Waarnemingen aan den Bijenstand.

Ik had dezen zomer een eigenaardig geval. Een mijner zwakste volken op den stand versterkte ik in den zwermtijd met het broed van een kast, waarvan de zwerm afvloog.

Ik volgde daarbij de methode, die mij altijd goed bevalt en in 't kort deze is:
Zoodra een volk zwermt en ik wensch daarvan niet te vermeerderen, veeg ik alle bijen van de raten, breek de kon.cellen af en geef die raten met broed aan de zwakkere volken. De zwerm gaat op kunstraat of uitgebouwde ramen weer op de plaats terug en vormt met de afgeveegde bijen een sterk volk, dat spoedig weer op kracht is.

Ook in dit geval handelde ik zoo. Vóór dat ik het broed boven zoo'n volk plaats, leg ik er een kon.-rooster tusschen, om te voorkomen, dat de koningin van de onderverdieping naar boven gaat.
Toen ik nu een heele poos daarna, in de bovenste broedkamer de raten inspecteerde, verwonderde ik mij zeer, dat, waar ik meende geen broed meer te vinden, in 't midden van de broedkamer, een paar ramen met eitjes en jonge larven vond. Drukke bezigheden waren oorzaak, dat ik niet verder op 't geval lette, in de veronderstelling, dat mij de koningin toch had bedrogen en stiekum naar boven was gegaan.

Eenige weken later wilde ik toch zekerheid hebben. Weer werden de raampjes boven nagezien en op pas gelegde eitjes gelet, die ook aanwezig waren. Daarna de broedkamer afgenomen en onder den rooster gezien, wat daar was gebeurd. Ook daar vond ik pas gelegde eitjes. Een van beide: Er waren 2 koninginnen in deze kast of de kon. trok door den rooster van onder naar boven.
Na lang zoeken vond ik in elke broedkamer een koningin.
Hoe kwam die koningin boven den rooster en hoe werd ze bevrucht?

De mogelijkheid is niet buitengesloten, dat bij 't inhangen van de broedraten een pas aangezette koninginnecel over 't hoofd is gezien. De bijen hebben de larve verder verpleegd en er is een jonge kon. uit geboren. Die jonge kon. heeft op haar bruidsvlucht kans gezien door de mazen van 't net, hier rooster, heen te glijden. Maar nu vraag ik, hoe heeft ze bij haar terugkeer dien weg zoo goed terug gevonden? Ze moest toch het broednest van de onderste koningin passeeren. We zouden haast gaan gelooven, dat ook een bevruchting in de woning kan plaats hebben.

Die beide koninginnen brachten voor den nazomer een massa jonge bijen voort. Toen dan ook de oogsttijd daar was, vond ik de bovenste broedkamer zoo goed als verhonigd. Een raam in 't midden was aan den onderkant van een kleinen kring broed voorzien. In opbrengst was het nu een mijner beste volken. Ook de onderbroedkamer had voldoenden honig. Ik wilde de beide volken in denzelfden toestand overwinteren.

Daarom nam ik uit de bovenste broedkamer eenige gevulde raten en wisselde die uit voor uitgebouwde ledige, en voerde met suiker op. Bij 't voeren viel mij op, dat boven weinig suiker bleef. Bij de laatste inspectie voor den winter keek ik mijn proefvolk nog eens goed na en merkte, dat boven alle bijen waren verdwenen. De koningin lag dood op den rooster, half door een der openingen.

't Schijnt dat met de „omhangmethode", die hier veel wordt toegepast, 't vaker voorkomt, dat er twee koninginnen in een kast worden aangetroffen. Ik hoorde hetzelfde van andere imkers, doch kon het nooit gelooven.

Dat een bijenkolonie veel warmte uitstraalt, en dat door het spongat van een stroomat, al is daarin een spon of „Zeppelin"-bordje, veel warmte ontwijkt, valt het beste op, wanneer er sneeuw ligt.
Mijn Simplexkasten heb ik van platte daken voorzien, die zoo zijn ingericht, dat de rand ruimte geeft voor een stroomat. Ik laat dus maar één buitenring op het voetstuk staan en plaats daarop, nadat een stroomat op de broedkamer is gelegd, het dak. Mijn kasten schuif ik aan elkaar en dek zoo'n kastenrij met asphalt. 't Grootste gedeelte van de bijenkasten zit nu onder 't asphalt, waardoor ze veel minder van weer en wind hebben te lijden.

Ligt er nu een laag sneeuw op de kasten, dan valt zoo zachtjes aan, juist boven de spongaten, een kuiltje in de sneeuw, tot per slot van rekening een cirkel van ongeveer 10 c.M. doorsnede tot op het asphalt is weggedooid en zelfs droogt het asphalt daar op. Op het andere gedeelte van de daken blijft de sneeuw nog dagen lang liggen. De warme lucht passeert dus eerst de spon, dan het asbestdak en daarna 't asphalt. Zouden we de spongaten maar niet liever uit de mat laten. (Red.: Ik vul de spongaten vóór den winter stijf met papier op.)

J.H. te Velthuis.