De voedingswaarde van honing.
Onder dit opschrift heeft de med. Doctor C.L. Miller in Amerika een vlugschrift uitgegeven, waarvan de kennis ook voor onze imkers van belang is. Dr. Miller schrijft, per hoofd wordt in Amerika ongeveer 100 pond suiker verbruikt. Nu is het verbruik van rietsuiker nog zoo lang geleden niet begonnen, om de plaats in te nemen voor honing. Honing was voor de rietsuiker de voornaamste zoete stof.
Het zou de gezondheid van het tegenwoordige geslacht ten goede komen, als er meer honing en minder suiker werd verbruikt. Rietsuiker moet omgezet worden in druivensuiker om opgenomen te worden in 't bloed. Geschiedt dit niet of onvolledig, dan heeft het een schadelijken invloed op andere organen, in 't bijzonder op de nieren (prof. Cook).
Honing is door zijn natuur geschikt om zonder eenige verandering geassimileerd te worden, bovendien heeft het een voortreffelijken smaak. Honing is billijker in prijs dan boter, de laatste wordt ranzig, de eerste blijft een onbepaalden tijd goed.
Prof. Cook zegt, iedereen weet, dat kinderen veel van zoetigheid houden (Prof. Donders doceerde dat dit voor kinderen onmisbaar is). De meeste kinderen zullen, als het hun gevraagd wordt, aan honing de voorkeur geven boven vet en er is geen enkele reden om dit te weigeren. Er is echter een grens aan de hoeveelheid vooral bij zeer jonge kinderen, omdat honing een licht purgeermiddel is. Het moge menigeen vreemd in de ooren klinken; maar toch zijn er vele deskundigen, die het voortdurend gebruik van riet(beet)suiker schadelijk achten. Suikerziekte zou kunnen ontstaan door gebrek aan Vitaminen in de voedsels en sommige onmisbare fermenten.
Honing bevat bovendien gemakkelijk opneembare, minerale stoffen, die in de chemisch zuivere voedsels ontbreken. Een minerale stofwisseling is er in het organisme zeer stellig. Het piscin uit de levertraan kan door mineraal zout vervangen worden. In deze richting zijn meerdere minerale mengsels aanbevolen. Het eischt geen groote scherpzinnigheid om in te zien, dat een natuurlijk product (honing) de voorkeur verdient boven een kunstproduct. Vooral omdat honig altijd geassimileerd wordt en het niet zeker is, dat kunstproducten door een verzwakt organisme worden opgenomen.
Practisch is bewezen hoe gunstig honig bij kinderen werkt in het kindersanatorium Trauenfelder te Anden in Zwitserland onder leiding van de vrouwelijke med. Dr. Paula Emrich (zie ons Maandschrift bladz. 126, 1923). Rietsuiker in dezelfde hoeveelheid toegediend als honig gaf lang niet hetzelfde gunstige resultaat.
Een leerling van den beroemden prof. Bunge voerde muizen met melk en die groeiden daardoor als kool. Gaf hij die muizen water met een gelijke hoeveelheid casein, vet, suiker en zout als in melk, dan waren zij allen in een paar dagen dood. Er moet dus iets zijn in het natuurproduct, dat in gelijkwaardige kunstmatige mengsels ontbreekt.
Er is in honig een stof, die een gunstigen invloed heeft op de bloedsamenstelling. Voeding met honig geeft in 't begin een betere bloedsamenstelling, dit komt het geheele lichaam ten goede en zoodra dit krachtiger wordt, neemt het lichaamsgewicht toe. Waar achterlijke kinderen als gevolg van tuberculose, klieren, aandoeningen van de longen of ingewanden in behandeling kwamen, was de genezing te danken aan de vorming van beter bloed, gevolgd door herstel van de aangetaste organen.
Is het nu zoo onmogelijk, dat het gunstig effect bij honigvoeding ook aan den honig wordt toegeschreven? Wij hebben allen wel gehoord van de berri-berri, die ontstaat door het eten van gepelde rijst en genezen kan door het eten van de bast van de rijst; van de scheurbuik, die o.a. genezen kan door het eten van vruchten. Wij weten nu, dat het ontbreken van voedingsstoffen met een specifieke werking, de zoogenaamde Vitaminen, een oorzaak is voor het ontstaan van berri-berri, scheurbeuk enz. De wetenschap gaat altijd vooruit!
Er was een tijd, dat onze voedsels licht verteerbaar moesten zijn, daarna moesten zij een zeker aantal caloriƫn bezitten, heden moesten er bepaalde Vitaminen in de spijzen zijn om te voldoen aan billijke eischen. Er zijn 3 soorten van Vitaminen.
Vitaminen A. Het is oplosbaar in vet. Het bevordert den groei en onderhoudt de gezondheid. Het komt voor in melk (niet meer in gekookte melk), eierdooier, bladgroenten. Ontbreekt het totaal in onze voedsels, dan volgt op den duur blindheid.
Vitaminen B. Het is oplosbaar in water. Het komt voor in de bast van granen, versche groenten en gist. Totaal gebrek aan Vitaminen B veroorzaakt polineuritis, berri-berri.
Vitaminen C. Het is oplosbaar in water. Het komt voor in levend dierlijk- en plantaardig weefsel vooral in sinaasappelen en tomaten. Totaal gebrek aan Vitaminen C veroorzaakt scheurbuik.
Iedere practische imker weet reeds lang, dat honig een uitstekend voedsel is voor iedereen. Wij dachten en met ons Dr. Paula Emrich, in honig zijn ook Vitaminen. Die meening eischte echter bevestiging door een wetenschappelijk onderzoek. Eenvoudig is zoo'n onderzoek niet, bovendien kostbaar en langdurig. Het onderzoek geschiedt door voederproeven met ratten en guineesche biggetjes. Dr. P.B. Harok te Jefferson (Amerika) nam hierover een rij van proeven en kreeg tot resultaat:
Raathonig bevat in matige hoeveelheid Vitaminen A.
Zuivere honig bevat geringe hoeveelheid Vitaminen B, waarschijnlijk is in alle honig Vitamine C. Hij voegt er bij, dat hij zieke ratten, door onthouding van Vitaminen A, even snel zag verbeteren door toevoeging in de voedsels van 5 pCt. raathonig als door 5 pCt. boter.
Het moge hard klinken, maar het is onbegrijpelijk waarom moeder natuur Vitaminen A in was vastlegde en niet in honig. Intusschen, Duitsche onderzoekers vonden Vitaminen B wel in honig aanwezig (zie bladz. 156, 1923 van ons Maandschrift).
Het praktisch aangetoonde resultaat van Dr. Paula Emrich stemt meer overeen met de Duitsche conclusie en allicht zijn er in honig meer of mindere wasdeeltjes achtergebleven. Wij imkers, kunnen ons met recht verheugen, dat door deze onderzoekingen meer de aandacht op honig valt en aan dit natuurproduct een heilzame werking wordt toegeschreven.
Litteratuur over Vitaminen.
Report of the Research Comitee on Vitamines 1919 Engeland, C. Funks Vitaminen en id van Ragnar Berg.
October 1923.
v. R.