INGEZONDEN.
Wageningen. Juli 1919.
Het viel mij op, dat op 4 Juli voortdurend poppen en bijna volwassen werkbijen uit een korf naar buiten werden gedragen. De musschen hadden dit spoedig waargenomen, deze wachtten het oogenblik af, dat zoo'n pop op den grond viel en haar weg te halen. Soms, waren twee werkbijen noodig om den last naar buiten te sleepen. Kleinere poppen konden in de vlucht worden meegenomen.
De vraag was nu de oorzaak van dit verschijnsel te vinden. Het weer was slecht, vele dagen achtereen regen; maar als het even droog was, vonden de bijen op de linde volop voedsel; toch heb ik suiker bijgevoerd.
Op 26 Juli werd de korf per fiets overgebracht in de omgeving van Nol in 't Bosch; boekweit, serradel, dopheide was daar in de nabijheid volop in bloei. Vermoedelijk door de trilling bij het vervoer per fiets, vonden wij bijaankomst een 50 rupsen van de wasmot op den bodem (een zak) liggen, alle springlevend. De korf is voor ruim 3/4 vol en goed bezet; toch heeft de wasmot kans gezien naar binnen te komen. Het uitdragen van poppen werd hier veroorzaakt door de rups van de wasmot. Heeft een broeder-imker daar last van, dan is het te probeeren of door een fietstochtje met de korf, de rupsen niet op den bodem kunnen worden uitgeschud, dan is het een kleinigheid die hindergelijke gasten te verwijderen.
L.J. VAN RHIJN.