Een cadeau aan den heer Van Giersbergen?

Onze vereeniging heeft een groot tekort. Zal men den heer v. G. nu nog een groot cadeau geven? Hij kan geen aanspraak maken op de ƒ 1960, welke de Vereeniging van de verzekeringmaatschappij heeft terugontvangen. De regeering zou er hoogstens voor 1/3 aanspraak op kunnen maken, wanneer men berekent, wat Zij van 1905-1918 voor onderwijs aan de Ver. gaf en dit vergelijkt met hetgeen de Ver. in dien tijd zelf gaf.

Wij vestigen de aandacht op de volgende punten:
1. De heer van G. heeft zelf nooit een cent betaald aan zijn levensverzekering. Het was toen in den tijd, dat bij Rijk, Gemeente enz., de ambtenaren allen zelf een deel van hun salaris moesten missen, voor pensioenstorting. Gingen die ambtenaren vrijwillig heen, dan kregen zij van hun eigen gestorte gelden niets terug. De heer van G. betaalde niets en ging vrijwillig heen.

2. De premie, welke de Ver. betaalde, was abnormaal hoog, omdat de bepaling gemaakt werd, dat bij uittreding 94 % der gestorte gelden aan de Ver. zou worden terugbetaald.

3. Er is nog een verzekering gesloten voor Mevr. van Giersbergen. Hiervoor betaalt de heer van G. zelf de premie. Vroeger betaalde de Ver. die. Op de polis is aangeteekend, dat de Ver. voor Bijenteelt 94 % van de door haar gestorte gelden terugkrijgt, wanneer Mevr. van Giersbergen eerder komt te overlijden dan de heer van G. Geeft men thans de ƒ 1960 cadeau, dan moet men ook consequent zijn en later de gelden aan van G. geven, wanneer zijn echtgenoote vóór hem komt te overlijden.

4. Dit is het voornaamste punt van ons betoog. Was de heer van G. hij de Ver. gebleven, dan zou hij op 65-jarigen leeftijd een pensioen hebben gehad van ƒ 1400. Gesteld eens, dat van G. bij het Rijk op 65-jarigen leeftijd minder dan ƒ 1400 pensioen zal hebben, zal dan op de Ver. de zedelijke plicht rusten om te zorgen, dat dat pensioen tot ƒ 1400 wordt aangevuld? Neen, want de heer v. G. ging vrijwillig heen! Welnu, laat de Ver. dan nobel zijn en zeggen: „hoor eens v. G. wij zullen die ƒ 1961 gebruiken om aan te vullen, wat U op 65-jarigen leeftijd van het Rijk minder dan ƒ 1400 aan pensioen zult ontvangen."

Waar de heer v. G. thans van het Rijk bijna ƒ 5000 salaris heeft, hebben wij berekend, dat het pensioen op 65-jarigen leeftijd aanmerkelijk meer zal bedragen dan ƒ 1400, in verband met de a.s. nieuwe pensioenwet.

H. DE GOOJER,
Bestuurslid van de Geldersche Vallei.