Verslag van de Commissie, belast met het afnemen van het Examen-Bijenteelt, gehouden van 19-24 Sept. 1921.


De examencommissie, benoemd in de Hoofdbestuursvergadering van 23 Juni 1921, bestond dit jaar uit de H.H. B. Wigman te Lunteren, Voorzitter; C.A. van de Bilt te Sittard; Dr. H. Bos te Wageningen; J.H. Claessens te Gronsveld; L. van Giersbergen te Wageningen; en T.C. Hootsen te Ederveen, leden.
Met het oog op de groote reiskosten werd geen voorvergadering gehouden. In de eerste commissievergadering werd tot Secretaris gekozen de Heer L. van Giersbergen.
Het examen werd afgenomen te Wageningen; het schriftelijk en praktisch gedeelte in het Bijenhuis; het mondeling in het gebouw van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen.
Er hadden zich aangemeld 16 candidaten, waarvan 15 den opleidingscursus voor leerkrachten in bijenteelt, dit jaar te Hees bij Nijmegen gegeven, gevolgd hadden.

Het examenrooster, opgemaakt door Dr. H. Bos, was als volgt ingericht:

Vakken: . . . . . . . . . . . Examinator . . . . . . . . Assessor:
A. Hulpwetenschappen . .Dr. H. Bos . . . . . . . . .v. Giersbergen
B. Leven der bijen . . . . .v. d. Bilt . . . . . . . . . Dr. Bos
C. Techniek . . . . . . . . v. Giersbergen . . . . . . v. d. Bilt
D. Producten, handel . .Claessens . . . . . . . . . Wigman
Pr: (kasten) : . . . . . . .Hootsen . . . . . . . . . . v. d. Bilt
Pr: (korven) . . . . . . . .Claessens . . . . . . . . . Hootsen

Schriftelijk examen op 19, 20, 21 en 22 September 's avonds 7½-9 uur in het Bijenhuis, Daarna 9 uur bijeenkomst der Commissie voor beoordeeling van het schriftelijk werk.
Alle candidaten betaalden ƒ 5,- examengeld.
In verband met andere werkzaamheden was de Heer Claessens verhinderd om op 24 September te examineeren. Op een der vergaderingen der Commissie stelde de voorzitter voor om te trachten candidaat No. 16 in de vijfde groep in te lasschen. Dit bleek echter niet mogelijk. Besloten werd de rooster van den laatsten candidaat als volgt samen te stellen:

Uren . . Vak . . . . . . . . . . Examinator . . . . . . . . Assessor:
8-8½. . ..c. . . . . . . . . . . v. Giesbergen. . . . . . Dr. Bos
8½-9 . . .b. . . . . . . . . . . v. Giesbergen. . . . . . v.d. Bilt
9½-11. . .pr. (kast + korf) . . Hootsen . . . . . . . . v.d. Bilt en om
11-11½ . a . . . . . . . . . . . . Bos . . . . . . . . . . v. Giersbergen
12-12½ . d. . . . . . . . . . . . .Wigman . . . . . . . . . Hootsen

Een gedeelte van het examen werd bijgewoond door den Heer Inspecteur van het Landbouwonderwijs.

Het schriftelijk werk bestond in het maken van een opstel ter keuze van de candidaten, uit een drietal onderwerpen.
Deze luidden:
Voor de tweede groep:
1. Geef eene beschouwing over de U bekende litteratuur der bijenteelt.
2. Welke middelen zijn er om den honingverkoop en -verbruik te bevorderen.
3. De behandeling van het moervolk (korf), van dat de voorzwerm er af is tot het reizen naar de heide.
Voor de derde groep:
1. Geef eene beschouwing over de U bekende litteratuur der bijenteelt.
2. Welke middelen staan den imker ten dienste om ons bijenras te verbeteren.
3. Het directe en indirecte nut der bijenteelt.
Voor de vierde groep:
1. Geef eene beschouwing over de U bekende litteratuur der bijenteelt.
2. Waardoor onderscheiden zich voor- en nazwermen:
a. in hun doen en laten bij het zwermen;
b. in het vereenigen met andere volken en zwermen;
c. in het bouwen;
d. in hun waarde voor den imker.
3. De inwintering der volken, zoowel voor den vasten- als den lossen bouw.
Voor de vijfde groep:
1. Het reizen met de bijen; waarom, waarheen, hoe, gedurende het geheele jaar.
2. Het rooven, waarin het bestaat, de oorzaken, herkennen en middelen er tegen.
3. Welke punten van verschil kent ge in lichaamsbouw, ontwikkeling en levensloop, tusschen de drie geslachten (seksen) der bijen.
Voor de zesde groep:
1. Ontstaan en verloop der raat in korf en kast, van haar begin tot aan het uitbreken.
2. Beschrijf de ontwikkeling van een werkbij van ei tot volkomen, buiten op het veld, aan het werk deelnemend insect.
3. Oogsten en verwerken van honing uit korven en kasten tot een verhandelbaar product.

Het aantal der onderscheiden cijfers, door de candidaten voor de verschillende vakken behaald, is aangegeven in onderstaande tabel.
Als grondslag voor het puntenstelsel is aangenomen: 1 zeer slecht; 2 slecht; 3 gering; 4 onvoldoende; 5 twijfelachtig; 6 voldoende; 7 ruim voldoende; 8 goed; 9 zeer goed; 10 uitmuntend.
Aantal malen dat deze punten voor de verschillende vakken behaald werden:

Vakken: . . . . . . 10. .9. .8. .7. .6. .5. .4. .3. .2. .1. .gemiddeld.
A. . . . . . . . . . . . . . .4. .4. .2. .2. .1. .3. . . . . . . . . . . .6,9
B. . . . . . . . . . . . . . .2. .4. .3. .6. .1. . . . . . . . . . . . . . 7,0
C. . . . . . . . . . . . 1. .1. .4. .3. .4. .1. .2. . . . . . . . . . . . 6,8
D. . . . . . . . . . . . . . .2. .3. .3. .4. .3. . . .1. . . . . . . . . 6,5
PR. (kast). . . . . . . . .2. .4. .2. .4. .1. .1. .2. . . . . . . . . .6,4
PR. (korf). . . . . . . . .2. .6. .2. .4. . . .2. . . . . . . . . . . . .7,0
Schriftelijk. . . . . .2. .4. .1. .4. .2. . . . . . . . . . . . . . . . . 8,0

Uit onderstaand overzicht, bevattende de gemiddelden over de laatste 4 jaren, blijkt dat het resultaat van 1921 zeer bevredigend is:
Vakken. . . . . . . . . .1918. . . . . . . .1919 . . . . . . 1920. . . . . . .1921
A. . . . . . . . . . . . . . .6,0. . . . . . . . .6,0. . . . . . . .7,2. . . . . . . .6,9
B. . . . . . . . . . . . . . .6,5. . . . . . . . .6,5. . . . . . . .6,8. . . . . . . .7.0
C. . . . . . . . . . . . . . .6,0. . . . . . . . .6,6. . . . . . . .6,7. . . . . . . .6,8
D. . . . . . . . . . . . . . .6,5. . . . . . . . .7,0. . . . . . . .7,0. . . . . . . .6,5
Praktijk. . . . . . . . . . .5,7. . . . . . . . .6,1. . . . . . . .6,9. . . . . . . .6,7
Schriftelijk. . . . . . . . .6,8. . . . . . . . .7,0. . . . . . . .7,6. . . . . . . .8,0

De uitslag van het examen is dan ook goed geweest. Aan 13 van de 16 candidaten kon het diploma worden uitgereikt, n.l. aan de Heeren: A. van den Berg te Enter (Ov.); A.J.S. Derks te Gemert (Mottel); G. van de Geyn te Puiflijk; H. van Gils te Breda; H. Hendriks te Zevenaar; H.J. Koerselman te Harfsen bij Gorssel; U.A. van Loon te Voorthuizen; A. de Rijk te Breda; F.J. van de Sande te Oirschot; A.J. Sprenkels te Haren bij Megen; A. de Vos te Laren (N.-H.); A. van Wely te Tiel; W.P.M. van der Horst te Wouw bij Roosendaal.

Opgemerkt moet nog worden dat het mondeling examen van de candidaten van de eerste groep van dien aard was, dat hun door de commissie werd medegedeeld dat het schriftelijk werk geen invloed meer kon uitoefenen op den uitslag. Deze groep heeft dan ook geen schriftelijk examen gemaakt.

Het gehouden examen geeft de Commissie aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen.
De algemeene indruk, die de Commissie van de candidaten ontving, was, dat de hoeveelheid kennis, waarover zij beschikten, voldoende was, doch zij moest tot haar leedwezen constateeren dat nog lang niet alles hun geestelijk eigendom was geworden.
Bij de praktijk bleek bij sommige candidaten althans iets overeenkomstigs. Hun kennen was grooter dan hun kunnen, zoodat de praktische werkzaamheden niet verricht werden met een vaardigheid als men van een aanstaand voorlichter der praktijk mag verwachten.
Bovendien bleek dat de candidaten, in het bezit van de Hoofd-acte, doch niet van de acte Land- en (of) Tuinbouw L.O., meestal geen voldoenden natuurwetenschappelijken grondslag hebben voor het examen en om later als onderwijzer op te treden.

Naar aanleiding van het bovenstaande, meent de Commissie onder Uwe aandacht te mogen brengen de denkbeelden, die op de commissievergaderingen besproken zijn om aan de genoemde bezwaren tegemoet te komen, n.l. het examen zoodanig te regelen dat de candidaten meer tijd en gelegenheid kunnen vinden om hunne verworven kennis te kunnen toetsen aan de praktijk, persoonlijk of gezamelijk excursies kunnen maken naar bekende inrichtingen op het gebied der bijenteelt, en zelf meer praktisch te kunnen werken.
Voorts de verschijnselen, welke zich aan den bijenstand voordoen in de verschillende tijden des jaars, langer te kunnen waarnemen, waardoor zij met tal van praktische aangelegenheden beter vertrouwd raken.
Hierdoor zou hun theorethische kennis meer bezonken zijn en zeker hun praktische vaardigheid grooter worden.

Onder dankbetuiging voor het in de Commissie gestelde vertrouwen, betuigt zij hiervoor haren dank.
De Voorzitter v.d. Commissie,
B. WIGMAN.
De Secretaris,
L. v. GIERSBERGEN.