Het overbrengen van een volk uit een korf in een kast.

Het is mij herhaaldelijk gebleken, dat het aanschaffen van ronde strookorven met bijen, welke daarna in kasten worden overgebracht, voordeeliger is, dan het aanschaffen van kastvolken. Om de volken in de kast te brengen, volgde ik aanvankelijk de volgende methode:

In het voorjaar, dus wanneer er nog maar weinig broed is, klopt men den korf af. Daarna trekt men al de spijlen uit den korf en snijdt voorzichtig met een korfmes de raten los en neemt ze er uit. De raten, welke broed bevatten, worden op een plankje gelegd. Vervolgens neemt men een leeg raam, legt dit zoodanig op de broedplek, dat zooveel mogelijk het broed binnen het raam valt, snijdt vervolgens met een warm mes het stuk raat uit (dat nu dus juist het raampje vult), bevestigt dit er in met behulp van een paar wollen draden of raffiabandjes, welke om raam en raat gebonden worden, en hangt het raam in de kast. Zijn zoo alle broedraten overgebracht in de nieuwe (mobiel) woning, dan slaat men het volk er weer op, dekt alles warm toe en voert een weinig met warme voederstroop.
Meermalen is het mij volgens deze methode gelukt, een volk uit een korf in een kast te brengen. Meermalen is het mij echter aldus handelende ook mislukt en kan ik deze methode dan ook in 't algemeen niet aanraden, hoewel ze in vele boeken wordt aanbevolen. Vooreerst is het een geweldige operatie, welke men aldus handelende in een volk uitvoert en in de tweede plaats loopen de bijen bij het afkloppen in het voorjaar zeer slecht, vooral bij somber weer.
Na lang zoeken meende ik een minder riscante methode gevonden te hebben. Ik paste haar dezen zomer op mijn eigen bijenstand toe. De resultaten waren zeer bevredigend en daarom geef ik er hier een beschrijving van.

Men plaatst den korf met volk, zooals men hem kocht of overbrengen wil, in een ledige kast. Het vlieggat van den korf stopt men dicht en zet den korf zóó, dat de rand beneden correspondeert met het vlieggat in de kast. Bij het uitvliegen oriënteeren de bijen zich nu op de kast, zoodat we daar later geen moeite meer mee hebben. Na pl.m. een week nemen we op een morgen dat er druk gevlogen wordt, dus er betrekkelijk weinig bijen thuis zijn, den korf uit de kast en plaatsen hiervoor in de plaats een broedkamer met ramen, voorzien van kunstraat en dekt deze toe. De thuiskomende bijen hebben nu voorloopig een onderkomen.
Op een rustig plekje draaien we den korf om, blazen er even flink rook in, snijden met een mes de raten tot pl.m. de helft van de korfhoogte, los van den korfwand en trekken de onderste spijlen er uit. Vervolgens snijden we de onderste helft van den korf af. Dit lijkt heel wat, doch het is niets. We behoeven slechts één rij bandjes door te snijden en éénmaal door den strooband te snijden. Wanneer ons mes scherp is, gaat dit heel gemakkelijk en duurt maar heel kort. Nu nemen we dezen stroorand van den kop van den korf af en snijden de boven den kop uitstekende raatstukken af. Met den korfkop begeven we ons nu naar de kast, nemen het dek van de broedkamer af en plaatsen den korfkop (die nu veel gelijkt op een zwermkieps) op de broedkamer. De nog onbedekte hoeken hiervan dekken wij met de opgevouwen dekkleedjes. Onder luid gezoem trekken de bijen, die thuiskwamen en zich op de vliegplank verzamelden, naar binnen, en na een half uur gaat alles weder zijn gewonen gang.

Wat gebeurt nu? De bijen kunnen lang niet allemaal in den korfkop, moeten dus gedeeltelijk in de broedkamer zitten, wat tot gevolg heeft, dat de kunstraten worden opgebouwd. De koningin vindt in den kopkorf geen voldoende afzetgebied voor haar eieren en trekt de broedkamer in, waar wij haar bij een volgende inspectie meestal aantreffen. Vinden we haar in de broedkamer, dan leggen we een rooster op de broedkamer, en zetten daarop den korfkop. Na eenigen tijd, afhankelijk van de dracht, kunnen we den korfkop vol honing oogsten, door den rooster te vervangen door een plankje met bijenuitlaat. Na pl.m. 24 uur is dan de korfkop geheel bijenledig.

Voordeelen van deze methode zijn:
1e. Het volk trekt vrijwillig uit den korf in de kast.
2e. Het broed lijdt niet, en de geboorte van jonge bijen staat geen oogenblik stil.
3e. Er is geen risico aan verbonden.
4e. We krijgen mooie raten in de broedkamer.
5e. We kunnen de korfhelften na afloop weer op elkaar bevestigen met behulp van een ijzerdraad, waarna de korf weer voor bijenhuisvesting geschikt is.
J.B.H. JANSEN.