De Bibliotheek.

Reeds spoedig na het oprichten der Vereeniging gingen er stemmen op uit den boezem der Vereeniging om te komen tot het aanschaffen van boeken over bijen. Op de vergadering dato 21 November 1901 had de eerste bespreking plaats van het dagelijksch Bestuur met den Heer J.C. Bosch te Beverwijk over de bibliotheek. De heer Bosch werd bibliothecaris en er werd een som van ƒ 50,00 op de begrooting uitgetrokken voor het aanschaffen van boeken.

Het reglement op de Bibliotheek werd 28 April 1903 vastgesteld en is met enkele wijzigingen onveranderd blijven voortbestaan. Het aantal boekwerken bedroeg dat jaar 70 stuks, waaronder meerdere belangrijke boeken o.a. de Bijbel der Natuur van Swammerdam.

De Heer Bosch nam in 1908 ontslag als bibliothecaris en werd opgevolgd door den heer Van Giersbergen. De boeken werden half October naar Wageningen gezonden en overgenomen. De nieuwe bibliothecaris was vol lof over de collectie, alle boeken zagen er als nieuw uit; maar dit was tevens een bewijs, dat zij bijna nooit gebruikt werden. Niet alleen de buitenlandsche werken, maar ook de Hollandsche- en Vlaamsche boeken waren blijkbaar ongelezen.

De Heer v. G. heeft met groote toewijding voor de bibliotheek gezorgd. Zijn speciale positie bracht hem in persoonlijke aanraking met de imkers. Zijn invloed en zijn woord wekten de leden op ook de theorie niet te verwaarloozen en omdat hij overal kwam kon hij dikwijls een voordeeligen aankoop doen. De uitbreiding van het aantal boeken deed de behoefte ontstaan aan een stelselmatige indeeling. Ieder werk werd in de afdeeling ondergebracht waar het thuis hoorde. Het was op den duur onmogelijk in ons maandblad de leden op de hoogte te houden van de aanwezige boeken. Zoo ontstond de behoefte aan een catalogus. Wij kennen allen dien van 1916 met zijn reglement en zijn 9 afdeelingen. De samenstelling eischt veel werk, vooral als men een drukken werkkring heeft, zooals de Heer v. G. De bibliotheek ondervond veel belangstelling, de port was laag en de cursussen over bijenteelt maakten, dat er meer over bijen gelezen werd.

Op 1 Januari 1919 werd door den heer v. G. ontslag genomen als bibliothecaris in verband met een verandering in zijn positie. Bij de herdenking van het 25 jarig feest past een woord van hulde en dankbaarheid voor alles wat de Heer v. G. voor de bibliotheek deed.
In plaats van den heer v. G. werd tot bibliothecaris aangewezen de heer W.A. van Os met ingang van 1 Januari 1919.
Alle boeken werden overgebracht naar het Bijenhuis. De groote oorlog liet ook hier zijn invloed gelden. Vele periodieken waren niet meer ontvangen en alles, ook het bindwerk was zooveel duurder geworden. Zorg voor een bibliotheek eischt veel tijd en geregeld werk; want als men een boek vraagt, krijgt men het ook liefst spoedig. De heer van Os heeft een ambulante betrekking, ieder oogenblik kan hij worden weggeroepen en zoo kwam de bibliotheek in het gedrang.

Hierdoor ontstond de behoefte aan hulp en werd ondergeteekende gevraagd voor de bibliotheek te willen zorgen. Ik heb deze gelegenheid om mijn vrijen tijd nuttig te besteden met beide handen aangegrepen en als 2de bibliothecaris ben ik 1 Juni 1919 door het Hoofdbestuur als zoodanig aangesteld. De ruimere toelage voor de Bibliotheek in verband met de lage valuta maakten, dat er betrekkelijk veel boeken konden worden aangekocht. De periodieken werden na den vrede weer ontvangen, de buitensporige prijzen voor bindwerk zijn gedaald, zoodat de bibliotheek voltalliger en ook goed in orde kon worden gehouden.
Jammer, dat de pakketpost zoo duur is geworden en de algemeene malaise tot zuinigheid dwingt. Het aantal uitgeleende boeken is in 1922 buitengewoon laag. Een supplement-catalogus was in 1921 voor de nieuwe aanwinsten onmisbaar en nog altijd neemt het aantal boeken toe.

Er zijn thans 539 handboeken, waarvan meerdere dubbel en 61 tijdschriften. Het hoogste nummer van Afd. II was in 1921, 112 nu 124, van Afd. III 187 nu 216 en van Afd. IV 57 nu 61.
Wanneer de goede jaren voor de imkers weer komen, zal de lust tot studie van de bijen stellig weer toenemen, want het blijft toch altijd het merkwaardigste insect. Daarom moet de bibliotheek altijd gereed zijn om aan te vullen wat belangstellende leden aan kennis ontbreekt.

L.J. VAN RIJN.