Ontvangen boeken.

1. Die Faulbrut der Bienen und andere Brutkrankheiten von Fritz Leuenberger, Bern. Dritte Auflage, mit 17 Abbildungen. Herausgegeben vom Verein Deütschschweizerischer Bienenfreunde Preis 50 Rp.

2. Der Warmehaushalt im Bienenvolk. Mit besonderer Berücksichtigung der Befunde von Friedrich-Lammert Sonderhausen. Ein Beitrag zur Physiologie einer Tiergemeinschaft. Nebst 20 Abbildungen und einer Tafel. Berlin, Fritz Pfenningstorf.

Dit boek, in groot formaat bevat 120 blz. 't Zijn zéér merkwaardige onderzoekingen en studiën. Er zijn heel wat interessante ontdekkingen gedaan op 't gebied van 't bijenleven, zoo verrassend, dat men is gaan spreken over "de wonderen van ’t bijenvolk".
Toch was er nog weinig bekend over 't raadsel der "warmte-economie in ’t bijenvolk". Reeds in 1914 deed de Amerikaan Gates 20.000 waarnemingen met den kwikthermometer omtrent de warmte in 't bijenvolk. In 't zelfde jaar deden ook de Amerikanen Phillips en Demuth 414413 temperatuur metingen met een "electrische" thermometer, welke het aflezen op een grooten afstand mogelijk maakt. Zij onderzochten talrijke volken en gebruikten tot 19 thermometers per volk. Die arbeid kostte veel moeite, tijd en vooral geld en was van veel belang voor de praktijk.

De onderzoekingen van den Duitscher Lammert uit Sonderhausen dateeren reeds uit de jaren 1894 tot '96. Hij heeft zijn stelselmatige temperatuurmetingen van den bijentros, over tijdperken van 4 weken dag en nacht, in graphische voorstellingen opgeteekend.
De heer Ludwig Armbruster heeft dat uitgebreide materiaal nader bestudeerd en er een rijken schat in gevonden, de oplossing van 't groote raadsel omtrent de warmte-economie in 't bijenvolk, welke niet alleen op wetenschappelijk gebied voor de physiologie van veel belang is, doch vooral ook voor de praktijk, voor de behandeling der bijen door den imker.

In bovengenoemd werk heeft de auteur zijn studiën neergelegd. Volgens de kromme lijnen (curven) van Lammert is de warmtegang in 't bijenvolk een rhytmische levensfunctie, welke volgens bepaalde wetten verloopt. De bijen hebben geen winterslaap en haar winterrust is nog maar betrekkelijk. Ze zijn ieder op zich zelf zoo teer en verkleumen al bij weinig koude. Toch kunnen ze "economisch" den strijd voeren tegen de hevige winterkoude gedurende een lange periode. Uit genoemde onderzoekingen is gebleken, dat die strijd (evenals b.v. ook haar cellen- en ratenbouw, haar vorming en verzorging van broednest enz.) volmaakt, doelmatig, practisch en economisch is.

DE REDACTEUR.