Hoe kan men het honigverbruik doen toenemen?

Over bovenstaand onderwerp is in ons Maandschrift al veel geschreven. Naar aanleiding van enkele mij gestelde vragen, iets over de werkwijze in de afdeeling Warnsveld te willen mededeelen, wil ik gaarne voldoen, doch dan door middel van het Maandschrift, opdat ook andere afdeelingen er voordeel mee kunnen doen.

De afd. Warnsveld werd omstreeks 1903 opgericht, doch heeft slechts enkele jaren bestaan. Zij werd daarna opgeheven. Ze hield echter reeds een paar honigmarkten te Warnsveld.
In 't najaar van 1912 zochten de imkers weer aaneensluiting en op 28 Nov. 1912 werd opnieuw een afd. Warnsveld e.o. opgericht.
De afdeeling heeft zooveel mogelijk moeite gedaan om de bijenteelt vooruit te brengen. Er werden lezingen, practische lessen, een cursus in bijenteelt gegeven. In 1918 werd de Simplexkast ingevoerd. Deze is met de W.B.C. kast de meest gebruikte in onze streek. De bijenvolken zijn voor 80% in lossen bouw in onze afdeeling.

Niet alleen werd de bijenteelt in betere en productiever banen geleid, doch er werd ook propaganda gemaakt om 't honigverbruik te doen toenemen. Het product honig uit „lossen" bouw leent zich hier uitstekend voor, wegens den aantrekkelijken aanblik en zindelijker behandeling, die het boven honig uit „vasten" bouw voor heeft.
De volgende tentoonstellingen werden reeds door de afd. gehouden in:
1913 eene honigmarkt met verloting in „de Boterhal" Zutphen;
1915 eene honigtentoonstelling met verkoop in „de Buitensociëteit" Zutphen;
1916 eene honigtentoonstelling met verkoop in samenwerking met de ver. „Proeftuin" te Zutphen in de Buitensociëteit, aldaar;
1918 eene honigtentoonstelling met verkoop in de Buitensociëteit, Zutphen;
1919 eene honigtentoonstelling met verkoop in samenwerking met de Landbouw Mij. Zutphen-Warnsveld te Warnsveld;
1922 eene honigtentoonstelling met verkoop in de Buitensociëteit te Zutphen. Hieraan was een verloting verbonden.
1923 eene honigtentoonstelling met verkoop in de Buitensociëteit te Zutphen, waaraan eveneens weer eene verloting verbonden was.

Sedert 1922 heeft men vooral de hand aan den ploeg geslagen om den honig onder alle standen van het publiek te brengen door middel eener loterij.
Voor het houden van zulk eene loterij is eene vergunning noodig, welke „Koninklijk is goedgekeurd". De Koninklijke goedkeuring heeft men noodig, wanneer de waarde van de aan te koopen prijzen de som van ƒ 100.— te boven gaat. Is de waarde ƒ 100.— of daarbeneden, dan kan men de loterij bij het Gemeentebestuur aanvragen.
Het is gewenscht de loterij vroegtijdig aan te vragen, want er zijn in den regel een paar maanden mee gemoeid, voordat de Koninklijke goedkeuring afkomt. 't Is beter de goedkeuring tijdig te hebben, dan wanneer men daarop moet wachten.

Heeft men de toestemming voor de loterij, dan kunnen de loten worden gedrukt.
Aan den achterkant der loten kan men laten drukken een of ander over 't nut van het gebruik van honig, aanbevelingen, die Doktoren over honig gegeven hebben, enz.
Er wordt eene Commissie voor de verloting benoemd. Deze commissie koopt de prijzen op de honigtentoonstelling aan, zorgt dat er prima honig in nette, zuivere flacons in de loterij komt. De aangekochte prijzen worden op een tafel in het tentoonstellingsgebouw tentoongesteld, zoodat 't publiek deze bezichtigen kan. Als 't publiek de prijzen ziet, is het gaarne genegen een lot van een kwartje te koopen, ja er zijn menschen, die zeggen: „nu geef mij maar twee lootjes" en zoo raakt men de loten langzamerhand kwijt.

Men koopt steeds nieuwe prijzen bij, als er weer geld beschikbaar is, dat de lotenverkoopers op de tentoonstelling af en toe met den administrateur, die met het beheer der loterij belast is, afrekenen.
Een uurtje voordat met het trekken der prijzen begonnen wordt, worden de onverkochte loten ingetrokken. Deze nemen niet aan de trekking deel. Mocht dus een prijs op een onverkocht lot vallen, dan wordt dit overgetrokken, net zoo lang, totdat de prijs op een verkocht lot valt.

't Is meermalen voorgekomen, dat personen, die vroeger geen honig aten, door 't winnen van een potje geregeld honigverbruiker werden; zij wisten niet, dat honig toch „zoo lekker en voedzaam was".
Vóórdat de tentoonstelling gehouden wordt, wordt een artikeltje over „het nut van den honig" in een veel gelezen blad ter plaatse geschreven en aan de redactie verzocht, dat te willen opnemen, waaraan gaarne gevolg wordt gegeven.
Er zijn menschen, die er niet toe komen een potje honig te koopen. Kunnen zij echter honig door middel van het lot winnen, dan wagen ze graag een kansje en worden vaak gebruiker.

Door onze afdeeling worden 2200 loten uitgegeven à ƒ 0.25 per lot. Hiervan krijgen wederverkoopers 10% provisie. Als alle loten dus verkocht zijn, brengt de loterij netto 2200 X 22.5= ƒ 495.— op. Van de opbrengst der verkochte loten wordt een zaal gehuurd, waarin de tentoonstelling gehouden wordt. Deze huur wordt van de opbrengst afgetrokken, en verder alle kosten, zooals reclame, drukwerken, advertenties, enz. Voor hetgeen er dan overblijft, worden flacons honig van '¼. ½, 1 K.G. en enkele nog grootere aangekocht, alsmede raathonig in doosjes van ¼ en ½ K.G. en raampjes van een K.G. en zwaarder.

De hoofdprijs bestaat uit tien pond raathonig. Er worden zooveel mogelijk prijzen gemaakt, zoodat de kans om wat te winnen groot is, en, als de onverkochte loten dan niet meetrekken, krijgt zulk eene loterij iets aantrekkelijks.
In 1922 werden van de 2200 loten er 1434 verkocht, waarvan de netto opbrengst ƒ 324.05 was. Na aftrek van uitgeloofde premiën ƒ 35.50, zaalhuur ƒ 10.—, drukwerk ƒ 36.10, reclame ƒ 50.10 enz. enz. bleef er ƒ 127.52 over, waarvoor 168 prijzen werden aangekocht, bestaande uit: 70 flacons honig van ¼ K.G., 60 flacons van ½ K.G., 4 flacons van 1 K.G. en 16.9 K.G. raathonig. Voor de flacons van ½ K.G. en 1 K.G. werd achtereenvolgens aan de leveranciers vergoed ƒ 0.50, ƒ 0.90 en ƒ 1.80 per flacon; voor de raathonig werd ƒ 0.90 per pond uitbetaald.

In 1923 werden van de 2200 loten 1835 geplaatst, is ƒ 412.87½ na aftrek van diverse onkosten bleef er ƒ 257.85 over, waarvoor 294 prijzen genomen konden worden, bestaande uit 224 d. slingerhonig in diverse flacons en 66 pond raathonig, voor beide soorten werd ƒ 0.90 per pond betaald.
In 1922 leverde de loterij een nadeelig saldo op van ƒ 1.23; in 1923 bleef een voordeelig saldo over van ƒ 3.62.
Het doel der loterij is niet om flink wat geld in de kas der afdeeling te brengen, doch om het publiek eerste kwaliteit honig in de raat en in flacons te leeren kennen en eten en daarbij kan de aankoopcommissie een behoorlijken prijs aan den imker voor zijne waar uitbetalen.

Indien in alle plaatsen van eenige beteekenis, waar afdeelingen gevestigd zijn, of in de nabijheid daarvan haar zetel hebben, jaar in jaar uit dergelijke tentoonstellingen met eene loterij hielden, die goed beheerd werd, zou dit aan den honigafzet op den duur ten goede komen. Het publiek over 't algemeen, waaronder zelf het gegoede en meer ontwikkelde, weet vaak niet wat men onder eerste kwaliteit honig verstaat en het laat zich dikwijls raathonig in bruine raat voor eerste kwaliteit, die in blanke raat moet ziijn, in de handen stoppen. Alleen door reclame en nog eens reclame te maken, moet de honig er in komen. Mocht in 't eerste jaar zulk eene tentoonstelling eens niet goed slagen, dan moet men den moed niet laten zakken, doch het een volgend jaar overdoen en de fouten verbeteren, welke bij de vorige tentoonstelling gemaakt werden.
Wanneer men dit zoo'n jaar of vijf blijft volhouden, kan succes niet uitblijven.

Onderstaand laat ik een schema volgen, hoe of zulk eene loterij kan worden aangevraagd.

Geven met verschuldigden eerbied te kennen ondergeteekenden, uiitmakende het Bestuur der Imkersvereeniging .................................. te ....................
tot bevordering der bijenteelt in Nederland;
dat zij voornemens zijn op .................................... 19.. eene tentoonstelling met honigmarkt te doen houden te .............................;
dat zij hieraan gaarne eene verloting zouden willen verbinden,
reden zij Uwe Majesteit onderdanig verzoeken toestemming te willen verleenen tot het houden eener verloting tot een bedrag van ........ loten tegen ƒ ..... per lot.
't Welk doende,
.........................................., voorzitter
.........................................., secretaris

Aan Hare Majesteit
Koningin der Nederlanden

................................... , .......................... 19.. .


Ten einde de aandacht op de tentoonstelling te vestigen, kan men ongeveer een week lang vóórdat de tentoonstelling begint, een reclamedoek in een der drukste straten spannen van de plaats waar de tentoonstelling gehouden wordt, waarop de datum vermeld staat. Hier op schildert men dan b.v. nog een bijenkorf of kasten met omheenvliegende bijen, of iets anders dat trekt en op de bijenteelt betekking heeft.
Warnsveld, Dec. 1923,
A. Oonk