Op ijmkerbezoek. 1)
Voor eenige dagen kreeg ik van een imkervriend bericht, hem eens met een bezoek te vereeren, waaraan ik gaarne voldeed. Na een paar dagen begaf ik mij per fiets op weg. 't Was gelukkig goed weer en de zon liet niet op zich wachten. Na een uur gefietst te hebben, kwam ik bij mijn vriend aan. 'k Trof hem bij den bijenstal, want reeds enkele volken maakten een reinigingsvlucht; dientengevolge rustten er al heel wat bijen op het voor den bijenstal gespreide droge stroo. Wij lieten de volken maar met rust, om na den middag een kijkje te nemen. Onder het rooken van een pijp tabak, gingen we bij moeder de vrouw in de kamer.
„Nu, die tabak, dat wordt wat; duur en dan bij het onsje, er is haast geen goede rooktabak meer te bekomen", bracht mijn vriend in 't midden. Zeker, ook ik heb er mede te kampen, tabak is op het oogenblik een weeldeartikel. En 't is voor de imkers in 't geheel geen weeldeartikel, wij moeten haar bij de bijen gebruiken; misschien was het beter gezamenlijk aan te koopen, er is reeds een afdeeling waar de leden dit doen en het bevalt goed, werd mij verzekerd. Volgens mij zou het evengoed kunnen als met de suiker. De afdeeling Handel moest er zich maar voor inrichten. Ik zou denken, dat ze ons dan veel goedkooper geleverd kon worden, wij hadden dan al die tusschenpersonen niet noodig.
Onderwijl we het een en ander de imkerij betreffende bespraken en het middagmaal genoten hadden, was de zon achter de wolken verdwenen. Men zag geen bijen meer voor de korven vliegen, nu was het tijd om eens een kijkje te nemen. Zooals gezegd, lag er droog stroo voor den bijenstal over den grond gespreid, waarop de bijen konden rusten tijdens de reinigingsvlucht. Opmerkelijk was het, dat er zoo weinig bijen verkleumd achtergebleven waren. Het strooien van stroo bleek een goed middel om het verkleumen te voorkomen; ik heb het wel eens anders gezien. Dat de bijen in hoopjes bij elkaar gekropen, van koude waren omgekomen op den natten bodem. Zoo hier en daar pakten we een korf uit de rijen, er waren een honderdtal bijenvolken aanwezig. We merkten op, dat sommige volken nogal wat dooden onder den korf hadden liggen, en dat er slechts 3 a 4 rijtjes mul (afgeknaagde wasdeelen) op de plank aanwezig waren. Mijn vriend maakte mij erop opmerkzaam, dat het zoogenaamde heide-koningingen waren, in die korven, waar veel dooden onder lagen. De eerste zwermen van 1918 hebben in Augustus weer een zwerm gegeven, deze algezwermde zwermen bezitten een koningin, die in Augustus geboren is, en heidekoningin wordt genoemd. En wat dunkt u daarvan, zouden die korven daarom veel slechter zijn?
Er wordt altijd gezegd, dat het slechte kostbijen zijn; maar dit euvel moet niet altijd op rekening van de koninginnen worden gesteld. De bijen, die nu bij haar in den korf aanwezig zijn, acht ik te oud, doordat in Aug. de koningin onbevrucht was; toen werden dus geen bijen geboren. In September werden er toen nog een klein aantal jonge bijen geboren, en dit is het volkje, dat straks nog over is van de bijen met haar heidekoningin. Voeg er in September een volk bij van andere korven, die veel jonge bijen bezitten, dan zult ge over uw heidekoningin niet hebben te klagen. En nu, zooals ze thans zijn, zou ik die korven straks wat drijf voeder geven, honig, met water, dan komen ze beter vooruit. Buitendien bevalt het mij zeer goed alle volken wat drijfvoeder te geven, op 't laatst van Maart al te beginnen, want als men dan in Mei de bijen bij het koolzaad heeft geplaatst, zit er leven in.
Nadat we nog zeer goede korven gezien hadden, kregen we een volk, dat geheel opgevoerd was met suiker, hetwelk zeer goed leek, al waren de cellen wat blauwachtig. Ik had dit al eens in 't Maandschrift gelezen, dat het geheel opvoeren met suiker wel beviel en daarom neem ik een proef. Van den vasten bouw moest meer in 't Maandschrift worden vermeld, zeide mijn vriend. Ja, maar dat is ook de schuld van de vaste bouwimkers zelf, die schrijven ook nooit eens wat in 't Maandschrift. Er zijn genoeg zeer ervaren imkers, die den vasten bouw beoefenen; waarom deelen die hun ervaringen niet eens mede? Onderwijl was het bijna avond geworden en lieten wij nu de volken met rust. 't Plan maakten wij te zamen den volgenden dag een bezoek te brengen bij een anderen collega.
W.
1) Reeds in Maart gezet.