Ingezonden

Imker vrienden!
Sedert Mei van dit jaar hebt U niets meer uit Z. Vl. vernomen, want in de zomermaanden laten mijne bezigheden het niet toe, om tijd te besteden aan inzendingen in het orgaan. Thans krijgen wij weer langere avonden en kan er wat meer tijd besteed worden aan onze imkerstudie.

Vooreerst wil ik nog even terugkomen over het bedwelmen der bijen door Dhr. F. de Vries in No. 6 en over de methode in No. 9 door Dhr. A. v.d. Berg te Ulft, weergegeven.
Beide imkers schijnen degelijke proeven te willen nemen, om tot een goed resultaat te komen, wat het bedrijf ten goede komt. Mijn methode wil ik ook mededeelen, opdat een ieder er het zijne van neme. Vooreerst stel ik op den voorgrond: houdt er geen korven op na, maar wel kasten, dan hebt u zelden afsalpeteren noodig. Bij een vollen korf dient een onderzet rand plm. 10 c.M. hoog, om ruimte te krijgen, voor het vallen der bijen bij elke methode van bedwelmen. Ik maak een put pl.m. 25 c.M.2 en pl.m. 30 c.M. diep, waar een ijzerdraad in den wand steekt, tot bevestiging van den salpeterbol (een salpeterlap keur ik af). Een salpeterbol wordt vervaardigd van kladden (afval bewerkt vlas) ter grootte van een vuist en goed gedrenkt in salpeteroplossing in water of brandewijn en dan goed gedroogd.

Op den put leg ik een gaas- of koninginrooster, daarop den rand en verder den korf met gesloten vlieggat, alles goed sluitend, desnoods nog een zak er op. Het is te begrijpen, dat er met opzetten vlug moet gewerkt worden, aangezien de bol, zeer ontvlambaar is, en spoedig zijn rook afgeeft door den rooster. Het gaat alles zoo vlug, dat de bijen geen tijd hebben, den kop in de cellen te steken en zoodoende verrast, alle bedwelmd worden tot de laatste toe. Doordien de bol zoo vlug opgesmeuld is, bestaat er geen gevaar meer voor verbranden der bijen en is alles in 2 à 3 minuten gebeurd. Een weinig trommelen moet geschieden om de losse bijen te doen vallen en de niet gevallene met een veer wat uitvegen, zoodat 9 van de 10, alles goed zal gelukken.

De moer ligt gewoonlijk bovenop en worden de bijen in de te bevolken kast afgeveegd, die van het noodige materiaal reeds is voorzien. Bij eventueele eerste mislukking kan een 2de herhaald worden, doch moet zelden gebeuren. Evenwel dan eerst de gevallen bijen verwijderen.
Mijn plaatsruimte wordt te groot, ik moet eindigen, anders kwam ik nog wel eens terug op de mislukte bedwelming met salpeterlapjes op de tentoonstelling te Boxtel.

Tot Jan., dan iets over ondervindingen dit jaar tijdens den zwermtijd.
Mijn oprechten Imkersgroet.
Z. VI.
B.