Het reizen met Bijen.
Meermalen hebben wij in 't Maandschrift erop gewezen, dat vooral ook het reizen met bijen een onderwerp is, waarop voortdurend de aandacht moet worden gevestigd. Zooveel mogelijk moet naar middelen worden uitgezien, dat de beletselen, die 't reizen met bijen in den weg staan, worden weggenomen. Ook wordt van 't reizen zelve nog niet het voordeel getrokken, dat er werkelijk mee behaald kan worden.
Volgens gesprekken, die ik meermalen met oudere ijmkers hield, of met jongere, die zulks van overleveringen weten bijv. doordat ze in een dorp wonen, waardoor de ijmkers moesten trekken om op plaatsen te komen, die ze voor hun volken kozen, moet het reizen in vroegere jaren zeer algemeen zijn geweest en van heel wat meer beteekenis dan tegenwoordig.
Wat van dien achteruitgang de oorzaken zijn, is een gemakkelijk op te werpen, maar niet zoo gemakkelijk te beantwoorden vraag. De een schrijft 't toe aan den verminderden boekweitverbouw, de ander aan iets anders, de hoofdzaak zal wel wezen, dat 't vaak niet loonend was. Dit als gevolg van de geringe prijzen die voor 't product werden behaald, terwijl de arbeid, op andere wijze verricht, beter werd betaald. Nu dit jaar de prijzen heel wat beter waren, was 't reizen ook voordeeliger.
Ik ken althans een ijmker, die door 't reizen dit jaar zich zeker een meerinkomen van duizend gulden bezorgde.
Wij houden ons hier veel te weinig bezig met statistiek, om bepaalde voordeelen met cijfers aan te toonen. De statistiek staat bij de bijenteelt nog veel te veel op den achtergrond en toch kon ze ons zoo groote diensten bewijzen, evenals aan den koopman het boekhouden. Nu moeten we altijd komen met onze vermoedingen, dan zouden het cijfers zijn, die we zouden kunnen voorleggen Ook de ijmker houdt veel te weinig boek. Zelfs met de beteekenis van de bijenteelt in ons land zijn we maar slecht op de hoogte, omdat cijfers ontbreken.
Een goede statistiek geeft ons aan hoe we de bijenteelt moeten inrichten om tot de grootste voordeelen te komen. Indien zulk een statistiek ook slechts te krijgen is met opoffering van veel geld, dan is zulks toch nog voordeelig.
HET REIZEN MET BIJEN IS NOODZAKELIJK OM EEN VERHOOGDEN OOGST TE KRIJGEN. Nu verbloeien een massa bloesems van fruitboomen, oliezaden, en zooveel andere gewassen, die veel honig hadden kunnen geven, en nu zelfs minder vrucht opbrengen. Hoeveel honig zou nog niet van de heide zijn te halen, indien deze in alle opzichten werd benut! Daarvoor is het razen noodzakelijk, want in de omgeving der heide is veelal niets te vinden, om de bijen zoover te brengen, dat ze tot de heidebloei zich naar behooren kunnen ontwikkelen.
Dr. Enoch Zander zegt, dat vóór 1915 de gemiddelde opbrengst van de koninklijke inrichting voor Bijenteelt te Erlangen, 22 pond honig was. De volken, waarmede gereisd werd, brachten daarentegen gemiddeld 52 pond op. Het hoogste bedrag, dat op den stand werd behaald van een volk, was 48 pond en daar staat tegenover, dat het hoogste bedrag van een volk, waarmede werd gereisd, 111 pond bedroeg.
De vraag dringt zich hier naar voren: waarom beschikt onze Vereeniging niet over een bijenstand, waarmede gereisd wordt, zoodat met Hollandsche cijfers kan worden aangetoond, dat 't reizen met bijen in Nederland al of niet voordeelig is en in welke mate. Het antwoord zal wel wezen, dat de Vereeniging daarvoor niet over genoeg financiën beschikt. Dat moet in 't vervolg niet meer 't geval zijn. Voor zulke dingen moet er geld wezen, anders begrijpt men zijn eigen belang niet.
Om te reizen, gingen de ijmkers zich vroeger vaak combineeren; één had soms geen voldoende bijen voor 't transport, meer nog kwam in aanmerking, dat men de bijen liever bijeen zette; er was dan maar één oppasser noodig. Zoo trok men, naar één punt. Hieraan was ook weer een nadeel verbonden. Te veel bijen zette men soms bij elkander, zoodat slechts een klein stukje van de heide kon worden benut. Meer verdeeling, door de bijen in groepen van 50 bijv. bijeen te zetten op anderhalf uur afstand van elkander, zal een beter benutten van de heide in de hand werken Het combineeren is echter van zeer veel belang. Daarvoor is een leider noodig, iemand, die weet te organiseeren en daarvoor ook den tijd heeft.
Jaarlijks trekken nog steeds ijmkers van uit Drente naar de Groninger koolzaadvelden, maar 't is nog niet verder gekomen, dan een poging om gezamenlijk van één trein gebruik te maken, ten einde de bijen ter plaatse te brengen. Daarvoor zou natuurlijk een centraal punt noodig wezen, van waaruit de bijen in Groningen op de verschillende plaatsen gebracht konden worden. Zoo'n plan moest eerst goed worden bestudeerd en vooraf behoorde er reclame voor gemaakt te worden onder de belanghebbenden.
Nu reist ieder op eigen houtje, en 't reizen zelve is van geringe beteekenis; behoorde juist van groote beteekenis te zijn.
Beter geregeld was 't reizen met bijen naar Zuid-Limburg tijdens de kersenbloei. Daar werkten de bezitters van kersenboomgaarden samen met de ijmkers. De vriendelijke bewoners van Zuid-Limburg ontvingen de noordelijke ijmkerbroeders met hartelijkheid en 't is mij bekend, hoe daarvan nu nog wordt gesproken door hen, die tot de eerste ijmkers benoorden, welke aan den oproep gehoor gaven om naar die kersenboomgaarden te gaan.
Elders zijn ook wel pogingen gedaan om de ijmkers te lokken maar 't is voorgekomen, dat tijdens de bijen aanwezig waren, bessen met arsenicum en koperverbindingen werden bespoten tegen de bessenspanrups en dit zal zeker ten gevolge hebben, dat de ijmkers daar vandaan zullen blijven met hun bijen.
Het reizen van bijen vindt ook nog een beletsel in de onkunde der telers van koolzaad met 't nut, dat de bijen doen voor de bevruchting.
Er zijn er nog velen, die in dit nut niet gelooven. Ook hier zou men weer met cijfers dit nut moeten kunnen aantoonen. Voor cijfers heeft men meer ontzag, dan voor beweringen.
Wat zou nu gedaan kunnen worden om tot een goed gebruik van t reizen met bijen te komen?
Er is tweeërlei reizen. Reizen naar de zomerdracht en reizen naar de hersftdracht. Allereerst moet een juiste studie worden gemaakt, waarheen de ijmkers in herfstdrachtstreken moeten trekken om van de zomerdracht te profiteeren.
De enkele ijmkers, die naar de zomerdracht trekken, behalen ook nog niet de voordeelen, die daarmede zijn te bereiken.
Zij trekken er alleen maar heen om hun bijen op volkssterkte te brengen, teneinde met de gekweekte bijen later de heidedracht te benutten. Dit ligt natuurlijk voor een goed deel aan de woning waarmede gewerkt wordt, n.l. aan den gewonen strookorf. Deze ijmkers moesten den gewonnen honig van de zomerdracht uitslingeren, omdat de slingerhonig veel meer opbrengt dan de heidehonig. Daar de toename in volkssterkte hier 't doel van 't reizen is, is menig reizend ijmker daarmede opgehouden sedert er suiker verkrijgbaar is. Enkele ijmkers, die op de voorjaarsdracht reizen, breken de korven wel uit, indien 't gewin zeer goed is, maar dit is meer uitzondering dan regel.
Omgekeerd is 't ook noodig voor de ijmkers der zomerdrachtstreken, dat er studie wordt gemaakt van de heidestreken, waarheen ze kunnen trekken, om van de heide den honig in ontvangst te nemen, die ze aanbiedt, en welke haar zoo weinig wordt ontnomen
Alle heide is n.l. lang niet evengoed. Met enkele woorden is ook niet aan te geven, welke heide wel en welke niet goed is. De practijk moet dit leeren. De heide werkt ook niet gelijktijdig. Er zijn ijmkers, die, nadat de bijen op de hooge heide hebben gevlogen, een paar uren verder trekken om van de lagere veenheide te profiteeren.
In onze omgeving honigde verloopen jaar de dopheide zeer goed, daarmede kan worden begonnen. Natuurlijk kan allereerst geprofiteerd worden van de boekweitvelden. Behalve op goede heide, moet ook gelet worden op een goede standplaats. Er behoort eenige bewaking te zijn en de bijen moeten eenige beschutting hebben. Verder moeten de bijen niet in te grooten getale bijen staan.
Te laat moet men niet naar de heide gaan evenmin als naar een ander drachtgebied. Voor de eigenlijke dracht begint, dienen de bijen ter plaatse te wezen. Ze kunnen zich dan eerst oriënteeren en direct haar slag slaan, als een mooie dag aanbreekt.
Als men van plan is om te reizen, moeten de volken vooraf niet worden verontrust, de raten niet worden losgemaakt en deze moeten, voor zoover dit mogelijk is, gedraad zijn.
Bij de ijmkers zit ook nog te veel het idee voor, dat met kasten niet kan: worden gereisd. Dit kan zeer goed, maar wanneer men gewoon is met korven te reizen en 't vervolgens met kasten zal doen, moet de manier van handelen daarbij worden geleerd. De meester is dan weer een oogenblik leerling. Daar wij meerendeels met kasten werken, die van boven worden behandeld, is 't gereedmaken daarvan voor 't reizen, nogal gemakkelijk. Omdat tijdens het reizen daarmede gemakkelijk de noodige luchtverversching is aan te brengen, door de bovenbedekking door 't reisraam te vervangen.
Kort voor 't vertrek, als de bijen binnen zijn, worden de vlieggaten gesloten.
Het opladen der volken moet met zorgvuldigheid plaats hebben. Een der hoofdzaken, waarop moet worden gelet, is de richting, waarin de raat komt te staan ten opzichte van 't stooten.
De stooten moeten opgevangen worden door de smalle kanten der raten. In den spoorwagen zet men de kasten daarom zoo, dat de raatkanten naar den locomotief zijn gericht; op den transportwagen zullen ze naar de zijden gericht zijn, omdat de stooten van onderen komen.
Voor 't reizen is de nacht de meest geschikte tijd, zoodat men ter plaatse aangekomen is, als 't begint te dagen.
Bij 't reizen eind April, begin Mei, kan men ook wel in den morgen reizen.
Ter plaatse aangekomen, worden de kasten op een paar balkjes gezet en met asphaltpapier tegen regen beschut.
Veelal neemt men de maatregelen veel minder goed, dan ze hier worden aangegeven. Men maakt wel gebruik van de technische voordeelen, die de ligging aanbiedt, vooral wanneer meermalen op de heide naar dezelfde plaats wordt gereisd. Langzamerhand wordt 't terrein dan zoo aangelegd, dat de bijen een goeden stand hebben, zonder dat van balkjes behoeft gebruik te worden gemaakt. De heideplag dient meestal als middel ter beschutting.
Aanbeveling verdient 't evenwel zich zoo in te richten, dat de volken tegen weersinvloeden voldoende beveiligd zijn en dit zal zoo wezen, als 't reizen meer dan heden wordt toegepast.
Een zeer voorname zaak om 't reizen meer dan heden tot zijn recht te doen komen, is, dat er gelegenheid wordt gegeven om goedkooper te reizen en zoo als dit overeenkomt met de noodzakelijkheid van 't bedrijf.
Meermalen zijn daarvoor pogingen gedaan. Er was zelfs een oogenblik, dat we meenden in Drenthe daarmede te zijn geslaagd, maar, ofschoon iets verbeterd, bleken de pogingen te zijn gefaald. Langzamerhand gaan de oogen echter meer open. Thans komt het erop aan, dat de productie in alle opzichten wordt vergroot en dit kan, wat de honig en was betreft, ook door een beter en meer reizen, maar daarvoor is 't noodig. dat 't reizen goedkooper kan plaats hebben en in overeenstemming wordt gebracht met de eischen, die 't reizen met bijen stelt.
We zullen hopen, dat daarvoor krachtige pogingen worden gedaan, want nu is er alle reden om aan te nemen, dat er naar geluisterd zal worden.
S.