Honing en Was.

Reeds sedert vele jaren is het vraagstuk —„welken weg moet ingeslagen worden, om voor de imkers een loonend bedrijf te krijgen" —zoowel bij het H.B. onzer Ver. als bij de afdeelingen ter sprake geweest. Een gevolg dezer besprekingen is in der tijd, het in 't leven roepen der Handelskamer geweest, waaruit later de afd. „Handel" is voortgekomen; ook zijn er pogingen aangewend om eene centrale te krijgen, die echter niet zijn geslaagd.

Op onze laatste A.V. is dit punt weder besproken, en op verzoek van eenige afd. zal dan wederom eene commissie worden geformeerd om met voorstellen te komen, die zoo mogelijk tot eene oplossing van het honing en was vraagstuk moeten lijden. Ik betwijfel echter of deze commissie wel zal slagen, daar de producenten, die in deze het eerste woord hebben, meestal te conservatief zijn, om van meet af medewerking te verleenen. Ze willen liever eerst de kat uit den boom kijken, en daarom komt het mij wenschelijker voor, als het H.B. onzer Vereeniging, eenige grootimkers tracht te overreden — desnoods met eenigen geldelijken steun — een practische proef te nemen.

Hoe en in welke richting deze proef zou moeten zijn, moeten deze practische menschen zelf beslissen, zij zullen daarvoor wel reeds wegen in gedachten hebben, of anders weten zij die ook wel op te duiken. Dan is de weg gebaand zooals het moet zijn, n.l. van onderen op, en niet van boven gedecreteerd, wat meestal op een fiasco uitloopt.
Het vraagstuk is evenwel lang niet gemakkelijk om op te lossen, dewijl men met zooveel nevenzaken heeft rekening te houden. Ik zal hier eenige beschouwingen naar voren brengen waar de eventueele commissie, of wel eenige grootimkers, hun aandacht aan kunnen schenken.

Eerstens dan: Wat is honing?
In 't algemeen zegt men het is het product, dat onze nijvere bijtjes uit de bloemen vergaren, doch, als zoodanig, is het nog maar niet zoo te consumeeren, alleen een klein gedeelte, dat als raat-honing in den handel komt, is zonder meer genietbaar. Het overgroote deel moet, voor het bij den consument komt, nog eene bewerking ondergaan, welke bewerking in sommige gevallen veel te wenschen overlaat. Hierop kom ik later terug.
In qualiteit komt de honing in den handel, onder de namen van Slinger-, Lek-, Raat- en Koekbakkershoning.

Wat de slingerhoning betreft, deze is van betrekkelijk geringen omvang, en kan de producent deze meestal tegen loonenden prijs quiteeren; evenzoo is het met lekhoning die eveneens in gering quantum wordt gewonnen, dat ook de afzet daarvan geen moeite kost. Het ware echter te wenschen, dat men zich maar op het winnen van lekhoning toelegde, hetwelk in een zonnigen nazomer, met weinig moeite kan geschieden; het product op zich zelf is verre te verkiezen boven pershoning.
Anders is het met den pershoning, waarvan het gebruik in de laatste jaren zeer is toegenomen, doch daarvan is ook zoo'n groot quantum te winnen, dat het gebruik nog tientallen malen moet toenemen, en daar zit juist het zwaartepunt voor een loonend bedrijf der imkerij, en hierop kom ik ook later in nadere beschouwing terug.

Raathoning, het neusje van den zalm, het gewilde artikel, hiervan is steeds te weinig en vindt dus bijgevolg gemakkelijk zijn weg. De koekbakkershoning tot nu toe het overgroote deel van den ruwen honing, vindt elk jaar zijn weg naar de koekbakkers, doch de prijzen die daarvoor gemaakt worden, zijn voor de imkers niet loonend, en daarom moet men trachten zoo min mogelijk van dit product te oogsten, om van de h.h. koekbakkers niet afhankelijk te zijn, en hiervoor zijn ook wegen aan te geven, niet alleen bij het oogsten en bewerken zelve, doch ook door de bedrijfwijze.

Bij mijn verdere beschouwingen, zal ik niet over slinger- noch over lekhoning spreken, ofschoon het in den handel brengen, dezer beide soorten nog wel wat te wenschen overlaat.
Zooals gezegd, moet voor het 9/10 deel der imkerij, het loonend worden van het bedrijf komen uit en door den pershoning, en daarvoor is geen protectie noodig zooals eenige afdeelingen voorstelden, maar wel eene innige samenwerking. Deze samenwerking kan niet van boven gedecreteerd worden, doch daartoe moeten 10 of meer groot-imkers met een 2000 korven het iniatief nemen en den weg voor verder banen.

Deze imkers moeten als punt van uitgang hebben, het geheel en al breken met de manier van handel, zooals die in Noord en Zuid thans in Sept. plaats vindt, precies zooals dezen handel voor 50 en meer jaren ook geschiedde, en de kardinale fout zit daar, dat de kooper geen belang heeft bij comsumptiehoning doch alleen het ruwe product koopt als koekbakkershoning en was, en daarnaar zijn prijs betaalt.

Wel is er de laatste jaren door een paar handelaren een anderen weg ingeslagen, en blijkbaar is dit de imkers ook reeds min of meer ten goede gekomen, daar bedoelde koopers, waar zij kwamen om serieus te koopen, ook den hoogsten prijs besteedden, doch hiervan profiteerden maar slechts enkele imkers, het overgroote deel moest toezien.
De weg dan, die door bedoelde handelaren is ingeslagen, is ook de weg die in hoofdzaak de initiatief nemende imkers moeten bewandelen, d.w.z. de behandeling van 't ruwe product tot in de flacon. Met het zoogenaamd „aan den man brengen" daar kunnen zich deze imkers niet mee belasten, omdat ze daarvoor de wegen niet weten, en omdat er dan te veel aan den strijkstok zou blijven hangen.

Op onze laatste Alg. Verg. is door de afd. Amsterdam, bij monde van den heer Hundt, een idee naar voren gebracht, dat door bedoelde imkers zou aanvaard kunnen worden, en al wil ik het optimisme van den H«eer H. niet geheel onderschrijven, ja, als er slechts een derde van zijne meening bewaarheid wordt, dan is de imkerij uit den brand. Onze centra zijn het, die honing moeten leeren gebruiken, daar moet het een volksgenotmiddel worden, en dat kan, want een loonende prijs voor de imkers, behoedt den prijs van den honing niet boven dien van jam te brengen, en ten bewijze daarvan het volgende:

Als de imker voor zijn ruw product zestig cent per K.G. kan bedingen, dan is hij tevreden en is het voor zijn doen loonend en zal dan het imkeren ook zeker gaandeweg weer meer als nevenbedrijf ter hand worden genomen! Wij nemen nu aan, dat voor 60 cent per K.G. de ruwe honing wordt gekocht. Het gebruik is, dat de verkooper het daarvoor in het vat levert, doch dat gebruik moet verdwijnen, omdat kooper noch verkooper belang heeft bij eene doelmatige sorteering, wordt alles inclusief alle ongerechtigheden in het vat gestampt.

Dus er moet gesorteerd worden, en dit vordert tijd en materiaal. De ondervinding heeft reeds geleerd, dat dit ± 2 cent per K.G. bedraagt. De verdere behandeling die in een daarvoor geschikt lokaal moet plaats hebben, zal ik niet in details nagaan doch volstaan met te zeggen, dat de geheele verdere behandeling, tot de honing in vaten en flacons en de was aan brooden is, hiervoor aan arbeidsloon en hulpmiddelen op 5 cent per K.G. gebaseerd moet worden. Alzoo kost de honing of liever de massa 60 + 2 + 5 cent = 67 cent per K.G.

Uit deze massa bekomt men ongeveer het volgende percentage — hoe vetter de volken zijn, hoe meer raat- en comsumptiehoning:
- 60 % koekbakkershoning — welk percentage door een andere bedrijfswijze is te verminderen
- 20 % flaconhoning,
- 6 % raathoning,
- 9 % was en
- 5 % afval.

Wanneer men nu aanneemt, dat op de eerste geen winst te maken is, doch deze voor kostenden prijs moet verkoopen, dan wordt de rekening:
pershoning 60% à 67 cent = . . . . . 40.2
flaconhoning 20% à ƒ 1.10 = . . . . . 22.—
raathoning 6% à ƒ 2.— = . . . . . . . .12.—
was 9% à ƒ 1.53 = . . . . . . . . . . . .13.5
afval 5% . . . . . . . . . . . . . . . . . . nihil
Totaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87.7 cent

Zoodat er een bruto winst van 20.7 Cent per K.G. overblijft, rekent men nu voor eventueele kwade posten, afschrijving gereedschap, rente kapitaal, provisie enz. 8.7 cent per K.G. zoodat er netto 12 cent per K.G, overblijft of ruim 18% winst.
De berekening der flaconhoning à ƒ 1.10 is gebaseerd op verkoop aan de verbruikers ad. 70 cent per ponds-flacon inclusief flacon en verpakking; deze op 15 cent te stellen is netto voor de flancon-honing 55 cent of ƒ l.10 per K.G.

Een andere berekening is: stel dat er 2000 korven worden uitgebroken, gemiddeld uitgebroken wegende 16 K.G. dan is dit voor de massa 32000 K.G.
Uit deze cijfers zien wij, dat een afd. in A'dam, of andere groote plaats, voor hunne bemoeiingen een flinke geldelijken steun kunnen bekomen, maar op den duur zou het bestuur eener afd. of de leden, zich toch met den afzet niet kunnen bemoeien, er zal dus een anderen weg moeten gezocht worden, hetzij door tusschenkomst van winkeliers, commissionairs of depots. Hoofdzaak is, dat in de volkswijken het artikel als 't ware in elke straat te krijgen is, tegen een prijs van hoogstens 70 cent per flacon, en dat daar ter plaatse daarvoor reclame gemaakt wordt, hetzij door demonstraties of op andere doelmatige wijzen, zooals ook dit door den H. werd voorgesteld. Tot nu toe was het artikel bijna uitsluitend in de fijnere delicatessenzaken te krijgen, tegen veel te hooge prijzen zoodat het slechts onder sterk koopkrachtige menschen kwam en als delicatesse beschouwd werd.

Nu zal men zeggen : „maar ligt dit niet alles op den weg van afd. Handel ?" Ja, natuurlijk, en ik heb goeden moed dat Handel ook zal trachten een groot afzetgebied te krijgen, en naar ik meen is ze reeds in deze richting werkzaam. Maar zal onze imkerij vruchten afwerpen en weer kunnen bloeien, dan moet op den voorgrond staan, dat de honing aan alle eischen moet voldoen, en onvervalschte zuivere inlandsche bijenhoning geleverd wordt. Deze eisch kan een directe leverancier-producent volkomen nakomen, doch onze afd. Handel zal, zoolang zij het artikel niet van meet af aan, d.w.z. vanaf het ruwe product in de hand heeft, steeds voor verrassingen staan, en niet in staat zijn om aan alle eischen te voldoen.
Bovendien, als het artikel een gewild volksgenotmiddel geworden is, zal er voor Handel steeds afzetgebied te over blijven, en zou een hand in hand samenwerking zelfs vereischt zijn, want ruw geschat kan er in gemiddelde jaren een 120000 à 140000 flacons pershoning geoogst worden en zou het een utopie zijn, te meenen, dat voorshands dit quantum door Handel zou kunnen geplaatst worden.
(Wordt vervolgd.)