INGEZONDEN.
Foutieve opgave.
In het bekende boek van Dr. Ootmar: „De wonderen van het bijenvolk", staat op blz. 418, dat men voor de wintervoedering der bijen moet nemen: 1 deel suiker op 1 deel water. Aan die opgave heeft men niets, want men weet niet of gewichtsdeelen ofwel voluumdeelen bedoeld zijn. Op blz. 596 staat het duideljjker maar foutief: „2 gewichtsdeelen suiker op 1 deel water: - inplaats van gewichtsdeelen kan men rekenen 1 deel suiker op 1 deel water (een kopje of busje suiker op 1 kopje of busje water.")
Wie nu gelijke voluumdeelen zou nemen en zou denken, dat hij nu een suikerstroop had van 2 deelen suiker op 1 water, zou bedrogen uitkomen. Het gewicht van de suiker (geleverd door den bond), die in een honigglas ging van 1 kilo, bedroeg 725 gram; het water in hetzelfde glas woog 736 gram. Als men dus een busje suiker en dito busje water neemt, heeft men gelijke voluumdeelen en ook gelijke gewichtsdeelen en niet de verhouding 2 : 1.
Met scheen mij wenschelijk, dat ik U op deze verkeerde opgave wees, opdat ik U voor minder onaangename gevolgen behoede.
F. d. B., O.