Het gewin van een volk in zwermtoestand
tijdens de lindedracht in 1921 te Warnsveld.



De linde bloeide van 16 Juni-9 Juli, de zilverlinde van 9 Juli-24 Juli. 26 Juni zwermde het volk, de koningin werd uitgevangen, de bijen teruggegeven. 4 Juli werd een tutende koningin uitgevangen en alle doppen verwijderd. Van 4-13 Juli was het volk geheel moerloos. 13 Juli werd 's avonds een bevruchte koningin in een kluisje in de bovenste kamer gelegd. Den volgenden avond werd zij door 't vlieggat naar binnen gelaten.
Dit volk haalde net zoo veel honing, als de andere volken, welke geen zwermplannen hadden. Volgens mijne wegingen moeten tijdens een drachtperiode veel vliegbijen voorhanden zijn met een flinke reserve gesloten broed achter zich, welke de gelederen kan aanvullen. Hier zwermde 't volk 26 Juni, er liep dus nog geregeld broed uit tot 17 Juli, daarna was de hoofddracht afgeloopen.

Wilt U honing oogsten, dan moet U tijdens de hoofddracht veel vliegbijen hebben, dus geen zwermen aannemen. Mochten er onverhoopt toch zwermen komen, dan moet U de koningin uitvangen en den zwerm terug laten vliegen. Doet U dit niet, dan blijven Uw honigvaten leeg.
Warnsveld,
A. OONK.