Jaaroverzicht waarnemingsstation Warnsveld in 1921.
Januari was een zeer zachte, onstuimige en regenachtige maand met veelal betrokken hemel en slechts drie vorstdagen. De windrichting van Zuid tot West was geheel overwegend 84%. Hazelaar en sneeuwklokjes bloeiden reeds. Er werden twee vliegdagen genoteerd. Het verbruik bedroeg 0.750 Kg.
Februari bracht goed en overwegend droog weer. De eerste helft der maand gaf weinig, de laatste helft veel zonneschijn. Lichte vorst kwam gedurende 15 nachten voor. De bijen vlogen op 10 dagen uit, op 25 Febr. had een prachtige uitvlucht plaats. Op den 16en werd er al iets rood stuifmeel van crocussen, ingebracht; op den 24en enkele gele pollen; op 25 Febr. werden al veel meer gele pollen verzameld. Het verbruik was 1,350 K.G.
Maart bracht van 1-26 gunstig weer; er kwam veel zon voor. Na den 26en kregen Maartsche buien de overhand. De wind was meest Zuid en Z.W. 73%. De maand telde 20 vliegdagen, waaronder 6 zeer goede waren. Op de prachtigste vliegdagen teerde het volk nog van 50-200 gram in, terwijl op enkele vliegdagen geen verlies plaats had. Er werd veel geel stuifmeel gehaald. Het verbruik van 2,250 K.G.; 's nachts werd geen vermindering genoteerd.
April kwam met de normale temperatuur overeen. Van 1-13 veel zonneschijn met talrijke goede uitvluchten. Van 14-21 koud met veel strenge nachtvorsten, sneeuw- en hagelbuien. Na den 26en had zonneschijn opnieuw de overhand. De maand gaf 23 vliegdagen, waarvan 10 met zeer goede vlucht, 't Volk was nog niet nagezien, op den 22en werd wat honing niet water gegeven. De volken ontwikkelen zich goed; darren werden reeds gezien. Gedurende den nacht werd 1,750 K.G. en des daags 2,6 K.G. ingeteerd en 5,4 K.G. overdag gewonnen, zoodat er in April een netto toename van 1,050 K.G. was.
Mei was de eerste week veelal koud en triestig. Daarna was de weersgesteldheid gunstig en overwegend droog. Er kwamen 27 vliegdagen voor, waaronder 14 zeer goede, 's Nachts werd 6,650 K.G., daags 1,8 K.G. ingeteerd en daags 10,850 K.G. gewonnen. Er was dus een netto toename van 2,4 K.G. Op 15 Mei werd de kolonie voor 't eerst nagezien; zij was zeer volksterk en werd omgehangen, 't Raampje met de koningin werd beneden geplaatst, benevens nog 9 raampjes met geheele vellen kunstraat, daarop werd de rooster gelegd en de onderste broedkamer geplaatst. Bij 't omhangen was er dien dag 0,8 K.G. verlies.
23 Mei werd de bovenste broedkamer nagezien en 2 gesloten en 1 open moerdop weggebroken. De zwermen kwamen dit jaar over het algemeen zeer laat; de volken zijn sterk, doch er was weinig voooraad. Van de hoofddracht (paardenbloem en fruit), welke van 1-10 Mei viel, konden de bijen geen gebruik maken, omdat het te ongunstig weer was.
Juni had afwisselend weer. De eerste week warm en zonnig met onweersbuien; de tweede en derde week bracht koel weer met zware bewolking en een tweetal dagen, waarop regen van beteekenis viel, daarna trad opnieuw een zestal dagen met milder weer in. De bijen vlogen op 27 dagen, waaronder 7 zeer goede. Na den 22en begon een vrij goed gewin op de linde - deze bloeide dit jaar weer 14 dagen vroeger dan normaal - 's nachts werd 8,2 K.G., daags 0,6 K.G. ingeteerd en daags 16,1 K.G. gewonnen. Er was een totale gewichtsvermeerdering van 7,3 K.G. De hoogste opbrengsten waren per dag 1,4 en 1,5 K.G. op 23 en 24. Op 12 Juni werd het volk nagezien, 't was 15 Mei omgehangen, 't had acht ramen met broed en nog geen zwermplannen. 26 Juni vloog een voorzwerm af, welke 2,3 K.G. woog en welke direct weer werd teruggegeven, nadat de koningin verwijderd was. Op dien dag werd toch nog een gewichtsvermeerdering van 0,750 K.G. genoteerd.
Juli was zóó buitengewoon droog, als in jaren niet was voorgekomen. Er viel slechts 11 m.M. regen tegen 84.4 m.M. normaal. Van 1-6 Juli was het koel, overwegend droog met meest N.W. wind en zware bewolking. Daarna was het zonnig met vele heete dagen. Vliegdagen waren er 30, waaronder 11 met zeer goede vlucht. De linde honingde van 1-7 Juli nog vrij goed, ondanks koel weer met weinig zon en veel N.W. wind. Toen de linde uitgebloeid was, hield de dracht eensklaps op. 's Nachts werd 6.4 K.G. daags 3.1 K.G. ingeteerd, overdag 11.350 K.G. gewonnen. De hoogste dagelijksche opbrengsten waren op 6 en 7 Juli achtereenvolgens 1.4 en 1.450 K.G.
Op 4 Juli werd eene tutende moer uitgevangen en alle doppen verwijderd, 't Volk was van 4-13 geheel moerloos. Op 13 Juli 's avonds werd eene bevruchte koningin in een kluisje boven in de honingkamer gelegd en den volgenden avond werd zij losgelaten, door haar door 't vlieggat naar binnen te laten loopen. 31 Juli werd de bovenste kamer afgenomen en daaruit 13 K.G. honing geslingerd. In de onderste broedkamer was al weer vrij wat broed; 't volk was zeer sterk.
Augustus kenmerkte zich door eene afwisselende weersgesteldheid met weinig regen. De bijen hielden alle dagen uitvluchten, waarbij vijf dagen niet zeer goede vlucht. Gewin was er ten gevolge van de felle droogte zoo goed als niets meer. Alleen van 18-20 was er nog een zeer kleine toename. Verlies 's nachts 0.5 K.G., daags 3.3 K.G., toename daags 0.5 K.G. Hoogste opbrengst per dag 0.150 K.G. op 18 en 20. Om de koningin nog wat tot eierleggen te prikkelen werd af en toe een uitgeslingerde honingkamer opgezet en deze werd door de bijen drooggelikt. 28 Aug. werd de weegschaal schoongemaakt en gesmeerd. De heide gaf hier in deze streken zoo goed als niets.