De bijenteelt in West-Amerika en de Hubamklaver.
(Vervolg.)Spreker toonde een kistje gevuld met secties prachtige blanke raathonig, benevens een flacon slingerhonig, die zeer licht gekleurd was en vestigde de aandacht op de omstandigheid, dat wel is waar heel veel in zulk een groot bedrijf is te doen, het toch mogelijk is zooveel volken met betrekkelijk weinig hulp te behandelen door oefening en systematisch werken.
Het onderzoeken van een bijenvolk ten opzichte van den voedselvoorraad, de gesteldheid van het broed, van de koningin enz. mag niet meer dan 5 à 6 minuten aanhouden. Men werkt van 4 uur 's morgens tot 's avonds 9 uur, dit echter in den drukken tijd. De auto is natuurlijk voor het vervoer van den oogst of voor verplaatsing der volken enz. aanwezig benevens een voor Mama. De bijenstanden zijn soms vele mijlen van de werkplaatsen der imkers verwijderd.
De Heer B. vertelde van de sluwe wijze waarop de practische Amerikaan bij het innemen van niet altijd te voorkomen zwermen te werk gaat en hoe hij door middel van een blaasinstrument de bijen van de voor het slingeren geschikte honingraten weet te verwijderen. De automatische zwermvanger bestaat uit een soort balans tusschen twee stangen in evenwicht hangende. De zwermende bijen zijn door de natuur aangewezen steeds naar de koningin te trekken en worden daarin geholpen door hun bij uitstek ontwikkeld reukorgaan. Waar de koningin neerkomt vormt zich de zwerm tot een tros. Nu heeft men uit de lichamen van overtollige koninginnen een soort extract weten te bereiden, dat aan een der einden van den balanseerenden hefboom bevestigd, een onweerstaanbaar aantrekkingspunt vormt voor den zwerm. Deze komt op dit punt neer waardoor het evenwicht verloren gaat en de balans naar een kant overslaat juist naar een daaronder gereedstaande kast. Door den schok van den hefboom tegen den kastrand geraakt de zwerm los en valt in zijne nieuwe woniing! Wanneer, verklaarde spreker, men zooiets ziet, begrijpt men direct dat men in het land der Yankee's is!
Amerika heeft geen heidehoning, hetgeen de Heer B. betreurde, omdat hij die de meest geurige vond, maar ook over de moeilijkheden, die in dat werelddeel ten opzichte van de bijenteelt moeten worden overwonnen wilde hij niet zwijgen. Hij besprak o.a. het hier weinig bekende doch in dat land veel voorkomende vuilbroed welke ziekte dikwijls den ondergang van geheele bijenstanden ten gevolge heeft, en hoe niettegenstaande hevig vuur dienende tot vernietiging, toch nog levende ziektekiemen op restanten werden waargenomen.
M.N.E.W.
(Wordt vervolgd.)