Selectie van Roode Klaver en van Bijen.
In zijn boek; “de wonderen van het bijenvolk" geeft Dr. Ootmar een verslag weer van een Fransch imker omtrent het door hem ingestelde onderzoek naar de reden van het weinige bezoek van onze bijen op de roode klaver. Waar dit een plant is, die rijk honingt, ook in voor de bijenteelt ongunstige jaren, en bovendien als cultuurplant in groote hoeveelheden verbouwd wordt, zou het wellicht zeer aan de bijenteelt ten goede komen, wanneer deze plant door onze bijen bevlogen kon worden.
Genoemde onderzoeker merkte op, dat alle bloemen van de roode klaver werden bevlogen, behalve door hommels, door bijen van bepaalde volken. En na ingesteld onderzoek bleek hem, dat de bijen van die volken een grootere tonglengte hadden dan de bijen van de volken, die niet op de roode klaver vlogen. De diepe klaverbloemen waren slechts te doordringen voor lange bijentongen. Door middel van de bekende bij en tongmeter zag hij, dat de tonglengte van de onderscheidene volken uiteenliep van 9,2 m.M. tot 7 m.M.
Uit door hem verzamelde gegevens bleek tevens, dat volken van nagenoeg gelijke sterkte en ijver honingoogsten leverden, welke recht evenredig waren met de tonglengten dezer volken. Dit was dus al een bewijs, dat door fokken in de richting van “langtongigheid" zeer zeker geldelijke voordeelen zouden kunnen worden verkregen; want de lengte van de tong is een erfelijke eigenschap, die én door den dar én door de koningin op de nakomelingschap wordt overgebracht.
Het bleek echter tevens, dat de lengte van de bloemdeelen, dus de diepte van de bloem bij de verschillende planten van roode klaver varieerden. Ook deze eigenschap is zeer erfelijk bij de planten. Het is dus mogelijk, dat door doelmatige kruising of door selectie de bloem van onze roode klaver ondieper wordt gemaakt.
Wanneer in deze richting pogingen worden aangewend zal én de landbouw én de bijenteelt hiervan de gunstige gevolgen ondervinden. Door betere bestuiving komt er meer zaad in de klaver en wordt deze dus veel voedzamer en de imkers winnen daardoor een, ook in slechte jaren goed opleverende, honingweide.
J. JANSEN.