Het bevolken van kastjes voor koninginneteelt.

Ik kweek mijne jonge koninginnen in de bekende kastjes voor koninginneteelt, systeem Graze.

Het levert aan vele imkers moeite op om de bijen in die kastjes te houden, omdat ze zoo klein zijn. Als de koningin ter bevruchting uitvliegt, vliegen de bijen in den regel mee uit en gaan dan met de koningin in een zwermpje hangen. Doet men dit zwermpje weer in het kastje, dan zwermen de bijen den volgenden dag niet weer uit.
Hoe komt nu dit uitzwermen? In den regel, omdat men in de kastjes bijen gedaan heeft, welke te oud waren, b.v. bijen van een nazwerm.

Neemt men van de ramen uit de groote kast, jonge bijen, welke pas eenige dagen uitgeloopen zijn, dan heeft men geen last, dat de bijen uit de kastjes trekken, omdat jonge bijen eerst 14 dagen binnen blijven, vóór ze vliegbijen worden. Deze bijen zijn juist geschikt om de kastjes te bevolken; het zijn de voedsters en de waswerksters. Is de koningin vruchtbaar - hetgeen meestal in ca. 5 dagen geschiedt, al naar de weersgesteldheid is - dan kan men haar er uit nemen en in een groote kast invoeren.

De kastjes kan men weer met dezelfde bijen gebruiken. Zoodra het broed verzegeld is, kan men een nieuwe rijpe dop inhangen en al de andere doppen in het kastje wegbreken. Ik neem dan meestal een latje met gesloten broed weg en hang dit in een ander kastje en hang er een leeg uitgebouwd raampje voor in de plaats. Als de koningin bevrucht is, begint ze direct in dit raampje te leggen. Wanneer er verzegeld broed aanwezig is, blijven de bijen ook binnen als de koningin op de bruilofts-vlucht gaat.

Indien men aldus te werk gaat, zal men de kastjes met veel genoegen gebruiken en kan men er 's zomers wel vier koninginnen in kweeken, welke men steeds uit de beste volken neemt.

Warnsveld, Febr. 1922.
A. OONK.