De Bijenmarkt bij Veenendaal.

Het is reeds dikwijls gebleken, dat niet elke markt, welke werd begonnen, levensvatbaarheid had, doch meermalen verliep, omdat ze kunstmatig in 't leven werd geroepen en haar kwijnend bestaan een poos lang met „kunst en vliegwerk" werd gaande gehouden. Dat is ook de geschiedenis van menige bijenmarkt geweest. Hoe is 't dan mogelijk, dat de Veenendaalsche bijenmarkt zoo lang heeft bestaan en bij 't verloopen van de bijenteelt in 't laatst der vorige eeuw toch nog in 't leven is gebleven en nu weer begint op te bloeien?

Er zijn vroeger jaren geweest, dat er tusschen de 5 en 6000 volken werden aangevoerd. In 't vorige jaar bedroeg het bijna 2200. Er is nergens een bijenmarkt, welke zoo groot en oud is. Met juistheid is de tijd van haar ontstaan niet aan te geven. Toch is het zeker, dat deze geheel samenhangt met de geschiedenis van Veenendaal. Dit dorp was vroeger een veenkolonie, welke reeds vóór 1500 langzaam oprees uit de uitgestrekte en onherbergzame Rhenensche venen en vooral tusschen 15 en 1600 krachtig begon te ontwikkelen. Toen het veen na 1700 sterk begon te verminderen, zag men naar andere bronnen van bestaan uit. Men begon met wolkammen en weven als huisnijverheid. Bij de ontwikkeling van dit bedrijf was er steeds meer wol noodig en deze werd aangevoerd door de boeren van de Veluwe, waar de schapenteelt bloeide, evenals langs de Utrechtsche heuvels en in de Geldersche vallei.

Ook was er een belangrijke aanvoer van wol uit de Betuwe, land van Maas en Waal enz. Er ontstonden 3 wolmarkten in en bij Veenendaal, waar menschen van de hei- en de kleistreken elkaar ontmoetten. Er ontstond eenige handel in kalveren en op de laatste wolmarkt (begin Juli) brachten de kleiboeren bijenvolken mee, welke ze gedeeltelijk verkochten aan de heiboeren en gedeeltelijk aan de boekweit velden plaatsten, welke toen bij Veenendaal veel werden gevonden. Er kwam een geregelde vraag naar bijen en zoo was de bijenmarkt een gevolg van de wolmarkten. De laatste zijn verdwenen, de eerste is blijven bestaan.

De Veluwsche boeren „dreven" al de volken met St. Laurens, als het boekweitgewin was afgeloopen, en slachtten de volken als de heide was gedaan. Van overwinteren, zwermen enz. wilden ze niets weten, ze konden gemakkelijk weer in Veenendaal koopen, en de boeren in „de klei" konden ook beter vroege en sterke zwermen fokken.

In Amersfoort en Barneveld had men vroeger groote zeemerijen, waar veel honig en was werden verwerkt. Uit Friesland, Drente en Overijsel kwamen koopers naar de Veenendaalsche bijenmarkt, welke voor een groot deel van ons land van beteekenis was. De toestanden zijn zeer veranderd, het bedrijf is gewijzigd. De heiboeren slachten niet meer en fokken gedeeltelijk zelf ook, terwijl ze naar de kleistreken reizen met hun bijen. Het boekweitgewin is verminderd, de mobielbouw heeft een gedeelte van het gebied van den strookorf veroverd enz. Toch bestaat de markt nog en is nog de grootste van Europa.

Waarom is deze markt dan niet meer bevorderd in de laatste jaren? Ze kan van beteekenis worden voor het geheele land en ook voor het buitenland. Sommige imkers bezoeken de markt niet om te koopen, doch om verschillende „collega's" eens te ontmoeten.
Kan dat niet bevorderd worden? De tijd nadert, dat de imkers in Nederland een jaardag zullen houden, waar ze te zamen verschillende onderwerpen na inleiding zullen bespreken op 't gebied der bijenteelt, een gezellige bijeenkomst, waaraan ook een of meer excursies kunnen verbonden worden. (Op de algem. verg. te Utrecht is voor dat alles geen tijd). Zoo'n jaardag kon tijdens de bijenmarkten gehouden worden.

Kan afd. Handel niet beginnen om aan de eerste bijenmarkt een kleine tentoonstelling te verbinden, wat een groote aantrekkelijkheid zou zijn?
Wel doet 't Bestuur der afdeeling Veenendaal moeite om eenige reclame te maken, prijzen uit te loven enz., doch wanneer men bijvoorbeeld leest, dat ƒ 2.50 wordt aangeboden aan den kooper van het grootste aantal volken, waarvoor soms enkele duizenden guldens worden besteed, dan kan men toch niet zeggen, dat de taak breed wordt opgevat.

Er zijn heel wat fokkers in de kleistreken, die slechts weinig zwermen kweeken en er tegenop zien om naar de markt te reizen. Deze kunnen te zamen verzenden. Het bestuur der afdeeling Veenendaal geeft inlichtingen en wil ook voor geschikte wagens en voerlieden zorgen.

Uit een advertentie in dit nummer blijkt, dat het Bestuur zich beschikbaar stelt om voor ieder in ons land bijenvolken te koopen, wat voor kleine bijenhouders, die zelf niet kunnen komen, van belang is.

T.C. HOOTSEN.