De jaarlijksche bijdrage der gewone leden, wordt door de afdeelingen zelve geregeld; die der begunstigers bedraagt minstens ƒ 5.—.
De bedoeling van den voorsteller was, de afd. vrij te laten in de wijze, waarop de contributie der leden wordt geregeld. Men kan thans heffen naar verschillende maatstaven, bijv. naar welgesteldheid. naar 't aantal volken, naar de hoeveelheid suiker, of zooals de leden op een afdeelingsvergadering bij meerderheid van stemmen dit besluiten.
Het af te dragen quotum aan den penn. wordt nu bij huishoudelijk reglement vastgesteld.
De vaststelling van 't quotum op 2 gld. per lid mocht geen meerderheid verwerven, er zal nu nog een stemming plaats hebben, of 't quotum op 1.50 gld. zal worden gebracht
De verhooging van 100 gld. tot 5000 gld. voor 't voeren van processen werd toegestaan, niet voor de vervreemding van eigendommen, wat 't Hoofdbest. ook niet wenschte.
Bij acclamatie werd 't voorstel van 't H.B. met de aangebrachte wijzigingen ten slotte goedgekeurd.
Gevolg hiervan zal zijn, dat binnenkort een verkiezing van twee H.B.-leden zal worden uitgeschreven om 't aantal van 5 op 7 te brengen.

De goedgekeurde Ontwerp-Begrooting over 1919 heeft reeds rekening gehouden met enkele der financieële gevolgen dezer herziening, zoodat de vergoeding voor reis- en verblijfkosten der leden over 1919 naar de nieuwe regeling zal plaats hebben.
Het voorstel Steenwijkerwold en omstr. werd met 96 voor en 85 stemmen tegen aangenomen, waaruit voortvloeit, dat het meer-betaalde voor suiker in 1918, die op tijd was besteld, zal worden teruggegeven en over de totaal-suikerlevering van 1919 zal worden omgeslagen.

De overige voorstellen omtrent het reizen met bijen, het bijeenroepen der zeemerijen, het oprichten eener centrale zeemerij en de bevordering van 't invoeren van geschikte werktuigen voor het zeemen, waren het H.B. svmpathiek.
We zullen in de toekomst dus veel werk van 't Hoofdbestuur mogen verwachten; want zeker zijn genoemde voorstellen voor de ijmkerij van 't hoogste gewicht.
Het voorstel Oss was door 't H.B. niet juist begrepen. Het bedoelt 't aantal stemmen niet per 25 maar per 10 leden te tellen, wat de voorzitter nadere overdenking toezegde.

Hierna werden nog enkele besprekingen gehouden, maar de vergadering was duchtig aan 't verloopen: 't was trouwens zes uur geworden. De meesten moesten voor dien tijd weg, om hun trein niet te missen. De voorzitter deelde nog mede, dat het reservefonds der H.K. thans was geklommen tot ƒ 10420.255. maar dat 't bestaan van zulk een fonds, wat de leden goedkeurden, noodig was in dezen tijd, zou de H.K. haar werk naar behooren kunnen verrichten.
Het einde der verg. kon ondergeteekende niet geheel afwachten, gaarne zou hij anders de gelegenheid hebben aangegrepen om de leden te verzoeken een uiting van sympathie te geven aan onzen eminente voorzitter, die zulks zeker wel heeft verdiend.
S.