Ingezonden.
Mijnheer de Redacteur!
U zoudt onze jonge Vereeniging ten zeerste verplichten, indien Gij onderstaand ingezonden stuk in het belang der bijenteelt in het orgaan v. de Vereeniging tot bevordering der Bijenteelt in Nederland wilt plaatsen.
Het klinkt misschien vreemd, doch wij moeten concureeren met honing die o.a. niet hard wordt en moeten 't bijna opgeven. Nu is onze vraag, waar kunnen wij gratis onzen honing laten keuren, zoodat wij 't bewijs, dat wij zuiveren honing leveren aan de verbruikers kunnen overleggen, indien zij onzen honing weder betitelen met witte blanke stroop?
Ten tweede. Hoe is 't recept voor de bereiding van margarinehoning, dus namaakhoning, die onder den naam van margarinehoning naast onze zuiveren honing kan worden verkocht en voor minder dan ƒ 1 't half kilo kan geleverd worden, bijv. door bijvoeging van glucose en iets wat den honing donkerder maakt, zonder dat 't mengsel schadelijke bestanddeelen voor de gezondheid bezit?
Hoogachtend,
L. PEINS,
Penningmeester der Coöp. Bijenvereeniging voor Alkmaar en Omstreken, „De Honingbij".
.-.-.-.-.-.
Mijnheer de Redacteur!
In het maandschrift van November 1920, bladz. 173, komt een bericht voor over goedkoope suiker en suikerwinst 1919. Nu is er al veel over geschreven en gepraat, maar ik kom met een vraag: „is het niet een fout ƒ 13.000 winst?" Zoo niet, dan wil ik zwijgen, maar is het waar, dan betreur ik het ten zeerste, dat aan ons, ijmkers, niet wat van die winst is toegekomen in den vorm van suiker. In plaats van 72 cent per kilo had het bestuur wel kunnen leveren bijvoorbeeld voor 50 cent. Daar waren wij dit jaar ten zeerste mee ingenomen geweest. De najaarsdracht was beneden peil, met lichte volken. Ieder ijmker bijna was aangewezen om zijn stand in te korten, want de hooge prijs van de suiker hield de meesten terug. Zoodoende een van de twee, dooden of opvoeren. Het eerste vond meest plaats.
Dit alles is nu gebeurd en niet meer te veranderen, maar ik spreek de hoop uit en zeker ook alle ymkers, dat in 1921 die winst wordt besteed om suiker te koopen. Dan krijgen de ymkers weer eens wat terug, want werkelijk de ymkerij mag wel wat zuinig beheerd worden, omdat de honig en was niet in prijs zijn naar evenredigheid van alle onkosten van het bedrijf. Wij hebben eenmaal bijen en willen ze gaarne behouden. Dan licht het zeker wel op den weg van het bestuur om ons zooveel mogelijk ter wille te zijn.
U dankend voor de verleende plaatsruimte.
S. DAMES, Leeuwarden.
Bijschrift: Wanneer men de suikerwinst, die in 1919 was gemaakt, had willen verdeelen, dan zou het billijk zijn geweest, dat deze was toegekomen aan de leden, die in dat jaar suiker gekocht hadden. Er was toen geleverd 500.000 K.G. en de winst bedroeg ƒ 13.000, wat per K.G. wordt ƒ 13.000/500.000 is ƒ0.026. Ieder zou dus bij verdeeling van de winst (welke niet was voorzien, doch een gevolg was van den samenloop van bijzondere omstandigheden) per K.G. terug ontvangen hebben 2,6 cent.
De heer D. is niet erg begeerig. Hij wil maar „wat" van die winst, om daarmede de suiker van 72 op 50 cent per K.G. te brengen, dus 22 centen vermindering per K.G. Hij ziet toch wel in, dat dit een bespottelijk voorstel is.
Wanneer het Hoofdbestuur eens de wensch van den heer D. inwilligde, zoo zou morgen een ander komen met het voorstel om 't Bijenhuis te verkoopen, de bibliotheek en andere eigendommen, om de suiker enkele centen goedkooper te krijgen, of om korven en kasten goedkooper te hebben enz.
De heer D. is van meening, dat honig en wasprijzen niet evenredig zijn met de onkosten welke voor de imkerij worden gemaakt. De honig- en wasprijzen moeten omhoog en meer constant worden. Laat de heer D. daar eens aan meewerken, dan arbeidt hij aan den bloei der Ver.
DE RED.