Nog eens wat over het bedwelmen der bijen.
De heer A. van den Berg komt in het Septembernummer eens even terug op mijn stukje over bovenstaand onderwerp. Hij zegt, dat het hem trof, dat ik eerst na twee maal anders probeeren, er toe gekomen ben tot het bedwelmen met een pijp, omdat het idee in 't geheel niet nieuw is. Welnu, het idee was voor mij ook niet nieuw meer, 't is wel al 15 jaar geleden toen ik die pijp maakte. En waarom ik het dan eerst anders probeerde? Wel, omdat het voor ongeveer 25 jaar zoo in het Maandschrift werd geleerd, n.l. het bedwelmen van onderen.
Een dathepijp kende ik toen nog niet, alhoewel ik die nu ook zelf nog nooit heb gehad. Maar omdat ik nooit heel best tegen rooken kon, dacht ik zelf een pijp uit op een eenvoudige manier, waarmee ik kon blazen, om de bijen, als 't noodig was, te berooken. Dan behoef ik niet zooveel rook in te slikken als bij het opzuigen met een gewone pijp. Als men langen tijd rookt bij de bijen, met de kap om, dan moet men al een goed rooker zijn als men soms niet eens wat misselijk wordt.
Mijn pijp, die ik gebruik voor het bedwelmen, is net zooals die ik gebruik voor het rooken, doch veel grooter, omdat de bedwelminglapjes er dan beter in kunnen. Ik schreef dit stukje echter tegen nieuwe jaar, omdat ik toen nog gedurig weer een schrijven aantrof in de bijenbladen, die de bedwelming nog van onderen deden, wat ik zeer verkeerd vind.
Dat ik een doek er onder breng, doe ik ten eerste omdat ik dan de bijen in het begin wat naar den doek kan jagen en ze naar onderen vluchten als ik den korf eerst een weinig op zij houd. Ten tweede kan ik dan den doek met de bedwelmende bijen bij de vier hoeken nemen en dragen er mee heen waar ik wil. Ik overval de bijen juist niet plotseling, ik klop soms wel eerst eens een beetje tegen den korf aan, dat ze wat uiteen loopen, dan willen ze mijns inziens beter vallen, alsdat ze zoo dicht opeen zitten. Die enkele bijen, die op den kop in de cellen kruipen beteekenen niet zooveel, een beetje bijen blijven er altijd in, wat men later wel even kan nawerken.
Nu ja, dat men ze van een stuk bordpapier gemakkelijk kan afvegen wil ik juist niet tegen spreken, als het stuk maar groot genoeg is, zoodat ze er niet afrollen. Het vlieggat stop ik goed dicht, dat de salpeterdamp niet ontsnappen kan, want heeft men een korf, die niet al te dicht is, dan mislukt het wel eens, zoodat de bijen er niet goed uitkomen. Ook daarom mede doe ik er een doek onder, dan is het nog wat meer gesloten. Zoo gauw als de heer van den Berg kan ik niet, in een halve minuut ben ik niet gereed. Ik kan ook geen twee volken met één pijp vol doen.
Misschien komt het wel, dat van den Berg er soms tabak bij gebruikt, wat ik zeer verkeerd vind. Met tabak kan men de bijen wel zooveel geven dat ze nooit weer op verhaal komen. Men trekt bij het rooken van een pijp of sigaar de rook maar even op en blaast die dan weer weg. Doch, als men al die rook moest inslikken, zooals de bijen dat moeten bij het bedwelmen, of men blies het ons met geweld in de keel, geloof dan maar vast, dat zelfs de klaarste rooker er wel een dag ziek van was.
Ik acht het dan ook zeer verkeerd om bij het bedwelmen tabak te gebruiken. Salpeter dient m.i. meer om de bijen voor eenigen tijd bewusteloos te maken, om ze als 't ware te doen inslapen, meer niet. Tabak brengt misselijkheid voort en flauwte door de vergiftige nicotine-damp en is m.i. voor de bijen verderfelijk. Daarom acht ik het beter om de bijen alleen met salpeterlapjes te bedwelmen, en daarom vind ik, dat een zeer groote pijp daarvoor het best is. Een houten pijp wordt ook niet zoo gauw overdreven heet. Mij dunkt, een dathepijp was er veel te klein voor.
Mocht er soms iemand zijn, die eens zoo'n pijp wilde koopen, dan wil ik er wel eens een maken, hoewel ik er misschien in de eerste paar maanden nog geen tijd voor heb. Toch wil ik het nog eens beproeven op dezelfde manier als Van den Berg met tabak, maar dan met een andere stof en salpeter.
F. DE VRIES.