INGEZONDEN.


Mijnheer de Redakteur.
Ik ben Driek. Eerst vond ik het niks aorig van Peer, dat ie zoo maar in het blad had laten zetten, wa Kees en ik gepraat hadden samen over de suikerlevering: hij had stiekum zijn mond gehouwen, zeker om beter te kunnen luisteren. Maar nou heb ik er alevel toch geene spijt af: 't kan een goeie waarschuwing zijn voor andere en ik behoef er mij niet voor te schamen, da ze mij zoo gefopt hebben, ikke nie, andere misschien wel.

Maar nou heb ik wat anders op mijn lever. Ik zou oe is na willen vragen, als ge het permiteert Mijnheer de Redakteur...
Vooreerst of het oe bekend is met welke vuiligheid ze dit jaar de suiker gedenatureerd hebben en dan hoe ik het zou moeten aanleggen om in 't voorjaar het overschot op te voeren zonder nadeel voor de bieën.
Toen ik eindelijk de suiker had gekregen, den 18e October, was het al begonnen 's nachts te vriezen. Overdag was het helder, zonnig, warm weer en werd er druk door de bieën gevlogen. Ik begon dus maar te voeren, met Thuringer ballons van een of twee Liter. Die worden gemakkelijk in éénen nacht leeg gehaald. Maar dezen keer was het fluiten: de helft en meer was er nog in, bij sommige volken tenminste, toen ik 's morgens kwam kijken. Ik vulde alles opnieuw, maar ook overdag bij warm weer schenen ze er nie veul trek in te hebben, 't schoot nie hard op.

Toen moest ik er toch het mijne af hebben en zag, dat de flesschen van binnen geweldig vuil waren en dat het blikken bakske beneden vol met modder lag; geene wonder, dat de beesjes moeite hadden hun flesch leeg te krijgen. Ik had van te voren de heete stroop al gezeefd door een fijne honingzeef, maar dat scheen niks te helpen. Toen heb ik de stroop door een dikken handdoek laten loopen; maar Mijnheer de Redakteur, ik wou da ge da toch is gezien hadt: allemaal klinkklare, vieze, zwarte slijk, en nie weinig, met lepels kondt ge die uitscheppen. De handdoek was in 't midden zoo blauw geworden, dat moeder de vrouw zee, dat ie voor goed bedorven waar.

Wat ik nou zou willen weten is, wa da nou voor viezigheid is, dat ze dezen keer in de suiker gedaan hebben, en of er nou geen andere manier is om het restant in 't voorjaar op te voeren zonder nadeel voor bieën en handdoeken. Of de bieën met al die tegenslag goed door den winter zullen kommen, da zullen nog dienen af te wachten.

Wa is me da dit jaar toch een getob geweest met die suiker. Eerst laten ze er schreeuwend duur voor betalen, dan laten ze oe er op wachten tot het veul te laat is en dan stoppen ze er nog knoei in op den koop toe. Menheer de Redakteur ik had vroeger een hoog gedacht van de zorg, die de heeren, die aan 't hoofd van den Biebond staan, voor de belangen der leden hadden, maar die gedacht is veul verminderd — veul. Driek is aan 't mopperen geslagen, zeker, maar is da zonder reden? zeg nou is zef?

Met beleefde groeten,
DRIEK.