Sprokkelingen uit het Buitenland,

door A. OONK te Warnsveld.
Engeland.
Volgens een verslag van het kantoor voor de statistiek werd in Groot-Brittannië en Ierland in October voor eene waarde van £ 14234 en in December voor £ 10333 aan honig ingevoerd. Rekent men het Pond Sterling tegen een koers van ƒ 11.25, dan bedroeg de honiginvoer in die maanden, uitgedrukt in geheele guldens, resp. ƒ 160.132 en ƒ 116.246.
Tusschen Hollandsche en Engelsche bijen is een zeer klein, dikwijls geen verschil.

Zuivere Hollandsche bijen zijn eenigszins donkerder, doch vele bijen uit Holland zijn met Italiaansch bloed vermengd en zijn meer of minder geringd met de gouden kleur van Italiaansche bijen.
Met Kerstmis en begin Januari vlogen de bijen ook in Engeland zeer druk. De meeste volken droegen reeds pollen in.
(Britisch Bee Journal).

Duitschland.
De stad Oldenburg draagt in haar wapen een bijenkorf. Volgens de overlevering had bij de belegering der stad op het oogenblik van het grootste gevaar een stoutmoedige burger de bijenkorven uit een bijenstal genomen, welke daar in de nabijheid was en deze korven naar de bestormers geworpen. Deze hielden tegen de steekwoede der bijen geen stand en werden tot den aftocht gedwongen.

Tegenwoordig worden er in Duitschland niet zooveel groot-imkers gevonden als vele jaren geleden. De heide o.a. te Lohne bij Lingen was rijk aan bijen. Het staat geschiedkundig vast, dat een in die streek wonende colonist in een enkel jaar 4800 pond honig verkocht en een onderwijzer 997 bijenvolken zijn eigendom noemde.

In het jaar 1804 reisde de predikant Hoch uit den omtrek van Minden o.a. ook door het onbekende Oldenburgsche. Hij vertelt in zijn eigen boek van een bijenhouder bij Ellerbrook, die 900 bijenvolken bezat en geheel van honig leefde.

Ook is het honiggewin achteruit gegaan. De heer Müller in Kaisersesch (Eifel) verkreeg in 1893 met een kast „Lagerstock" 183 pond slingerhonig.
(Deutsche Illustrierte Bienenzeitung).

Zwitserland.
Schoolkinderen hebben onder leiding van hun onderwijzer eene vereeniging voor bijenteelt opgericht. Elk lid, jongen of meisje, is bezitter van een aandeel en heeft de verplichting om het hun toegewezen bijenvolk in orde te houden en onder leiding van den onderwijzer alle werkzaamheden die in het bedrijf voorkomen, zelf te verrichten. De kinderen toonen grooten ijver en veel lust, des te meer, omdat het reeds in het eerste jaar mogelijk was een klein dividend uit te keeren.
(Schweizerische Bienenzeitung).