Het omhangen.


Hierover schrijft de heer Bijker: Als 't volk zoover is gevorderd, dat de broedkamer met broed is gevuld, neem ik de raampjes er uit in een reserve bak; (ik gebruik daarvoor een getimmerte van latten, een z.g. ratenhouder, daarop kan ik de raampjes hangen, zoo'n getimmerte is licht en mogelijk afvallende bijen vliegen naar de woning terug. Ik heb er nooit last mede, dat jonge bijen niet terecht komen, maar bij 't plaatsen en weer opnemen ga ik ook voorzichtig te werk); dan hangt de heer B. ledige uitgebouwde ramen in den geledigden broedbak. Vindt hij op 't eerste gezicht de koningin niet dan worden alle bijen op den ondersten bak met ledige raat geschud en de bijen met raat naar beneden gevoerd, vervolgens wordt de rooster neergelegd. Op deze wijze wordt 't tijdtroovende zoeken naar de koningin voorkomen. (Ook ik heb 't meermalen zoo moeten doen, als de koningin zich niet spoedig liet vinden. Om 't zoeken iets gemakkelijker te maken, kan men op eenigen afstand van de woning gaan staan, wanneer alle raampjes uit de kast zijn en bij 't er uitnemen de koningin niet werd ontdekt. Bij 't tweede nazien zullen de vliegbijen dan voor een deel naar de woning terugkeeren, althans als men niet te haastig is en men heeft de koningin nu uit wat minder met bijen bezette raampjes te zoeken. Over 't algemeen zit de koningin op 't raampje, waarin men pas gelegde eitjes ziet, althans wanneer men rustig werkt).
S.