Het honinggewin tijdens den bloei der linde in 1921.
Ook dit jaar heb ik mijne waarnemingen voortgezet, hoe het honiggewin tijdens den bloei der linde verloopen is in verband met de verschillende weersinvloeden.
Over mijne waarnemingen hieromtrent in 1918, 1919 en 1920 gedaan, verwijs ik naar ons Maandblad jrg. 1920 blz. 90, 91, 138 en 139.
De grootbladerige linde (Tilia Platyphyllus) was in 1921 een veertien dagen vroeger in bloei, dan in normale jaren. De bloeitijd duurde langer, omdat de temperatuur op de meeste dagen niet bijzonder hoog was, ook was er wat gewin op korenbloem, vuilboom en klaver, doch wegens de groote droogte, scheidden deze niet veel nectar af; de linde evenwel zit met hare wortels diep in den grond en had van de droogte veel minder te lijden.
Er werden tijdens den lindebloei weinig pollen verzameld. De honig had een groenachtige kleur met een heerlijk pepermunt-aroma. De hoofddracht viel juist samen met den bloei van de linde, vóór en na dien bloei werd er weinig gewonnen. Zooals uit bijgaande tabel blijkt, was de wind meest zwak en overheerschend van West-Noord; de temperatuur was niet bijzonder hoog en de bewolking veelal zwaar, de regenval was gering. Ondanks dit minder gunstige weer viel er toch niet over 't honiggewin te klagen.
Het gewin op de linde bleek dus bij een overwegend N.W. wind, al is de bewolking zwaar en de temperatuur niet bijzonder hoog nog vrij goed te: kunnen zijn, wanneer er daarbij maar weinig wind is en er niet veel regen valt.
Toelichtingen bij de tabel: De waarnemingen werden verricht te „Zomertijd", dit is één uur vroeger dan „zonnetijd". Windkracht Beaufort (0-12) beteekent: 1 en 2 is zwakke wind, 3 en 4 matige wind, 5 en 6 krachtige wind enz. Bewolking (0-10) wil zeggen: 0 is onbewolkt, 1, 2 en 3 licht bewolkt, 4, 5 en 6 half bewolkt, 7, 8 en 9 zwaar bewolkt en 10 betrokken.
de houder,
A. OONK.
Gegevens van het Waarnemingsstation voor Bijenteelt te Warnsveld
