Hoe men in de Vereeniging het geld over den balk gooit.
De afd. Veenendaal is de eenige geweest, welke door haar amendementen op de laatste Algemeene vergadering pogingen heeft aangewend te bezuinigen. De afgevaardigde van V. heeft betoogd, dat 't noodig was en zoo is 't presentiegeld der H.B.-leden op de helft gebracht en is de mogelijkheid geopend, dat het aantal H.B.-leden niet tot 11 behoeft uitgebreid te worden. Er is op de vergadering te Utrecht nog verzuimd aan te toonen, hoe het geld over den balk is gegooid. Daarom wijzen we daar hier eens op.
1e. Het is bekend, dat in den tijd toen de heer v. Giersbergen in het H.B. zat, de tweedracht daar groot was en hij met enkele leden steeds een vóórvergadering hield, wanneer er H.B. vergadering zou zijn. (Na de uittreding van V. Giersbergen heeft dat opgehouden). Er werd eens in zoo'n vóórvergadering besloten om aan een der ambtenaren van afd. H., den heer Bouwer, de salarisverhooging van ƒ 150,00, waarop hij recht had op 1 Dec. 1920, reeds te doen ingaan op 1 Juli 1920.
De Voorzitter ontraadde het met het oog op den slechten toestand der financiën en de verliezen van Afd. Handel. Toen vroegen de heeren v. Giersbergen, De Visser, Woestenberg en Mej. Sanders een buitengewone vergadering.
De heer Heersema wist niets van de zaak af.
In 10 minuten was de vergadering afgeloopen en. ... kostte aan reis-verblijf- en presentiegelden der H.B.-leden het dubbele van de salarisverhooging. Er was ƒ 300,00 naar de maan gegooid. Dit gebeurde op 16 Juli 1920 te Utrecht. De heeren en de juffrouw betreurden den droevigen toestand der financiën.
Afd. Groningen vroeg wat later een quotumverhooging van ƒ 0,50 per lid. Gelukkig weigerden de afdeelingen, al wist men toen nog niets van de geldverkwisting.
2e. Er was in 1921 een Statutencommissie, die een ontwerp maakte. In 't najaar stelde de Voorzitter Wigman namens 't H.B. op een H.B. vergadering aan het H.B.-lid (tevens lid der Statuten-Commissie), den heer Joustra voor een gezamenlijke bijeenkomst te houden om tot overleg te komen.
De heer Joustra deelde mede, dat de Statutencommissie niet met 't H.B. wilde confereeren. De commissie zette door om een buitengewone Algemeene vergadering, te houden op 5 Jan. j.l. En wat gebeurde er in de pauze van die vergadering? De commissie besloot met het H.B. toch maar samen te werken. En de Statuten werden eerst behandeld in een volgende vergadering (op 27 April j.l.).
Alzoo werd er voor die onvruchtbare en onnoodige vergadering van 5 Januari naar de maan gegooid ƒ 1.700,00. Waarom, omdat, evenals bij 't vorige geval, de menschen wantrouwend en weerbarstig tegenover elkaar, en daarbij verkwistend tegenover de geldmiddelen stonden, denkende: „Er is toch geld genoeg." (Vergelijk hiermede eens, hoe op de laatste Algemeene vergadering er gekibbeld en tijd werd verbeuzeld over 't toekennen van ƒ 3 aan een paar commissieleden, die de rekeningen hadden nagezien).
Hoe men over bezuinigen denkt, blijkt uit de begrooting van 1922, die maar eventjes zonder bespreking werd aangenomen, omdat de tijd was verstreken. Daarbij komt bij uitgaven een post voor van ƒ 2.500,00 voor H.B.-leden en Algemeene vergadering.
In 1921 is daarvoor uitgegeven ƒ 2.318,00. Er is dus een verhooging van bijna ƒ 200,00, terwijl het aantal leden met bijna 1/3 is achteruitgegaan, dus de kosten der Algemeene vergadering ook bijna 1/3 minder zouden bedragen. Hier blijkt dus, dat men de kosten voor de H.B. leden weer aanzienlijk wil verhoogen.
Er is op de laatste Algemeene vergadering geklaagd, dat aan één H.B. lid over 1920 is uitgekeerd ƒ 360,00 en over 1921 bedroeg de uitbetaling aan dat ééne lid ƒ 280,00. Dat zijn toch reusachtige uitgaven. Er stond in de ontw. Statuten, dat 't aantal H.B. leden, zou worden uigebreid tot minstens 11. Afd. Veenendaal heeft gedaan gekregen, dat het is geworden minstens 7.
Afdeelingen! waakt, dat het getal niet meer dan 7 wordt, want de plannen bestaan, dat het aanmerkelijk zal worden uitgebreid.
Door 't aannemen van 't laatste gedeelte van art. 13 mag de Secretaris niet langer Directeur van afd. Handel zijn, wat hij voor een klein salaris deed. Nu moet er een „zelfstandige" Directeur komen, waarvoor men minstens ƒ 2.000,00 meer moet betalen. (Er is geld genoeg!!) En dat voor een instelling, waarvan op elke Algem. Verg. wordt geklaagd, dat aan de ambtenaren zooveel wordt betaald. (In 't vorige jaar ƒ 6.392,00). Een instelling, waarvan 't H.B. in zijn verslag (zie Aprilnr. blz. 53) bedeesd heeft verklaard, dat ze wel vatbaarheid heeft om te leven. Van die levensvatbaarheid zal nu wel bitter weinig overblijven.
Ook wil men het quotum verhoogen, want er is geld noodig!!! De kosten der Algemeene vergadering worden voortaan direct door de Afd. gedragen. Dat geeft ook al een indirecte quotumverhooging, welke pijnlijk wordt voor de kleine en ver afgelegen afdeelingen.
En dan hebben we elk jaar nog een indirecte quotumverhooging, de suikergelden, ook wel genoemd suikerwinsten, welke uit de beurzen der imkers komen. En in slechte bijenjaren, wanneer er niets of weinig is verdiend, moet er veel gevoederd worden, en moeten de imkers dus een hoog „indirect quotum" betalen, tot vergrooting van het suikerfonds, of-te-wel suikerschat.
Afdeelingen, bedenkt, dat de vereeniging tot 7.000 leden is gedaald en dat de nieuwe Statuten aansturen op een dure huishouding in meerdere opzichten. Ge moet spoedig een geheel nieuw Hoofdbestuur kiezen, doch houdt aan op hoogstens 7 leden, en benoemt geen mannen, die het geld over den balk zullen gooien.
Wanneer men niet zuinig wordt, dan gaat de Vereeniging langzaam, maar zeker ten gronde!
JAN ECONOOM.