Tabellarisch overzicht der voornaamste feiten uit de Bijenteelt.



Dit overzicht is samengesteld door P. Cölestin en M. Schachinger. Ik vond het in Franz. Richter, „Die Biene and der Breitwabenstock", waarvan mij door den schrijver eenige ex. werden toegezonden om te verkoopen, tot leeniging van den nood in Weenen.

Ik vond dit overzicht, dat ik hier en daar wijzigde, geschikt voor wie zich met bijenteelt bezig houdt en daarom besloot ik het onzen lezeressen en lezers voor te leggen.
Zoo'n lijst is natuurlijk niet gemaakt voor bijzondere gevallen. Ze geeft algemeenheden.

Zeer duidelijk wordt erin geïllustreerd, dat één sterk volk meer geeft dan meerdere kleine volken. Een bijenvolk van 30,000 bijen geeft 4 K.G. honig, maar een van 50,000 bijen 25 kilogram. Indien deze stelling opgaat, dan zou men 6 volken van 30,000 bijen noodig hebben om met één volk van 50,000 bijen te concurreeren. Zóó zal de verhouding nu wel niet precies zijn, maar in hoofdzaak is 't toch waar.

Men zal daarbij dan wel ervoor moeten zorgen, dat er geen drie zwermen afgaan, zooals er naast staat. Eén van de twee, men oogst honig of men krijgt zwermen, samen gaat dit niet, tenzij in uitzonderingsjaren. Zóó zouden er wel meer opmerkingen zijn te maken, maar we zullen het thans hierbij laten. Wie de bijenteelt wetenschappelijk wil beoefenen, behoort met den inhoud dezer tabel op de hoogte te wezen en dien te toetsen aan beide uitkomsten.

H. Stienstra.