Geeft de Linde honing?
Zooals de lezers zich zullen herinneren is over deze vraag een enquête ingesteld door het tijdschrift „Deutsche Imker aus Böhmen", in 1919. Allen hebben wij gelezen het uitvoerige en volledige verslag van het waarnemingsstation Warnsveld, dat in zijn geheel is opgezonden aan H. Hans Bazler—Dauba. Het resultaat van de ingekomen berichten komt in het Novembernummer van bovengenoemd tijdschrift voor.
Botanisch staat vast, dat de bloemen van de linde honingklieren bezitten, de afgescheiden nectar wordt als heldere druppels tusschen de kelkharen vastgehouden. Verder blijkt:
1e. dat in veel streken de linde aan bijen nectar geeft. Zoowel op zand- als kleigronden bij een hoogte van 0-600 Meter.
2e. dat in enkele streken de linde slechts bij uitzondering, soms zelfs nimmer, nectar aan bijen geeft. Deze waarneming steun op betrouwbare en bekwame imkers.
3e. De nectarafscheiding is het overvloedigste bij warm en zoel weer, ook is deze sterker op vochtige dan op droge gronden.
Voor ons land behoort de linde tot de gewassen die aan onze bijen nectar leveren, dat is voor ons het praktische resultaat van het onderzoek. Theoretisch moet nog worden uitgemaakt, welke oorzaken aanleiding geven, dat de linde geen nectar geeft. Hierop kan verder niet worden ingegaan.
Het onderzoek bracht mede, dat gedurende den bloeitijd dagelijks de linde werd bezichtigd. Ik zag in 1920, vroeger lette ik daar niet op, geen enkele bij pollen maken, toch waren er altijd hommels met flinke stuifmeelklompjes op de linde. Nu schrijft Dr. P. Knuth in zijn Grundriss der Blüthen-Biologie: de lindebloesem geeft wel nectar maar geen pollen. Dit is dus een bevestiging van mijn waarneming.
Het feit wordt alleen medegedeeld om er de aandacht op te laten vallen, meerdere gegevens moeten dan uitmaken of de linde alleen nectar of nectar en pollen aan onze bijen geven.
L.J. VAN RHIJN.
Wageningen, November 1920.