Waarnemingsstations over Mei 1924.

VLIEGDAGEN en VERSCHILLENDE OPMERKINGEN.van mei 1924.
Wageningen.- De Meimaand was zonder vorst, meestal warm en zonnig. Hoogste temp. + 28° op 14 Mei, laagste + 4° op 10 Mei. De trage ontwikkeling van het broed maakte, dat er een tekort was aan drachtbijen. Een toename over de geheele maand met best weer en vollen bloei, in totaal van 1200 Gram is een mager resultaat. In Mei 1923 ging op sommige Meidagen het gewicht in 24 uur met ruim l K. G. naar boven. Drachtplanten: peer, kers, morel, acer, pruim, appel, later de kastanje, die dit jaar veel honig gaf, paardenbloem, pinksterbloem, de cotone-aster, brem, laurierkers. De olijfwilg bloeide dit jaar 17 Mei, andere jaren in de eerste dagen van April. Er kwamen veel bijen op de bloemen.
Warnsveld.- Gemiddelde temperatuur 13, 6° C„normaal 12, 8° C. Hoogste stand 27, 5° C. op 14, laagste 1, 4° C. op 10 Mei. Op 7 dagen was de temperatuur van 20 — 25° C.; op 6 dagen boven 25° C. Nachtvorst van beteekenis kwam dit jaar niet voor. Neerslag 81, 1 m. M., normaal 59, 1. Bevolkingscijfer 6, 2, normaal 6, 3. Heldere dagen 4, betrokken 8, gemiddeld 3 en 11. Barometer 760, 5, normaal 760, 8 m. M. Het weer was tot den l0en nog onaangenaam en koud. Daarna was het overwegend zoel met veel onweer op zelfs 12 dagen, normaal 4, met een goede regenverdeeling, zoodat de plantengroei krachtig tot ontwikkeling kon komen en niet door sterke afkoeling, zooals vaak in Mei voorkomt, onderbroken werd. Windverdeeling N. 7, N. O. 6, O. 11, Z. O, 8, Z. 18, Z. W. 32, W. 11, N. W. 6, stilten 0 op 100 keer.
Vliegdagen 30, waarvan 12 zeer goed, 13 goed, 5 zwak. Na 10 Mei was er veel vlucht. Gewin: op 10 Mei zette de dracht in, welke aanhield tot 22 Mei. Op 4 dagen werd meer dan l K. G, gewonnen. In 't laatst der maand kwam licht gewin opnieuw voor. Afname 's nachts 6, 55 K. G. Afname daags 1, 95, toename overdag 11, 6 K. G. Hoogste opbrengst per dag 1, 65 K. G. op 17 Mei. Toestand der volken: begin Mei moesten sommige volken gevoerd worden. Daarna kwamen ze krachtig tot ontwikkeling. De eerste darren speelden op 10 Mei voor. Op 18 Mei hadden sterke volken moerdoppen met eitjes. In 't laatst van Mei kwamen verscheidene zwermen af. Behandeling: 16 Mei honigkamer met stukjes voorbouw gegeven, 18 Mei moer geknipt, 27 Mei voorzwerm vloog terug, 31 Mei jonge moer tuut 's avonds. Drachtplanten: ruige wilg 17/4 — 5/5, meizoentje 20/4— 8/5, speenkruid 22/4 — 5/5, ribes 24/4 — 15/5, roode bes
26/4 - 53/5, veldbies 28/4 — 15/5, pinksterbloem 28/4 — 20/5, sleedoorn 8/5 — 16/5, paardenbloem 10/5 — 25/5, wilde pruim 10/5 — 17/5, kers 10/5 — 17/5, pruim 11/5 — 17/5, peer 12/5 - 21/5, appel 15/5 - 31/5, eschdoorn 18/5 - 31/5, sering 20/5 - 30/5. Bloeien voorts op 31 Mei: muur, koolzaad, witte doovenetel, aardbei, wilde kastanje, boterbloem, haagdoorn, brem, resp. van 20/4, 10, 15, 16, 20, 19, 22 en 25 Mei af.
Gronsveld: + 9,400; + 14,300; — 0,500; totaal + 23,200 K.G. Eerste decade koel en regenachtig, 2e decade uitstekend. Op 13 Mei 6 K.G. gewichtstoename! 18 Mei gezwermd. Zwerm teruggegeven. Kers. appel, peer, paardenbloem, kastanje, eschdoorn, 3e decade zware onweders, weinig honigplanten in bloei (Meidoorn).
Assen.- —0,250; —0,350; —0,400; totaal — 1,000 K.G. Vliegdagen 26, waarvan 10 met goede, 12 met matigenen 4 met weinig vlucht. Gewin op: paardenbloem, vruchtboomen, weidebloemen en kastanjeboomen. Het volk, dat sterk aan roer heeft geleden, is zeer achterlijk, slechts 3 ramen broed en herstelt zich zeer langzaam.
Boekelo.- —0,700; +2,300; — 0,80O; totaal +0,800 K.G. Door het warme weer en goede dracht in 't midden der maand op paardenbloem, appel enz., zijn de bijen bijzonder ontwikkeld. 14 Mei werd 1 Kilo gewonnen. De stok werd 18 Mei vergroot door 't plaatsen van een broedkamer met uitgebouwde raten. Hoogste temp. daags 14 Mei 32° C. Neerslag 85,6 m.M. (In Mei 1923, 108,7 m.M.) Op 15, 19, 22 en 29 onweerde het. Windrichting veel Z.W. De bijen konden alle flink uitvliegen.