Invoer van bijen in Nederlands lndië.
Het is niet voor de eerste maal, dat bijen uit Holland naar onze koloniën worden mede genomen, belangstellende lezers worden verwezen naar Jaargang 1903 van ons Maandblad.
In 1920 vertrok naar Batavia een gep. ambtenaar de Heer W., die grondeigenaar in Indië wenschte te worden en daar bijen wenschte te houden. In overleg met den Heer v. G. alhier werden twee volken in reiskasten gereed gemaakt om de reis naar Indië te ondernemen. Het vervoer van de bijen geschiedde in de koelkamer van de passagiersboot waarmede de Heer W. naar Oost terugkeerde. De temperatuur in de koelkamer stijgt niet boven 6°, zoodat wij kunnen aannemen, dat de reis per boot zonder stoornis is afgeloopen.
Bij aankomst in Batavia waren er juist feestdagen, zoodat bagage niet vervoerd kon worden, de bijen bleven aan boord en de eigenaar vertrok naar de stad. Twee dagen later kwam deze naar zijn bijen zien. Ongelukkiger wijze was in dien tijd de koelkamer schoongemaakt en had men de bijenkasten er uit verwijderd en op het dek gebracht. De overgang van de koelkamer in de tropische atmosfeer maakte de bijen wakker en omdat zij opgesloten waren, vlogen vele zich dood. Een volk was zoo verzwakt, dat het slechts een kwijnend bestaan voerde en spoedig verloren was.
Het tweede volk deed het iets beter, toen het overgebracht was naar een koel bergklimaat waren er nog 5 ramen bezet. De dracht kon nu beginnen, toch werd er weinig vordering gemaakt, er was geen voldoende vermeerdering. Na 5 maanden lag de koningin dood voor het vlieggat. De werkbijen maakten wel een koninginnecel. Zelfs een koningin werd geboren, maar hoewel het in den zwermtijd der Indische bijen was en er overvloed van darren waren, kruising van Indische met Hollandsche bijen volgde niet. Hiermede was het lot van het volk beslist, het kon niet blijven voortbestaan en was verloren.
De Heer W. vermoedt, dat onze bijen in Indië niet in staat zijn weerstand te bieden aan de vele vijanden, die jacht op haar maken. 't Is mogelijk; men zou anders zeggen, de bijenweide moet er veel rijker zijn dan hier en waar overvloed van voedsel is, kan de strijd om het bestaan niet gauw te zwaar worden. Wellicht is het mogelijk later de resultaten van een nieuwe proef mede te delen. Het zou de moeite kunnen loonen de inlanders door een bekwamen imker op de hoogte te doen brengen van de nieuwere teelt van bijen. Bloemen, die honig geven, zijn er genoeg, maar de bijenteelt in onze kasten is daar vrijwel onbekend.
Nov. 1921.
v. R.