Bijenwas in de oudheid.
Reeds in 't Oude Egypte, werd was voor verschillende doeleinden gebruikt. In een gedenkschrift van Ramses III leest men, dat uit de koninklijke schatkist voor offergelden zijn betaald 331.702 kruiken honig, wierook en olie, 3.100 teber was enz. Bij begrafenisplechtigheden werden wassen beelden der goden gebruikt, welke men tusschen andere offeranden in de graven plaatste. De oude Egyptische toovenaars gebruikten als toovermiddelen ook kleine wassen beeldjes.
Bij 't balsemen van lijken werd was gebruikt, wat ook gebeurde bij de Perzen en de Assyriëers.
In de Grieksche Mythologie leest men, dat Pan 7 rietjes van ongelijke grootte en dikte met was aaneen voegde, waardoor een muziekinstrument werd gevormd. Pan wordt de beschermheer der bijen genoemd. Ook wordt ons door de legende verteld, dat Daedalus, een der oudste Grieksche bouwmeesters op Creta een labyrint bouwde, waarin hij zelf door Minos werd opgesloten. Hij ontvluchtte met zijn zoon Icarus op met was bevestigde vleugels. (Zie figuur I en Ia). De vader kwam behouden op Sicilië aan,

Fig. I. Daedalus bevestigt met was de vleugels aan zijn zoon Icarus.
doch Icarus vloog tegen den raad van Daedalus te dicht bij de zon, waardoor de was smolt, zoodat de vleugels loslieten en hij in de naar hem genoemde Aegeische zee viel en verdronk, (beeld van jeugdige onbezonnenheid).
Bij de Grieken was de bijenteelt van groot belang. De opbrengst van honig en was vormde voor den pachter een groot deel van zijn inkomen. Zoo vertelt Varro van een Romeinsche man, die zijn bijenstand voor een jaarlijksche betaling van 5.000 pond honig had verpacht. Bijna iedere villa had haar bijenhuis. In het oude Rome was in de heilige straat een markt voor honig, was en propolis (voorwas). Dit laatste werd als geneesmiddel duur verkocht. De Romeinen ontvingen groote hoeveelheden was en honig uit Zuidwestelijk Griekenland, Azië en Noord-Afrika.

Fig. Ia. Icaris stort in de Aegeische zee.
Toen Pinarius in 181 v. Chr. het eiland Corsika had overwonnen, legde hij de bevolking een belasting op van 100.000 pond was; dit getal werd twee jaar later nog verdubbeld. De bewoners van Trebizonde betaalden aan de Romeinen ook schatting in was.
Natuurlijk werd een zóó kneedbare stof als was in dien tijd bij de schoone kunsten gebruikt; wij lezen dan ook dat schilders, zoowel als beeldhouwers groote hoeveelheden was verwerkten. De Romeinsche magistraten lieten bij voorkeur hunne portretten in was vervaardigen.
Plinius deelt ons mede, dat bij begrafenissen elk familielid van den overledene in den stoet werd vertegenwoordigd door zijn afbeeldsel in was, welke in daarvoor bestemde “nissen" werden bewaard. Werd iemand beroemd, dan verscheen in zijn woonkamer en evenzoo in alle openbare gebouwen zijn beeld in was. (Zie fig. II).


Fig. II. Romeinsche maagden met was-tafeltjes - Fig. III. Wassen masker.
Ook maakte men maskers van was (zie fig. III). Om een beeld te maken vervaardigde men eerst een vorm van gips op 't gezicht van den persoon. Was die vorm hard geworden, zoo goot men deze vol met gesmolten was.
De was werd bij de Romeinen ook veel gebruikt om er bloemen en vruchten van na te maken ter versiering van kamers en voor 't gebruik bij godsdienstige feesten. De geschiedenis vermeldt talrijke voorbeelden om aan te toonen hoe ver men was gevorderd in de kunst om bloemen en vruchten na te bootsen.
Ook werd toen het was-schilderen beoefend en wist men, dat was in olie en vet oplosbaar is. Plinius zegt, dat het in zijn tijd niet zeker was, wie het was- en brandschilderen uitvond. Sommigen schrijven die eer toe aan Aristides van Thebe, welke het eerst gelijkenis wist te brengen in de menschelijke trekken, hoewel zijn kleuren wat scherp waren.
De wijze van schilderen ging steeds vooruit om later tot de 14e eeuw na Chr. weer achteruit te gaan.
De kleuren worden aangebracht met een stof, vooral uit was bestaande en te voorschijn geroepen door een warm strijkijzer. Plinius beschrijft ons de geheele methode van werken en zegt ten slotte, dat er in den ouden tijd twee wijzen van schilderen waren n.l. in was en in ivoor met de z.g.n. “cestrum" of puntige graveerstift. Later was er een derde manier, waarbij de was-verf werd gesmolten, waarna ze warm met een borstel over het voorwerp werd gestreken. Dit schilderwerk was bestand tegen den invloed van zon, zeewater en wind.
Dat deze bewering waar was, bewijzen ons de groote muurschilderingen in Patricische huizen, welke, zijn gevonden bij de opgravingen van Herculanum en Pompei', die meer dan 18 eeuwen oud zijn en toch zeer mooi zijn gebleven. (Fig. IV toont ons een fraai voorbeeld van een dezer schilderijen).

Fig. IV. Was Brandschilderij, afkomstig uit Herculanum.
De was werd ook gebruikt om er op te graveeren of te schrijven. Hiertoe bezigde men wastafels. Homerus verhaalt reeds, dat deze gebruikt werden vóór den Trojaanschen oorlog. Zij hadden den vorm van een boek (zie fig. V) en bestonden uit eenige plankjes op elkaar met verhoogden rand, opdat de waslaagjes elkander niet raakten, als 't tafeltje gesloten werd en 't geschrevene dus niet beschadigd kon worden. Was 't tafeltje beschreven en toegeslagen, dan werd het met was verzegeld en gestempeld met een zegelring, welke de schrijver gewoonlijk droeg. Had ‘t geschrevene afgedaan, dan kon men de was effen maken met den platten kant der stift. Oude schrijvers verhalen, dat de Romeinen hun minnebrieven op deze wijze schreven, terwijl de geadresseerde op het ontvangen tafeltje haar antwoord schreef, na eerst de was weer glad gemaakt te hebben.
Reeds in de oudste tijden werd de was gebruikt als lichtbron, vooral in de huizen der aanzienlijken.

Fig. V. Geopend tafeltje met stift.
De eerste kaars, cereus genaamd, bestond slechts uit een pit, welke was gemaakt van 't binnenste van een bies, in was gedompeld. (Zie fig. VI). De waskaarsen werden niet alleen gebruikt voor huisverlichting, doch ook bij processies, godsdienstige plechtigheden en mysteriespelen.

Fig. VI. Eerste kaars (Cereus) met kandelaar.
Ook moeten we er nog op wijzen, dat de was veel werd gebezigd voor medische doeleinden. Plinius deelt mede, dat de was op zooveel verschillende manieren wordt gebruikt in de geneeskunde en dikwijls vermengd met andere stoffen, dat het niet mogelijk is er een opsomming van te geven.
De was werd ook gebruikt om urnen en vaten te verzegelen, die gevuld waren met wijn, olie of mede. Vermengd met andere stoffen, als steengruis, kalk of pek vormde het cement voor binnenversieringen. Om 't rotten tegen te gaan werden touwen met zuivere was ingesmeerd. Kleuren van muren en marmersoorten verbeterde men door polijsten met deze stof.
DE REDACTIE.
P.S. Bovenstaand art. hebben wij bewerkt naar 't boek van T.W. Cowan, Bijenwas voorheen en thans. Uit 't Engelsch vertaald door Mevrouw E.W.C. van Os-Plancius. (Uitg. is Floralia, Assen). Bovendien hebben we eenige gegevens ontleend aan: “Geschichte der Bienenzucht" von J.G. Beszler.