Waarnemingsstations over Juli 1923.


VLIEGDAGEN EN VERSCHILLENDE OPMERKINGEN.

Warnsveld:
gewichttoename: +13,500; +9,950; -1,050; totaal +22.400 K.G.
Gemiddelde temperatuur 18,7° C, normaal 17,6° C. Hoogste stand 33,8° C. op 12, laagste 16,6° op 28 Juli. Zelfs 11 dagen boven 25° C, waaronder 9 boven 30° C.
Neerslag 49,1, normaal 84,4 m.M. Bewolkingscijfer 5,8, normaal 6,4.
Heldere dagen 6, betrokken 8, normaal 3 en 12.
Barometer 762,4, normaal 761,3 m.M.
Het weer was van 1 tot en met 14 Juli steeds droog, zonnig en abnormaal heet van 5—15 Juli.

Daarna was het koeler, regenachtiger en meest zwaar bewolkt. Windverdeeling N. 5; N.O. 3; O. 8; Z.O. 11; Z. 15; Z.W. 27; N.W. 9; Stilten 0 op 100 keer.
Gewin. Als de nood op het hoogst is, is de redding het meest nabij. De dracht was buitengewoon sterk van 4—14 Juli. De dagelijksche toename schommelde toen tusschen 1,9 en 2,850 K.G. In 14 dagen tijd vielen de bijen van het eene uiterste in het andere. Op 30 Juni nog totaal ledige cellen in de broedkamers.
Op 15 Juli volle honigkamers en goed gevulde broedruimten. De broedruimten verhonigden, zoodat bij sterke volken een ledige broedruimte moest worden tusschengeschoven.

Afname 's nachts 9,65 K.G., afname daags 0,5 K.G. Toename overdag 32,55 K.G. Hoogste opbrengst per dag 2,85 K.G. op 13 Juli. Op 9 dagen werd boven 2 K.G. per dag gewonnen. 't Gemiddelde gewin in Juli tijdens de laatste 6 jaar is 5,975 K.G.; van 1918—1922 werd achtereenvolgens gewonnen of ingeteerd +4,45, +7,35, -1,2, +1,85, +1 K.G. Dit jaar viel de hoofddracht geheel in Juli, bij gunstig weer begint ze reeds na 20 Juni. Na 22 Juli was 't gewin afgeloopen.

Behandeling: 12 Juli werd een honigkamer met stukjes voorbouw gegeven om raathonig te winnen. 31 Juli werd uit de bovenste honigkamer 13,45 K.G. honig geslingerd. De tweede honigkamer werd ook weggenomen met onverzegelden raathonig, welke met bak en raampjes 4,85 K.G. woog. Deze bak werd aan een volk gegeven, hetwelk naar de hei gaat. De uitgeslingerde honigkamer werd teruggegeven om uit te likken en waarin het volk bij eenig gewin in de 2de helft van Aug. nog iets kan bergen. Koninginneteelt. Hiervoor was het uitstekend weer, vooral van 1—14 Juli.

Drachtplanten: witte dovenetel 1/5—15/7, boterbloem 6/5—5/7, framboos 1/6—5/7, erwt, tuinboon 1/6—15/7, herik 5/6—20/7, vuilboom 25/6—25/7 groot bladerige linde 2/7-19/7. Bloeien voort op 31 Juli: stinkende gouwe, sneeuwbes, korenbloem, klaver, braambes, wikken, asperge, leeuwentand, distel, zilverlinde resp. van 5/6—5/6—25/6, 25/6, 25/6, 25/6, 1/7, 10/7, 18/7, en 21/7 af.

Zutphen:
Gewichttoename:
+12,850; +6,800; -1,900; totaal +17,750 K.G.
Geslingerd 12,35 K.G.

Gronsveld:
Gewichttoename: +19,450; + 12,900; totaal 32,350 K.G.
Eerste helft van Juli "buitengewone" dracht, beginnende op 2 Juli. Op 7 Juli toename van 4,100 K.G.
Van 15 Juli wordt het weer minder gunstig. De slinger wordt aan het werk gezet, de bascule buiten gebruik gezet tot 1 Augustus.
Dracht vooral op witte klaver, dezen zomer zeer sterk en mooi aanwezig in veel graslanden en boomgaarden, ook op blauwbloem, minder op linde (bladluis).
Wind 7 dagen O. tot N.O., 4 dagen N. tot N.W., 2 d. Z.W.

Assen:
Gewichttoenam: +9,550; +11,900; -0,100; totaal +21,350 K.G.
Vliegdagen 30, waarvan 15 met goede, 4 met matige, en 11 met weinig vlucht; gewin in hoofdzaak witte klaver, benevens korenbloemen en dopheide. Van 3 tot en met 14 Juli, in 11 dagen een gewichtstoename van 14,850 K.G. 't Hoogste op 8 Juli 2,600 K.G.

Op 2 Juli een nazwerm afgekomen van 1,300 K.G., waarvan de helft werd teruggegeven.
Op 10 Juli de honigkamer opgezet, welke 5,150 K.G. woog en nu voor de helft is volgebouwd.
De jonge koningin was spoedig bevrucht en legde 9 Juli haar eerste eitjes.
De hoogste temperatuur viel op 13 en 14 Juli, telkens 32,5° C.

Wageningen:
Geen opgave gewichtswijzigingen per periode
Op 6 Juli is de honigkamer opgezet (2 K.G.). Op 16 Juli is 1 raampje weggenomen (150 Gr.). Op 26 Juli zijn 2 volgebouwde raampjes weggenomen (4 K.G.).

Met 1 Juli begon de dracht, van 5—14 Juli dagelijks 1 K.G. of meer, hoogste gewin op den 13en met 1750 Gram. Daarna verlies, met nu en dan nog een kleine toename. Hoofddracht op tilia vulgaris (deze linde geeft veel nectar, de andere soorten weinig), klaver, herik, korenbloem, malva en vele andere veldbloemen, distels, schermbloemen enz.
Er zijn bloemen in overvloed, maar het weer is dikwijls ongunstig. Op 29 Juli kwam nog een nazwerm af met 30 koninginnen. Het was veel werk deze alle uit te zoeken. Gewicht op 1 Juli 23,600 K.G, medio der maand 38,900 K.G., einde der maand 34,100 K.G.

Boekelo:
Gewichttoemame: +14,800; +15,600; -6,400; totaal +24,000 K.G.
Rooster tusschen 0,400 K.G. en honigkamer 3,200 K.G. Geslingerd 8,100 K.G. Hoogste temp. daags 12 en 14 Juli 33° C. Laagste 's nachts 1 Juli 6° C. Windrichting overheerschend Z.W.

Eerste helft der maand helder weer, laatste helft veel donkers en regenachtig. De bijen konden geregeld flink uitvliegen.
Regendagen 9 met 80 m.M. neerslag. Op 15 Juli alleen 38,1 m.M. Van 3—15 Juli zeer bijzondere dracht. Op 15 Juli regen, storm, onweer.
De weegschaalstok won dagelijks 2 a 3 K.G. Op 14 Juli 8,500 K.G. als hoogste op één dag.
Dracht op korenbloem, witte klaver, en Rhamnus (vuilboom) (op dopheide?).

Op 19 Juni zwermde de weegschaalstok en werd het volk gesepareerd (oude koningin onder). Toen de dracht op 3 Juli inzette, stond het volk nog gedeeld. 9 Juni was de jonge koningin bevrucht, en omdat onder ruimte moest worden gegeven, werd de oude koningin afgevangen en 't volk weer vereenigd. Er kwam een rooster tusschen de beide broedkamers a 0,400 K.G.
Op 12 Juli werd een honigkamer met uitgebouwde raten opgezet a 3,200 K.G. 20 Juli werd de jonge koningin in de onderste broedkamer gebracht; 23 Juli werd 8,100 K.G. geslingerd. De bovenbroedkamer kon nog niet worden geslingerd, omdat daarin nog brood was. De bovenbroedkamer zit voor 't grootste deel vol honig.

Toch heeft mij deze wijze van werken weer schade gedaan, omdat juist, met eenige bijzondere drachtdagen het volk gedeeld stond. Mijn meening blijft nog altijd deze: De Simplexkast in zijn tegenwoordigen vorm deugt voor onze streek niet om te separeeren, of we moeten alles vóór half Juni hebben afgehandeld.

Bij plotseling invallende groote honigoogst geeft zij last en schade. Het dooden van de oude koningin en het teruggeven van den voorzwerm was met het slechte weer niet te wagen, omdat licht moerloosheid het gevolg daarvan kon zijn (wat hier dezen voorzomer is gepasseerd), maar kan ook door de pauze, die in den broedinslag ontstaat, veel nadeel brengen, wat zich na een maand en later wreekt.