Aluminium Kunstraat.

(De nieuwste uitvinding op 't gebied der Bijenteelt.)

Op de laatste bijenmarkt te Veenendaal liet de heer Van Os, Directeur van Afd. Handel een kast zien, waar de bijen tot onze groote verwondering naast gewone raten op kunstraat van aluminium werkten. Deze kast had veel bekijks. Onze gewone kunstraat, welke alle mobielimkers gebruiken, is eigenlijk een kunstmiddelwand, waarin de bodems der cellen zijn geperst. Hebben de bijen zoo'n middelwand opgebouwd, dan heeft men een product, half kunst, half natuur.

Bij de aluminum kunstraat ziet men geheel kunst, of liever een product van menschelijke techniek. Heel aardig en mooi op 't eerste gezicht, maar och zoo lomp, zoo hulpeloos stumperig vergeleken bij 't prachtige bouwwerk der bijen. Bij 't laatste is een bouwmeester aan 't werk geweest, die met toepassing van de wiskunde een bouwwerk heeft geconstrueerd, waarbij is opgelost het wiskundig vraagstuk: “Hoe kan, wanneer een zekere hoeveelheid was is gegeven, daaruit het grootst mogelijk getal cellen, elk van een bepaalde grootte vervaardigd worden, en deze tevens zoo aaneengevoegd worden, dat zij de geringst mogelijke ruimte innemen, terwijl 't geheele bouwwerk de grootst mogelijke stevigheid heeft?"

Bij de aluminium kunstraat heeft men een middelwand die geheel vlak is. Men mist hier den kunstigen bouw van de afwisselende ruitvormige vlakken, die drie aan drie piramidaal zijn saamgevoegd en de bodems der cellen vormen op zulk een wijze, dat elke celbodem steunt tegen drie andere celbodems aan den anderen kant van de raat. Hier schuilt een der beginsels, waaraan de geheele raat haar stevigheid ontleent. De celbodem der aluminium raat is dus onnatuurlijk. Wanneer de koningin een eitje in de cel legt, laat zij het achterlijf daarin afzakken en door den piramidalen vorm der cel komt het eitje juist in 't midden, in den top der piramide te staan. Bij de alum. raat is de plaatsing van het ei niet wiskundig zuiver in 't midden van den bodem. Ook voor het leven der jonge larven is het noodig, dat de bodem der cel niet plat is, doch genoemden vorm heeft, als bij de wasraat.

Bij de alum. raat zijn de cellen gemaakt van strookjes metaal, welke in golvingen van boven naar beneden loopen en zoo tegen elkander zijn gedrukt, dat de golvingen twee aan twee de cellen vormen in afwisselend verband, zooals dit bij de natuurraat het geval is. Zij missen echter de scherpe hoeken, waaronder de vlakke celwanden elkaar ontmoeten en zooals de bijen die bouwen. Wij zagen, dat bij de alum. raten het complex der cellen los tegen den middelwand lag en zoo was er door verbuigen, trekken, of onregelmatigen druk, tusschen beide soms betrekkelijk veel ruimte, welke niet mag bestaan en door de bijen niet of zeer moeilijk kan aangebouwd worden.

Hoe voldoen de raten in de practijk? De heer Van Os had alum. raten met arbeidstercellen aan een bijenvolk gegeven en dit zeer sterk gevoerd. De bijen hadden de kunstraat dus onder min of meer abnormale omstandigheden in gebruik genomen. Die raat zag er merkwaardig uit en bevatte gedekseld broed. Het speet me, dat ik niet meer tijd had deze zaak rustig waar te nemen. Het leek me, dat de bijen de cellen belangrijk hadden verhoogd. Ze waren, naar 't scheen, boven op de alum. cellen gebouwd en 't kwam mij voor, dat de afmetingen der laatste niet goed waren, want de bijen hadden op de alum. raat cellen van andere afmetingen gebouwd en waren zoo telkens het verband van de alum. cellen kwijtgeraakt. Men zag tusschen dis regelmatig zeshoekige wascellen der bijen veel vijf- en vierhoekige cellen, zooals men die ook wel eens ziet, wanneer de bijen bij haar bouwwerk van een groep arbeidstercellen op darrecellen overgaan. Het broed was van boven ongelijk gedekseld, en men zag cellen, die aan bultbroed deden denken.

Voor broedraten lijken mij thans de aluminium raten bij eerste beschouwing nog geheel en al onvoldoende, omdat ze technisch veel te lomp en veel te ver beneden het bouwwerk der bijen staan. Zeer zeker is de techniek te verbeteren en te volmaken. Maar dan is 't nog de vraag of 't metaal niet te sterk warmte geleid en uitstraalt. Wanneer een raat geheel is gedekseld, zoo zou dit bezwaar niet zoo groot zijn, doch we weten, dat het broed op een raat bij gedeelten uitloopt en zoo komen tusschen de gedekselde broedcellen groepen open cellen, waar 't metaal tijdelijk weer aan de lucht is vrijgesteld. Ook in den winter zouden alum. raten voor de bijen veel te koud zijn om op te zitten, 't Is ook nog de vraag in hoeverre 't aluminium wordt aangetast door 't mierenzuur, dat de bijen afscheiden en ook in honing voorkomt. (Wie wel eens een mes, dat bij honing is gebruikt, niet tijdig heeft schoongemaakt, heeft de inwerking van mierenzuur op ijzer of staal kunnen zien).

Op de fabriek worden de alum. raten in gesmolten was gedoopt en de celwanden met een dun laagje was overtrokken. Misschien is dat voldoende om tegen 't mierenzuur te beschutten. Het laagje was maskeert het metaal en is voor de bijen een aantrekking om de kunstraat te gebruiken, 't Is de vraag, of dat laagje was er steeds opblijft.

Misschien dat de alum. kunstraat en vooral die met darrencellen in de honingkamer beter gebruikt kunnen worden, waar zij uitsluitend dienst moeten doen om er honing in op te bergen. We moeten echter niet vergeten, dat de bijen in een honingkamer niet gaan werken of er moet een bepaalde en betrekkelijk hooge warmte heersenen, waarbij was kan bereid worden. Die warmte moet voor een groot deel uit 't broednest, waar de meeste bijen zijn, opstijgen. Zouden die metalen raten in de honingkamer voldoende warm gehouden kunnen worden? Hoe hetzij, proeven moeten hier bewijzen, 't Is zeker dat alum. raten groote voordeelen zouden hebben,
1o. Ze zijn gemakkelijk in elk raampje te brengen, dat met schroefjes weer wordt gesloten.
2o. Ze breken nooit bij honingslingeren of reizen.
3o. Ze zijn gemakkelijk in warm water schoon te maken en kunnen dus jaren lang gebruikt worden.
4o. Vooral bij sterk gewin is de imker dadelijk klaar om ruimte te geven den honing te bergen.

Al zullen de alum. raten niet beantwoorden aan de verwachtingen, welke sommigen er van hebben, dan moet men toch den heer Van Os, Directeur van Afd. Handel, huldigen, die ook thans weer bewezen heeft met zijn tijd mede te gaan. Nergens op 't vaste land van Europa is deze raat nog bekend. 't Is een Engelsche vinding van den laatsten tijd, welke waarschijnlijk wel zal verbeterd worden.

Geheel nieuw is het beginsel niet, om aluminium te gebruiken. We hebben wel voor eenige jaren kunstraat gezien gedeeltelijk van aluminium vervaardigd, welke op een fabriek in Duitschland werd gemaakt. Misschien is die raat niet genoeg bekend geworden, of was ze ondoelmatig, hoe het zij, we hebben in ons land weinig over het gebruik vernomen. Ze bestonden uit een dunne vlakke aluminium plaat waarop men aan één zijde een laag was had gestreken. In die laag was waren de celbodems afgedrukt. Zulk een kunstraat werd aan 't eind van 't broednest geplaatst (ook nog buiten de stuif meel tafel) met de celindrukken naar 't nest toe. Aan de buitenzijde van de kunstraat op de vlakke aluminiumplaat werd dus door de bijen niet meer gewerkt. Men ging van de onderstelling uit, en de praktijk had 't bewezen, dat de koningin in de opgebouwde cellen met haar platte bodems geen eitjes kwam leggen. De bijen gebruikten de kunstraat voor honingraat en bouwden bij goed gewin de cellen tot een dikke raat, spekraat uit. Omdat er slechts aan één kant cellen waren, kon de imker ruimte geven en de raat wat op zijde zetten.

T.C. HOOTSEN.