Verslag der Algemeene Vergadering,
gehouden 27 April 1921 in Hotel l' Europe te Utrecht.


Deze vergadering was zeer goed bezocht en werd bijgewoond door de afgevaardigden van bijna alle afdeelingen. Tevens zag men er vele belangstellende imkers.
Het geheele land was daar vertegenwoordigd „van den Dollard tot de Schelde". Men besefte, dat er veel was te doen en daarom werd er besloten om tot 5 uur bijeen te blijven en niet om 4 uur te vertrekken, zooals vorige jaren.

De Directeur van den Landbouw en de Inspecteur van het land- en tuinbouwonderwijs hadden bericht, dat zij wegens ambtsbezigheden waren verhinderd de vergadering bij te wonen.
Om 11 uur opende de Voorz. de verg. met een kort inleidingswoord. Hij meende niet het gebruikelijke overzicht te moeten geven over den huidigen toestand der Ver. Wel was hier een rijk veld, doch men kon thans den tijd beter gebruiken. Er waren zooveel punten te behandelen, en hij sprak den wensch uit, dat deze verg. veel zou bij dragen tot den bloei der Ver.

Al dadelijk bleek, dat een deel der afgv. zich niet kon vereenigen met de nummering van de punten der agenda.
De afgev. van Hoogeveen stelde voor de voornaamste zaken, welke overeenkomst met elkander vertoonden te groepeeren en eerst te behandelen.
De Voorz. antwoordde, dat deze agenda door het H.B. was opgemaakt en dat het zich daaraan wilde houden, te meer daar de meeste afgev. hun eigen voorstellen de belangrijkste zouden achten. Toen deed zich een pijnlijk incident voor. Het H.B. lid, de heer Hoomans verklaarde, dat hij op de laatste verg., waar de agenda was vastgesteld niet tegenwoordig was geweest. Hij had echter van een Hoofdbestuurslid vernomen, dat deze agenda ter tafel was gebracht en er niets meer aan te doen was geweest om de indeeling te wijzigen. De Voorzitter zou dit hebben geweigerd. Hiertegen protesteerde het H.B. lid, de heer Heersema, die verklaarde, dat deze aantijging onwaar was. Toen het ontwerp ter tafel werd gebracht, was er gelegenheid voor wijziging. Het ontwerp was door 't H.B. goedgekeurd en de heer Hoomans had maar op de verg. moeten zijn. De Voorz. verloor een oogenblik zijn bekende kalmte en protesteerde met kracht en klem tegen de aantijging van den heer Hoomans. Hij noemde diens beschuldiging onwaar en vond het onwaardig dat H.B. leden den Voorz. op die wijze in den rug aanvielen. Tot groote verwondering der verg. stond het H.B. lid, dat den heer Hoomans had „ingelicht" niet op, om zijn beschuldiging vol te houden en te verdedigen. Het geval gaf een ongunstige, onzekere stemming aan de Verg., die een klein kijkje kreeg in de toestanden in 't H.B., hetwelk de belangen der Ver. moet behartigen.

Het duurde meer dan een uur voordat men aan „de agenda" kon beginnen. We dachten aan een locomotief, die op de gladde rails niet vooruit kan komen, een groote kracht ontwikkelt of liever laat verloren gaan, waarbij de wielen snel in 't ronddraaien. Eindelijk „pakte" de machine en langzaam ging het vooruit.
Het voorstel van den afgev. van Sittard werd aangenomen om eerst no. 23 te behandelen, waarbij Amersfoort voorstelt om een commissie van 5 leden te benoemen, welke tot taak heeft de Statuten en het Huishoudelijk Reglement grondig om te werken. De heer Joustra leidde dit punt in. Er werd ook op gewezen, dat de ontevredenheid in de Ver. groot is en dat deze zou worden weggenomen door een betere regeling. Het zal alles weer veel geld kosten, doch de Voorz. zei, dat er moet gebeuren, wat tot verbetering kan leiden, wanneer men maar zorgt, dat er geld is. Tot leden van die commissie werden benoemd de heeren Van Heek te Hoogeveen, Joustra te Amersfoort, van Est te Terwolde, van de Bilt te Sittart en Ebbinge Wubbe te Lent.

De afgev. van Hoogeveen stelde voor, dat meerdere afd. „ringen" zouden vormen, welke samenkomen en een afgev. aanwijzen. Al deze afgv. komen samen en kiezen een dagelijksch Bestuur. De algemeene gesprekken vervallen, er wordt tijd gewonnen en er kan meer eenheid en concentratie komen.
De afd. Noord-Holland stelde voor de afd. Verzekering op te heffen. Het H.B. wilde die afd. weer herverzekeren. Er werd opgemerkt, dat de post reis- en verblijfkosten voor 't H.B. zoo groot was. Dit werd mede veroorzaakt door de hoogere spoorwegtarieven. Ook werd geklaagd over de hooge porto's bij het verkrijgen van boeken uit de bibliotheek te Wageningen. Daar deze boeken als postpakket moeten verzonden worden, komt een boek vaak op ƒ 1,20 Er werd medegedeeld, dat men in het Kamerverslag had gelezen, dat bij de Landbouwbibliotheek vrijdom van port was toegestaan. Het H.B. zou dit onderzoeken.

De afgev. van Echt maakte de opmerking, dat in het Jaarverslag stond, dat de tentoonstellingen te Voorburg en Boxtel de moeite waard waren bezocht te worden, terwijl die van Echt daarbij niet genoemd werd. De Voorz. zei, dat in het Maandschrift toch een zeer waardeerend stuk over die laatste tentoonstelling had gestaan.

Daarna volgden tal van vragen over afd. Handel. Men vond de post salarissen zeer hoog; ook die van emballage. Men meende, dat er zonder suiker een groot verlies zou geweest zijn en men sprak zelfs van „Boeren-bedrog". De directeur der afd. en de accountant gaven zeer bevredigende inlichtingen. De laatste protesteerde tegen de zeer beleedigende uitdrukkingen, daar hij zich verantwoordelijk stelde voor deze rekeningen. Verschillende afgev. zagen volgens hem vele zaken verkeerd in. De grootste aanval op afd. Handel deed de heer Hoomans, die eerst vroeg naar de kwestie Tilburg. Daar hij op de vorige H.B. verg. niet was tegenwoordig geweest, liep hij hier de notulen vooruit. De commissie uit 't H.B. had wel een verslag uitgebracht, doch kon als commissie toch geen besluit nemen. Dit laatste moest het H.B. doen.

Hij meende, dat afd. Handel verschillende afd. als Tilburg, Bladel, Bennekom e.a. aan zich had vervreemd. Afd. Handel nam proeven op de afdeelingen. Wanneer zij nog 3 jaren bestond zou het geheele suikerfonds naar de maan zijn. De heele afd. Handel was een „pijpenkraam".
De Voorz. zei, dat afd. Handel met weinig kapitaal was begonnen en in 1919 en '20 slechte jaren had medegemaakt. De goederen hadden, zeer matig geschat, een waarde van ƒ 30.000, zoodat er geen cent schade zou geleden worden, wanneer thans afd. Handel werd opgeheven. Het bleek echter op de verg. dat deze afd. niet „populair" is, en velen waren er voor om haar op te heffen. Men wilde het rapport hooren van de commissie, doch daar deze zich niet had uitgesproken of de afd. levensvatbaarheid had, en ook omdat het H.B. het rapport nog niet had bestudeerd, werd het thans niet ter tafel gebracht. Het zou in 't Maandschrift verschijnen.

Er werd opgemerkt, dat de Directeur van afd. Handel niet genoeg steun ondervindt.
De heer Stienstra was er niet voor afd. Handel op te heffen, maar wilde, dat de zaak meer gewijzigd werd en men zich meer toelegde op den verkoop van honig. Sommigen waren er voor hoogere invoerrechten op honig te krijgen, waar anderen weer tegen waren, omdat daardoor de koekindustrie te zeer zou benadeeld worden. Er werd door den heer Schimmel op gewezen, dat de bijenteelt alleen door het aandeel, hetwelk de bijen in de bestuiving der bloemen hebben, een nationaal belang is. Er werd aangenomen, dat het H.B. stappen zou doen om bij de Regeering invoerrechten te krijgen op honig, evenredig met de verhooging van de suiker. De afd. van Noord-Holland vroeg aan te teekenen dat deze afd. er tegen was.

Eindelijk kwam het voorstel der afd. Groningen om het quotum van ƒ 1 te brengen op ƒ 1.50. De Voorz. wees er op, dat er een tekort is van ruim ƒ 4000. De tegenstanders moesten den weg aangeven om het tekort te dekken. Toch viel het voorstel met 139 stemmen tegen 83. Er kwamen allerlei voorstellen om de begroeting te doen sluiten. Men wilde subsidie aan de Regeering vragen, maar dat kon toch niet, want de Regeering doet reeds zooveel voor onderwijs, cursussen, een consulent, accijnsvrije suiker. Ook werd voorgesteld het Maandschrift om de 2 maanden te doen verschijnen, wat ook mogelijk was door het contract met den drukker. Alleen de porto's zouden belangrijk stijgen, omdat frankeering bij abonnement dan niet mogelijk zou zijn. Onder de vele voorstellen vond dat van den afgev. van St. Oedenrode, om een hoofdelijken omslag te hebben, nog al bijval. Dit zal per referendum worden uitgemaakt.
(De laatste afgev. gaf zijn verwondering te kennen, hoe op de afd. vergaderingen deze zelfde leden zulke „fidele kerels" zijn en hier zoo van zich afbeten en op 't H.B. afgaven).

Bij de verkiezing van twee leden van 't H.B. werden voor de vacature De Visser 220 geldige stemmen uitgebracht, waarvan de heer De Visser 146 en de heer Joustra er 50 kreeg, benevens eenige verspreide stemmen op andere leden. De heer De Visser werd dus herkozen en nam zijn benoeming aan.
Voor de vacature Hoomans kreeg deze 108 en de heer Joustra 83 stemmen. Een nieuwe stemming moet plaats hebben, waarvoor op de verg. geen tijd meer was. Dit geschiedt dus spoedig per referendum.
De verg. geeft machtiging, dat de heer Hoomans als adviseerend lid in het H.B. blijft tot de nieuwe verkiezing is geschied.

Behalve de genoemde hoofdvoorstellen is men gekomen tot punt 11 der agenda. Het overschot wordt per ref. behandeld. Reeds om 4 uur vertrokken verscheidene leden, die hun trein niet wilden missen. Om 5 uur sloot de Voorz. de vergadering.

DE RED.