Het gereedmaken der korven voor den zwermtijd


De heer Bijker schreef mij 't volgende: Wanneer het tegen den zwermtijd loopt, haal ik op een warmen dag met veel zonneschijn, de ledige korven voor den dag en plaats ze zoo, dat de zon goed in de korven schijnt. Bovendien worden de korven gespijld. De spijlen maak ik van vuilboomen-hout, dat is 't gespikkelde hout van Rhamnus frangula, dat veel in de heidestreken tusschen ander geboomte voorkomt. Het hout snijd ik zoo dik als een wandelstok. Het wordt in eindjes gezaagd en daarna in vieren gespleten, zoo ontstaan dus vier spijltjes met scherpe kanten. Deze spijlen worden van binnen in den korf gestoken. (Mij bevalt 't beter ook deze spijlen van buiten af in te steken, dit gaat mij veel gemakkelijker af en bovendien kunnen deze bij 't uitbreken der korven dan gemakkelijk worden verwijderd). De spijltjes worden zoo geplaatst, dat de scherpe kant naar beneden is gekeerd en dat de afstand van kopstijl tot kopstijl 3,5 centimeter is. De spijlen worden ook goed in de zon gehouden. Als alles goed warm is, gaat 't gemakkelijk aan de spijlen de raat te bevestigen. (Ik doe dit als volgt: de kopspijlen splijt ik voor een deel, steek dan van buiten af de spijl in den kop, als deze dicht bij den tegenovergestelden wand is, doe ik een smal stuk kunstraat in de spleet en steek de kopspijl in den tegenovergestelden wand, de bijen bouwen dan zuiver. Drie spijlen op 3,5 c.M. onderlingen afstand is voldoende). Vervolgens worden de andere spijlen in den korf gestoken, die ruim 1 centimeter buiten den korf worden afgezaagd. Dan worden de vlieggaten met propjes papier gesloten en twee korven aan elkander gekramd, zoodat geen spinnen in den korf kunnen komen. Zoo staan dan de korven gereed om de toekomstige zwermen op te nemen.

S.