Waarheid — Klaarheid.
Toen op de laatstgehouden jaarvergadering der Vereeniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland de Heer Frankenhuis op een onwelwillende, ja dikwijls grove wijze, zijn fantasieën over de financiën Uwer Vereeniging losliet en zich daarbij niet ontzag, deels door niets bewezen beschuldigingen aan het adres van eenige Hoofdbestuursleden, deels door onwaarheden ergernis te geven aan elkeen die meende op ernstige wijze het belang zijner Vereeniging te behartigen heb ik mij bij de beantwoording zijner op- en aanmerkingen het recht voorbehouden in het vervolg niet te antwoorden aan iemand die optrad zooals de Heer Frankenhuis dit meende te mogen doen.
Had de Heer F. hetgeen hij onder bovenstaand hoofd schreef op een vergadering gezegd, ik zoude hebben gezwegen. Ter voorkoming van misverstand bij hen die bovenbedoelde vergadering niet bijwoonden een enkel woord.
Ik zal niets zeggen van het weinig heldere financieele gedeelte van het geschrijf van den Heer F. Zij die met mij de Vergadering hebben bijgewoond en zien hoe in het maandblad van Juli de Heer F. zijn oorspronkelijke beschuldigingen niet of slechts verdraaid handhaaft, zullen het met mij eens zijn dat beantwoording geen doel heeft. Besprekingen over een zaak die „op papier er gunstig voorstaat, in werkelijkheid financieel sterk en toch in zijn geheel economisch zwak is" zooals de Heer F. schrijft, hebben geen doel. 't Was dan ook niet noodig dat de Heer F. ons mededeelt, dat hij geen gediplomeerd boekhouder is. Ook zonder deze bekentenis zoude dit voor ons duidelijk zijn.
Echter wil ik niet nalaten nadrukkelijk bezwaar te maken tegen de wijze waarop de waarheidzoekende Heer F. zelf met de waarheid omspringt.
Hij zegt n.l. dat:
De cijfers niet waarheidsgetrouw zijn en noemt de wijze waarop de cijfers zijn gegeven boerenbedrog.
Hij spreekt van scheeve voorstellingen en laat daarop volgen dat ik in mijn verweer heb gezegd, dat administratieve scheiding onmogelijk was.
Deze mededeelingen zijn evenzoovele bewuste onjuistheden. Zij die op de jaarvergadering aanwezig zijn geweest, zullen zich herinneren dat na den aanval van den Heer F. ik al zijn fantasieën heb bestreden. Ik gaf hem echter toe, dat de vorm waarin de rekening- en verantwoordingen, ofschoon juist en volledig voor elkeen, die tot beoordeelen bevoegd was m.i. niet de ideaal-vorm was en, natuurlijk zonder eenige verandering der cijfers doch door een andere benaming en groepeering, aan duidelijkheid kan winmen. Ik deelde hem voorts mede dat ik vroeger reeds eens op eigen houtje: na overleg met en goedkeuring van Uw Hoofdbestuur veranderingen had aangebracht, doch daarna in een jaarvergadering met algemeene stemmen was aangenomen het voorstel van een der afgevaardigden om geenerlei veranderingen aan te brengen en de rekeningen en verantwoordingen steeds in dienzelfden vorm en met dezelfde omschrijving op te stellen.
Ik deelde hem ook nog mede dat met een eenvoudige samenvoeging der cijfers (intusschen reeds opgenomen in het maandblad van Mei) een volledig overzicht kon worden verkregen en ik overigens gaarne bereid was de wijzigingen aan te brengen die ter verduidelijking mochten worden gewenscht en door mij goedgekeurd, doch daartoe de vergadering op haar vroeger genomen besluit moet terugkomen.
Men vergelijke het bovenstaande eens met hetgeen de Heer F. meent te kunnen schrijven!
Zijn mededeelingen betreffende hetgeen ik zoude hebben gezegd zijn dan ook van a tot z onjuist.
Steeds was ik gaarne ter beschikking van Uw Hoofdbestuur en anderen die inlichtingen hebben gevraagd. Uw Hoofdbestuur houde het mij echter ten goede dat ik het verwarde gedoe van Uwen Heer F. niet meer behandel met het respect hetwelk men aan opmerkingen van een ernstig en eerlijk willend man, ook als hij zich vergist, verschuldigd is.
Arnhem, H. BOTHOF Accountant.