Om en in den Bijenstal.

(Augustus)
Oogstmaand is gekomen. Het weer kan zoo verschillend wezen. In sommige jaren is er een kortere of langere regenperiode; in andere jaren heeft men donkere, dreigende luchten welke echter geen regen geven. Dikwijls is Augustus een warme en droge maand, waarin het gebladerte zijn laatste frischheid verliest en tal van planten dorren, de vruchten snel rijpen. Bij hitte zwoegen de maaiers op de graanvelden. Reeds heel wat vroeger neigt de zon ter kimme, terwijl ze dan soms zoo mooi den westelijken hemel in goudglans doet gloeien. Het schemerlicht van den midzomer is voorbij en de nachten worden donker, waarbij de sterrenhemel zoo mooi uitkomt.

In deze maand ziet en voelt men, dat de zomer langzaam gaat scheiden. In bosch en wei, op veld en akker, in poel en plas, overal neemt het leven der dieren en planten sterk af. De zang der vogels wordt weinig meer gehoord en vele maken zich reisvaardig of zijn reeds naar 't zuiden vertrokken. Ook in de insectenwereld neemt 't leven sterk af; de hommel- en wespenstaten toonen hun eerste teekenen van ontbinding. Bij de bijenvolken is eveneens een sterke vermindering merkbaar. De koningin heeft haar druksten tijd gehad en legt al minder eitjes, zoodat het broednest langzamerhand minder omvang krijgt en er ook minder jonge bijen worden geboren, terwijl er meer afgeleefde bijen sterven, waardoor de bijenvolken in den loop dezer maand minder sterk worden. Vooral is dit 't geval in streken, waar thans zoo goed als geen honiggewin meer is.

Wanneer de volken in 't laatst van Juli de darren nog niet hadden afgedreven, dan gebeurt dat in deze maand. Daarmede worden alle zwermplannen opgegeven en is de ontwikkeling der bijenvolken over haar hoogtepunt heen. Door 't krimpen der broednesten komen de cellen daar boven, achter en terzijde geleidelijk vrij van broed en worden deze voor honigmagazijnen ingericht. Zoo doende richten de bijen allengs alles in voor den komenden winter. Bij goed gewin ziet men vooral in deze maand de bijen druk bezig de cellen met honig te verzegelen. Dit wordt alleen gedaan, wanneer de omzetting der suikerstoffen van den nectar, door bijvoeging en inwerking van het speeksel der bijen voldoende is gevorderd. Bovendien is dan aan de massa in de cel een hoog percent water onttrokken, waardoor levens de omzetting der suikerstoffen mogelijk wordt. Dit proces gaat geleidelijk en dit is het rijp worden van den honig.

Alleen rijpe honig wordt door de bijen verzegeld en kan door de bijen (en door den imker) gemakkelijk bewaard worden. De bijen verzegelen die cellen en raten het eerste, welke dicht bij het broednest staan. Wanneer men in de woning het rijpen en verzegelen wil bespoedigen, vooral wanneer dit bij koud weer wat traag gaat, dan kan men de honigraten geleidelijk wat omwisselen. Bij sterk gewin en warm weer gaat het rijpen en verzegelen zeer snel.

Voordat men de bijen naar de heide brengt, wordt eerst de honiggeoogst.
Dan gaat er bij den strookorf-imker veel broed verloren, wat een groot verlies is. De nadenkende imker beseft dan ook in dezen tijd de groote waarde van den lossen bouw, te meer nog daar het oogsten uit korven nog al omslachtig is. Men kan uit kasten veel gemakkelijker oogsten. Wanneer de raampjes uit de honigkamer worden genomen, veegt men de raten vlug af, om de bijen zooveel mogelijk te beletten honig uit de cellen op te nemen, waarvoor ze dan haastig tal van wasdekseltjes vernielen. Daardoor gaat 't mooie van raathonig af en verliest deze van zijn handelswaarde.

Ook moet men niet te veel in de honigkamer rooken bij 't terugdrijvem der bijen, daar de blanke dekseltjes anders donkerder en vuil van kleur worden en de honig door den rook eenigszins zijn zuiveren smaak verliest.
Wie dit alles wil voorkomen en gemakkelijk wil werken, legge 's avonds te voren een bijenuitlaat tusschen broed- en honigkamer, waardoor de bijen 's nachts wel naar beneden, doch niet naar boven kunnen. 's Morgens kan men vlug de kamer met honigraten afnemen, zonder last van de bijen te hebben. Ook bij kamers met secties kan men de bijenuitlaat met succes gebruiken. Deze uitlaat wordt in Amerika veel gebruikt en is in ons land bij de handelaren tegen matigen prijs te verkrijgen.

Wie bij zwakke volken geen honig in de bovenkamer heeft verkregen, en uit de broedkamer wil oogsten moet de tafels wegnemen, welke zooveel mogelijk vrij van broed zijn. De voornaamste raten in het broednest moeten onaangetast blijven staan. Gesloten broed laat zich voorzichtig slingeren.
Open broed raakt meestal los en gaat verloren. De smalle gordels honig boven en achter het broednest laat men de bijen houden. Wie nog kort geleden of in de vorige lente met gedenatureerde suiker heeft gevoederd (of in den vorigen herfst veel heeft gegeven) moet bij den honigoogst voorzichtig zijn met het oogsten van honig uit de broedkamer. Het is mogelijk, dat men dan niet uitsluitend zuiveren honig krijgt, wat te bemerken is aan den pepersmaak. Dit geld, ook vooral het bedrijf met korven.

Wie naar de heide reist, neme reeds tijdig zijn maatregelen. Menig imker zal zelfs bij goed gewin teleurgesteld worden, wanneer de bijen geen honig brengen in de bovenkamer. Men moet echter niet vergeten, dat de toestand op de heide met de kleine broednesten anders is dan bij het voorjaars- of zomergewin, eerst b.v. op koolzaad en wilg, later op linde, klaver en boekweit.
Daar waren de broednesten groot en zagen de bijen zich genoodzaakt den grooten honigvoorraad boven den rooster in de honigkamer te bergen.
Wie op de heide honig in de honigkamer wil hebben, moet zorgen voor zeer sterke volken, vooral wanneer hij sectiehoning wil oogsten. Men kan ook broedraten bijhangen of de broedkamer door de scheidingsplank op 7 of 8 raten brengen om zoodoende de bijen te noodzaken naar boven ruimte te zoeken. In niet te sterke volken hangt men terzijde van het broednest leege raampjes met een strookje voorbouw, om raathonig te winnen. Men behoeft dan in de meeste gevallen geen honigkamer op te zetten. Zwakke volken mag men niet meenemen, daar deze de moeiten en kosten van het reizen niet loonen. Men moet deze dus vereenigen.

Moederlooze volken kunnen thans nog goed gemaakt worden. Oude koninginnen vervangt men nog door jonge moeders uit de kweekerij. Zorg er voor, dat de volken niet zonder honigvoorraad op reis gaan, want het is mogelijk, dat er de eerste dagen op de heide niets wordt gewonnen. Het is van zeer veel belang, dat de raten in de raampjes goed vast zijn gebouwd. Verschgebouwde raten in korven of boogkorven zet men met houten of rieten spijlen vast.

Ook mogen de raampjes niet bewegen, want op reis wordt dat erger en worden meer of minder bijen tusschen de bewegende raten doodgedrukt, waardoor het geheele volk in onrust komt.
Alle onderdeelen der kasten moet men stevig aan elkander bevestigen en op den wagen staan de woningen vast tegen elkaar. Tijdens de reis moeten de bijen door de doeken of reisramen voldoende luchtverversching hebben. Er wordt zoo geladen, dat de raten evenwijdig loopen met de assen van den wagen. Vooral bij warm weer is het van belang om 's nachts te reizen.

Men moet tijdig naar de heide gaan; in de meeste jaren is het eerste gewin het beste.
Op de heide sterven er veel oudere draagbijen of welke afgeleefd zijn en bovendien komen er heel wat in de talrijke spinnewebben om.
Vooral bij warm weer en sterk gewin hebben de bijen behoefte aan water. Op sommige plaatsen moet er voor een drinkplaats gezorgd worden.
In Augustus is de boekweit en vooral de struikheide van belang. Ook bevliegen de bijen thijm, cichorij, andijvie, zomerkoolzaad, bernage, salie, phacelia, reseda, sneeuwbes, slangenkruid enz.

T.C. Hootsen.