Hoe afd. Handel, dus de Vereeniging,
het honingvraagstuk in de praktijk oplost.
Afd. Handel had nog een partij honing van 't vorige jaar, die men niet kwijt kon in den vorigen winter, de lente en den voorzomer. Toen kwam de groote honingvloed, vooral in de eerste 3 weken van Juli j.l. en de kranten schreven over den buitengewonen zomeroogst, zooiets was haast nooit beleefd.
En toen adverteerde Afd. Handel in meerdere bladen: "Eet nu honing" (of ze wilde zeggen, er is thans zooveel). We bieden aan zuiveren inlandschen honing voor ƒ 0,50 het pond. Jawel, inlandsche, maar zij schreef er niet bij, dat 't oude honing was van 't vorige jaar. En zuiver? De imkers weten, dat zulke honing, vooral wanneer hij zoo'n warmen tijd meemaakt, min of meer werkende is. Er was o.a. iemand, die van dien honing kocht voor zwakke kinderen. Na korten tijd sprong het deksel van 't emmertje en de honing kwam er uit, zoo gistte het. En toen men Afd. Handel er naar vroeg, kreeg men het naïeve antwoord: „ja het was honing van 't vorige jaar en die kun je niet bewaren.”
Nu vragen we, waarom moest Afd. Handel die partij ouden honing aanbieden, toen de nieuwe oogst juist in de kranten was aangekondigd. Zij schreef boven al haar advertentiën: "Eet nu honing, zuiveren inlandschen bijenhoning!" Zij verkocht tegen een prijs, die maar 15 cent per pond verschilde van dien van den nieuwen prachtigen zomeroogst.
Wij willen verder geen kritiek geven, maar zoo zal men nooit het publiek honing leeren waardeeren of leeren eten, zoo wordt de honinghandel door de vereeniging zelf afgebroken en vernield.
Afd. Handel had dien ouden honing niet mogen laten "meeloopen" juist in dien tijd toen de zomeroogst in den handel kwam, of had er bij moeten schrijven, dat 't oude honing was, die men niet kan bewaren, omdat hij eenigszins gistende is.
Maar Afd. Handel is slim genoeg, dat zij dan niets verkocht zou hebben en de menschen voor 15 cent meer per pond naar den nieuwen heerlijken honing zouden gegrepen hebben, dien men bewaren kon. En nu kan men over de bevordering van 't honinggebruik en den honinghandel wel met hoogstgewichtige gezichten lang en breed praten, en schrijven, maar het komt in de eerste plaats aan, het publiek nauwgezet te behandelen, dat geen honing kent, geen ouden van nieuwen kan onderscheiden, geen eischen kent, die men aan raathoning kan stellen, geen buitenlandschen van inlandschen, geen zuiveren eerste klas slingerhoning van meer of minder gistenden honing kan onderscheiden enz. enz.
Afd. Handel gooit haar eigen glazen in!
Ederveen, Oct. '23.
F. ROELOFSEN,
Oud-Imker en Oud-lid der Ver.